21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

FL VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 6 september 2023

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad1 van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben op 18 juli 2023 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid naar aanleiding van de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie van 20 maart 2023 waarin de voortgang wordt weergegeven op een reeks operationele maatregelen op het gebied van migratie en grensbeheer.2 De leden van de fractie van de PVV hebben daarin de regering een aantal vragen voorgelegd.

De Staatssecretaris heeft op 16 augustus 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Immigratie & Asiel / JBZ-Raad, De Man

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL / JBZ-RAAD

Aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid

Den Haag, 18 juli 2023

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie van 20 maart 2023 waarin de voortgang wordt weergegeven op een reeks operationele maatregelen op het gebied van migratie en grensbeheer. Deze brief was een bijlage bij het verslag van de Raad Algemene Zaken van 21 maart 2023.3 Naar aanleiding hiervan leggen de leden van de fractie van de PVV de regering graag de volgende vragen voor.

De leden van de fractie van de PVV wijzen op de volgende passage uit de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie over «effective solidarity»:

«Secondary movements and effective solidarity: New procedures for the Voluntary Solidarity Mechanism have been agreed in the Solidarity Platform and the first transfers have now taken place from Spain and Malta complementing those from Italy and Cyprus. On this basis it will now be important to continue accelerating transfers».4

Deze leden constateren dat Nederland tot nu toe niet wordt genoemd bij de landen waar de «relocations» naartoe plaatsvinden. Kan de regering uitsluiten dat in dit kader ook «relocations» naar Nederland zullen plaatsvinden? En indien dit niet het geval is: in hoeverre, met welke aantallen en vanuit welke landen is dit wel voorzien? Kan de regering aangeven of een asielmigrant na aankomst in een land van «relocation» in dat land ook in de asielprocedure komt, of bestaat er dan nog steeds een risico van secundaire migratiestromen naar Nederland? Kan de regering daarnaast ook aangeven of en in welke mate migratiestromen naar Nederland voorzien zijn in deze EU-aanpak?

De leden van de fractie van de PVV constateren dat in bedoelde brief ook wordt ook gesproken over het volgende:

«The European Search and Rescue Contact group has been relaunched offering platform for Member States to engage with the aim of setting up an enhanced cooperation framework for search and rescue».5

Kan de regering aangeven of in dit kader van «search and rescue» ook sprake is van het oppikken van asielmigranten voor de Noord-Afrikaanse kusten en het overbrengen naar Europees grondgebied en in hoeverre hier activistische niet-gouvernementele organisaties bij betrokken zijn?

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 1 september 2023.

Voorzitter van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel / JBZ-Raad M.H.M. Faber-van de Klashorst

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 augustus

Hierbij bied ik u de antwoorden aan op de gestelde vragen door de Eerste Kamerfractie van de PVV, naar aanleiding van de brief van de voorzitter van de Europese Commissie van 20 maart 2023.

Deze vragen werden op 18 juli jl. ingezonden met als kenmerk 172949.01U.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, E. van der Burg

Vragen van de leden van de PVV-fractie naar aanleiding van de brief van de voorzitter van de Europese Commissie van 20 maart 2023 en de daarop door het kabinet schriftelijk gegeven antwoorden.

Vraag 1

De leden van de vaste commissie voor Immigratie en Asiel/JBZ-Raad van de Eerste Kamer der Staten-Generaal hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie van 20 maart 2023 waarin de voortgang wordt weergegeven op een reeks operationele maatregelen op het gebied van migratie en grensbeheer. Deze brief was een bijlage bij het verslag van de Raad Algemene Zaken van 21 maart 2023.1 Naar aanleiding hiervan leggen de leden van de fractie van de PVV de regering graag de volgende vragen voor.

De leden van de fractie van de PVV wijzen op de volgende passage uit de brief van de Voorzitter van de Europese Commissie over «effective solidarity»:

«Secondary movements and effective solidarity: New procedures for the Voluntary Solidarity Mechanism have been agreed in the Solidarity Platform and the first transfers have now taken place from Spain and Malta complementing those from Italy and Cyprus. On this basis it will now be important to continue accelerating transfers».

Deze leden constateren dat Nederland tot nu toe niet wordt genoemd bij de landen waar de «relocations» naartoe plaatsvinden. Kan de regering uitsluiten dat in dit kader ook «relocations» naar Nederland zullen plaatsvinden? En indien dit niet het geval is: in hoeverre, met welke aantallen en vanuit welke landen is dit wel voorzien? Kan de regering aangeven of een asielmigrant na aankomst in een land van «relocation» in dat land ook in de asielprocedure komt, of bestaat er dan nog steeds een risico van secundaire migratiestromen naar Nederland? Kan de regering daarnaast ook aangeven of en in welke mate migratiestromen naar Nederland voorzien zijn in deze EU-aanpak?

