Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202021501-02 nr. 2113

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 2113 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 februari 2020

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan voor de Raad Buitenlandse Zaken van 17 februari 2020.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 17 FEBRUARI 2020

Op maandag 17 februari 2020 vindt de Raad Buitenlandse Zaken plaats in Brussel. De Minister van Buitenlandse Zaken is voornemens deel te nemen aan deze Raad. De Raad zal naar verwachting spreken over een aantal actuele ontwikkelingen rondom de Sahel, Venezuela, de Westelijke Balkan en het Midden-Oosten. Daarnaast zal de Raad stilstaan bij de relaties tussen de EU en de Afrikaanse Unie. Tevens is een discussie voorzien over Libië en de relaties met India. Voorafgaand aan de Raad is een informeel ontbijt met de premier van Albanië, de heer Rama, voorzien. Aansluitend aan de Raad staat er een informele lunch gepland met de Indiase Minister van Buitenlandse Zaken Jaishankar.

Current affairs

Sahel

De veiligheidssituatie in de Sahel verslechtert snel en dreigt in toenemende mate over te slaan naar de West-Afrikaanse kustlanden. In dit licht verwelkomt het kabinet het besluit van de Europese Commissie om de bestaande Sahelstrategie uit 2011 te herzien. Daarnaast verwelkomt het kabinet het Franse initiatief «Coalition pour le Sahel» dat naar verwachting en marge van de Europese Raad van maart 2020 en in het bijzijn van de G5 Sahellanden (Mauretanië, Burkina Faso, Mali, Niger en Tsjaad) officieel wordt gelanceerd. Deze coalitie biedt een politiek, strategisch en operationeel kader om tot meer coherentie te komen en de inspanningen van de internationale gemeenschap in de Sahel waar nodig verder te intensiveren. Voor Nederland is de Sahel reeds een prioritaire regio. De Nederlandse diplomatieke aanwezigheid in de Sahelregio wordt om die reden verder uitgebreid (ref. Kamerbrief Uitbreiding en versterking postennet d.d. 8 oktober 2018, Kamerstuk 32 734, nr. 32). De posten in de Sahel dragen bij aan de doelstellingen van het bredere Nederlandse buitenlandbeleid: het bevorderen van armoedebestrijding en het investeren in perspectief van de jeugdige bevolking, het bevorderen van klimaatadaptatie, het aanpakken van irreguliere migratiestromen, het tegengaan van terrorisme en georganiseerde criminaliteit alsook het versterken van de capaciteiten van de Sahellanden om in de toekomst hun eigen veiligheid te kunnen waarborgen.

Venezuela

De Raad zal onder dit agendapunt tevens stilstaan bij het recente bezoek van de Venezolaanse interim-president Juan Guaidó aan Europa. Tijdens zijn bezoek sprak hij met een aantal Europese regeringsleiders, waaronder met Minister-President Rutte en marge van het World Economic Forum in Davos. In dit gesprek vroeg Guaidó onder meer aandacht voor de actuele politieke situatie in Venezuela, de ondermijnende rol die het Maduro-regime daarin vervult en de Venezolaanse migratiecrisis. Hij verzocht de EU om de druk op het Maduro-regime op te voeren. Nederland heeft eerder verzocht om aanvullende sancties, deze worden op korte termijn verwacht. Naar verwachting zal Hoge Vertegenwoordiger Borrell reflecteren op zijn gesprek met Guaidó en vooruitkijken naar de plannen omtrent de inzet van de International Contact Group en diens speciaal adviseur Iglesias. Nederland heeft tijdens de RBZ van januari aangegeven een volgende bijeenkomst van de International Contact Group te willen faciliteren.

Westelijke Balkan

Tijdens de Raad zal de Hoge Vertegenwoordiger terugkoppelen over zijn bezoek aan Kosovo en Servië van 30 en 31 januari jl. Nederland hecht waarde aan een snelle en proactieve herstart van de faciliterende rol die de EU speelt in de Kosovo-Servië dialoog. Het bezoek van Hoge Vertegenwoordiger Borrell onderstreept het belang dat de EU hecht aan het bereiken van voortgang in deze dialoog.