Antwoord op vraag 1

In het verslag van de JBZ-raad van juni 2022 heeft het kabinet uw Kamer geïnformeerd over de voorgenomen deelname aan het vrijwillig solidariteitsmechanisme waar de leden van de PVV-fractie aan refereren.6 Het kabinet heeft toentertijd, met het oog op de hoge druk op het nationale asielsysteem, bij bevestiging van de deelname aangegeven niet aan herplaatsingsverzoeken tegemoet te kunnen komen. Dit uitgangspunt geldt nog steeds. Nederland heeft zijn solidariteitsbijdrage ingevuld met financiële steun aan projecten die als doel hebben de opvang van alleenstaande minderjarige asielzoekers in Griekenland te verbeteren. Voor een toelichting op deze projecten verwijst het kabinet de leden van de PVV-fractie graag naar de brief d.d. 22 juni 2023 over de voortgang van het Grieks-Nederlands AMV-samenwerkingsverband.7

Bij herplaatsing tussen lidstaten is inderdaad het uitgangspunt dat een asielzoeker na herplaatsing wordt opgenomen in de asielprocedure van de lidstaat waar naartoe de migrant is overgebracht. Herplaatsing neemt de bestaande risico’s op secundaire migratie uiteraard niet volledig weg. Als een migrant na herplaatsing eigenstandig besluit door te reizen naar weer een andere lidstaat, blijft de lidstaat waar naartoe is herplaatst overigens wel verantwoordelijk voor het asielverzoek. De migrant kan dan onder de Dublinverordening weer worden overgedragen naar deze verantwoordelijke lidstaat.

Vraag 2

De leden van de fractie van de PVV constateren dat in bedoelde brief ook wordt ook gesproken over het volgende:

«The European Search and Rescue Contact group has been relaunched offering platform for Member States to engage with the aim of setting up an enhanced cooperation framework for search and rescue».

Kan de regering aangeven of in dit kader van «search and rescue» ook sprake is van het oppikken van asielmigranten voor de Noord-Afrikaanse kusten en het overbrengen naar Europees grondgebied en in hoeverre hier activistische niet-gouvernementele organisaties bij betrokken zijn?

Antwoord op vraag 2

Allereerst hecht het kabinet eraan te benadrukken dat het van groot belang is te voorkomen dat migranten levensgevaarlijke routes over zee afleggen waarmee hun leven op het spel wordt gezet. Het kabinet zet zich daarom onder andere in voor het ontwikkelen van brede migratiepartnerschappen, de hervestiging van vluchtelingen via UNHCR, het tegengaan van grondoorzaken van migratie en de aanpak van mensensmokkel.

Op de Europese Raad van 9 februari jl. is een aantal operationele maatregelen afgesproken om het buitengrensbeheer te verstevigen, waaronder ook een aantal maatregelen die tot doel hebben de samenwerking in het kader van opsporings- en reddingsoperaties (Search and Rescue, SAR) op zee te verbeteren. Onderdeel van de afspraak is het opnieuw bijeenroepen van de Search and Rescue Contact Group, onder leiding van de Europese Commissie. Het kabinet heeft reeds meerdere malen opgeroepen om – onder andere via deze Contact Group – duidelijke afspraken te maken. Deze zijn noodzakelijk om verdrinkingen te voorkomen en om tot een normalisatie van de ontschepingspraktijk (oftewel: een helder beeld bij wat er dient te gebeuren bij een reddingsoperatie) op de Middellandse Zee te komen. Daar valt ook het vaststellen van SAR-zones, veilige havens en de opbouw van goed werkende kustwachten met voldoende capaciteit onder. Bij grensbewaking dient altijd het non-refoulement principe in acht te worden genomen.

Voor dit vraagstuk ligt er wat het kabinet betreft een gedeelde verantwoordelijkheid bij alle landen in het Middellandse Zeegebied. Het is niet vanzelfsprekend dat SAR-operaties van (commerciële) schepen altijd uitmonden in ontscheping in de EU. Dit geldt temeer omdat verreweg de meeste van deze SAR-operaties plaatsvinden in de SAR-zones van Noord-Afrikaanse landen, soms op slechts geringe afstand van de kust. Het kabinet stelt zich op het standpunt dat drenkelingen conform de bestaande internationaalrechtelijke kaders naar een veilige haven dienen te worden gebracht.


X Noot
1

Samenstelling:

Croll (BBB), Marquart Scholtz (BBB), Griffioen (BBB), Karimi (GroenLinks-PvdA), Veldhoen (GroenLinks-PvdA), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Recourt (GroenLinks-PvdA), Kaljouw (VVD), Meijer (VVD), Van Toorenburg (CDA), Bakker-Klein (CDA), Dittrich (D66), Aerdts (D66) (ondervoorzitter), Faber-Van de Klashorst (PVV) (voorzitter), Koffeman (PvdD), Nanninga (Ja21), Kox (SP), Huizinga (CU), Van den Oetelaar (FVD), Van Dijk (SGP), Perin-Gopie (Volt), Van Rooijen (50PLUS), Van der Goot (OPNL)

X Noot
2

Kamerstukken I 2022/23, 21 501-02, FA.

X Noot
3

Kamerstukken I 2022/23, 21 501-02, FA.

X Noot
4

Kamerstukken I 2022/23, 21 501-02, FA, bijlage, p. 3.

X Noot
5

Kamerstukken I 2022/23, 21 501-02, FA, bijlage, p. 2.

X Noot
6

Kamerstukken 2021–2022 32 317, nr. 764

X Noot
7

Kamerstukken 2022–2023 27 062, nr. 134

Naar boven