Midden-Oosten

De Raad zal spreken over de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten, met bijzondere aandacht voor het Amerikaanse plan voor het Midden-Oosten Vredesproces en het bezoek van Hoge Vertegenwoordiger Borrell aan Jordanië en Iran. Het kabinet verwelkomt de getoonde eensgezindheid van de EU in de reactie op het VS-plan1. Wat Nederland betreft is het belangrijk dat er een nieuwe impuls komt voor het vredesproces en dat partijen de weg terug naar de onderhandelingstafel vinden. Nederland en de EU zetten hierbij in op de twee-statenoplossing en onderstrepen het belang van de rol van het internationaal recht daarbij. Cruciaal is dat beide partijen geen eenzijdige stappen zetten die vrede moeilijker maken.

Het bezoek aan Iran van de Hoge Vertegenwoordiger kan in de ogen van het kabinet een goed startpunt bieden voor een discussie over de rol die de EU kan spelen bij verdere de-escalatie in de regio.

Relaties EU met de Afrikaanse Unie

De Raad zal spreken over de betrekkingen tussen de EU en de Afrikaanse Unie in het licht van de EU Afrikastrategie die half maart in de vorm van een Commissiemededeling wordt verwacht. De AU-EU ministeriële bijeenkomst, thans voorzien begin mei en de EU-AU Top die in oktober is voorzien, zullen daarbij belangrijke mijlpalen zijn. In de missiebrief van Commissievoorzitter Von der Leyen wordt Commissaris voor Internationale Partnerschappen Urpilainen verzocht een geïntegreerde strategie op te stellen voor de samenwerking met Afrika. De bedoeling is dat dit een interdisciplinaire strategie wordt. Zoals ook in de geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van december 2019 is gecommuniceerd (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2093), vindt Nederland het belangrijk dat het EU-Afrika partnerschap is gestoeld op de bevordering van democratie, mensenrechten en rechtsstaat en dat er samen wordt gewerkt op het thema klimaat. Dit verwacht het kabinet ook terug te zien in de EU Afrikastrategie. Daarnaast zal Nederland in de Raad pleiten voor verdere acties ter verbetering van het investeringsklimaat en voor alomvattende partnerschappen voor versterkte samenwerking op het gebied van migratie (inclusief terugkeerproblematiek).

Libië

De Raad zal opnieuw spreken over de ontwikkelingen in Libië met het oog op de opvolging van de internationale Libië-conferentie die op 19 januari jl. in Berlijn werd georganiseerd. Het kabinet verwelkomt de uitkomsten van de Berlijn-conferentie en benadrukt het belang van volledige implementatie, met in de eerste plaats een duurzaam staakt-het-vuren en de naleving van het VN-wapenembargo. Het kabinet acht een sterke en eensgezinde EU essentieel en moedigt de EU aan actief bij te dragen aan de opvolging van Berlijn. Zoals aan uw Kamer gemeld in het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 januari jl. (Kamerstuk 21 501-02, nr. 2111) heeft Hoge Vertegenwoordiger Borrell tijdens de Raad een aantal voorstellen gedaan met betrekking tot een Europese rol in het toezien op de naleving van het wapenembargo, onder andere door mogelijk een nieuwe focus van operatie Sophia te bezien. Nederland stelt zich in deze discussie constructief op en verwelkomt de actieve rol van de Hoge Vertegenwoordiger (conform de gewijzigde motie van het lid Van Ojik c.s., Kamerstuk 29 521, nr. 391).

India

De Minister van Buitenlandse Zaken van India, de heer Jaishankar, is door de Hoge Vertegenwoordiger uitgenodigd voor de lunch aansluitend aan de Raad. De Raad zal naar verwachting met de heer Jaishankar spreken over de agenda en de beoogde resultaten voor de EU-India Top die is voorzien op 13 maart in Brussel. Namens India zal premier Modi aan de top deelnemen.

De EU-India Top, de eerste top van de EU met een derde land sinds het aantreden van het nieuwe EU-leiderschap, is voor Nederland van groot belang. Het land is een belangrijk medestander op tal van mondiale dossiers zoals het beschermen van de op regels gebaseerde multilaterale orde, het tegengaan van de effecten van klimaatverandering en het waarborgen van het internationaal vrijhandelssysteem. De top biedt tevens de mogelijkheid om enkele zorgelijke ontwikkelingen op het gebied van mensenrechten (inclusief godsdienstvrijheid) in India te adresseren.