Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1889

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1889 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2018

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van 26 juni 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD ALGEMENE ZAKEN EN RAAD ALGEMENE ZAKEN ARTIKEL 50 VAN 26 JUNI 2018

Raad Algemene Zaken

Europese Raad

De RAZ zal de bijeenkomst van de Europese Raad van 28–29 juni a.s. voorbereiden. De ontwerpconclusies zijn op het moment van schrijven nog niet beschikbaar. Wel zijn ontwerprichtsnoeren voor de conclusies verspreid (document 8146/18). In de geannoteerde agenda voor de Europese Raad (ER) zal de kabinetsinzet in meer detail uiteen worden gezet. De Eurotop wordt niet door de RAZ voorbereid maar door de Eurogroep van 21 juni a.s.

Tijdens de ER zal gesproken worden over de herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielbeleid (GEAS). Nederland zal wederom het belang benadrukken van een goed functionerend en toekomstbestendig Europees asielsysteem met de juiste balans tussen solidariteit en verantwoordelijkheid.

De ER zal conform de conclusies van de ER van 14 december jl. spreken over de voortgang op het gebied van het Europese veiligheid en defensiebeleid. Daarbij zal worden ingegaan op PESCO (Permanent Gestructureerde Samenwerking), het Europese Defensiefonds, de EU-NAVO samenwerking, het civiele Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB) en de aanpak van hybride dreigingen (in het kader van de follow-up van de kwestie Salisbury). De inzet van Nederland is om bij deze ER ook conclusies aan te nemen op het terrein van militaire mobiliteit, waarbij de lidstaten zich committeren om op dit terrein in de komende jaren de nodige voortgang te boeken.

De ER zal conclusies aannemen op het gebied van banen, groei en concurrentievermogen. Deze zullen ingaan op het Europees Semester; dit wordt verderop nader toegelicht. Daarnaast zal het belang van eerlijke en effectieve belastingheffing aan de orde worden gesteld, waarbij in het bijzonder naar belastingheffing in de digitale economie wordt verwezen. Zoals is ingezet in het BNC fiche1 beschouwt het kabinet de voorstellen van de Commissie hieromtrent als een waardevolle bijdrage aan de mondiale discussies over dit onderwerp. Het heeft derhalve een positieve grondhouding ten aanzien van de voorstellen, maar is nog niet overtuigd van de inhoudelijke invulling hiervan. Ofschoon Nederland de voorkeur geeft aan maatregelen in OESO-verband, wil het kabinet zich constructief opstellen in discussies over de voorgestelde digitaledienstenbelasting.

De ER zal tevens conclusies aannemen op het gebied van innovatie, onderzoek en digitalisering. Deze onderwerpen zijn besproken tijdens een informeel diner van de leden van de Europese Raad voorafgaand aan de EU-Westelijke Balkan Top op 17 mei 2018. Voor het verslag van deze Top verwijs ik u naar het «Verslag van de informele Europese Raad Westelijke Balkan van 17 mei 2018», dat uw Kamer op 22 mei jl. toeging2.

De ER zal naar verwachting tevens spreken over handel. Het kabinet hecht eraan dat de Europese Unie het WTO-systeem verdedigt, alsmede bijdraagt aan voorstellen om het systeem te verbeteren. Het kabinet onderstreept dat het belangrijk is om in dialoog te blijven met de VS en steunt de inspanningen van de Europese Commissie.

De ER zal tevens spreken over de onderhandelingen over het MFK. Naar verwachting zal de nadruk daarbij liggen op het proces, waaronder de beoogde tijdslijn voor de onderhandelingen. Er is geen besluitvorming over noch substantiële behandeling van de inhoud van de gepubliceerde voorstellen voorzien. Het kabinet is zich bewust van de wens van de Commissie om snel tot een akkoord te komen, het liefst voor de verkiezingen van een nieuw Europees parlement in mei 2019. Voor het kabinet staat een goed en gebalanceerd akkoord voorop en is de inhoud dus leidend. Zie voor de stand van zaken op het MFK en de kabinetsinzet de toelichting hierboven op de MFK-bespreking op de Raad Algemene Zaken van 26 juni zelf.

Op het moment van schrijven is nog niet bekend welke buitenlandpolitieke onderwerpen op de ER zullen worden besproken.

Europees Semester

Op woensdag 23 mei jl. publiceerde de Europese Commissie haar voorstel voor land-specifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. Het Semester is het jaarlijkse proces waarin EU-lidstaten hun economisch en budgettair beleid coördineren. Het Semester combineert het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden en overheidsfinanciën met het bevorderen van economische groei in Europa. Over de appreciatie van het kabinet is uw Kamer separaat geïnformeerd3.

De voorgestelde aanbevelingen zullen worden behandeld in de Raad Werkgelegenheid, Sociaal Beleid, Volksgezondheid en Consumentenzaken (EPSCO-Raad) van 21 juni a.s. en in de ECOFIN-Raad van 22 juni a.s. Gezien de stand van de voorbereiding van deze Raden is het Europese krachtenveld op het moment van schrijven nog niet duidelijk. De RAZ zal de geïntegreerde land-specifieke aanbevelingen na goedkeuring ter bekrachtiging doorgeleiden aan de ER van 28–29 juni a.s., waarna de ECOFIN-Raad de aanbevelingen naar verwachting op 13 juli a.s. zal aannemen.

IIA BW implementatie

Bij dit agendapunt zal de stand van zaken bij de implementatie van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) Beter Wetgeven (BW) aan de orde komen, dat in april 2016 tussen de instellingen (Raad, Commissie en EP) is gesloten. Implementatie van het IIA BW moet leiden tot een transparanter, inclusiever en meer resultaatgericht wetgevingsproces. Op een aantal onderdelen van het IIA zijn het afgelopen jaar belangrijke stappen gezet. Er is een proefproject van start gegaan voor meer gebruik van Impact Assessments (IA’s) door de Raad in het wetgevingsproces. Tussen de instellingen (Raad, Commissie, EP, EDEO) vindt momenteel overleg plaats over verbeterde informatiedeling en samenwerking bij internationale overeenkomsten van de EU. Bestaande EU-wetgeving wordt thans aangepast aan het post-Lissabon rechtskader voor bevoegdheidsverlening aan de Commissie voor het vaststellen van secundaire regelgeving. Een register van gedelegeerde handelingen is inmiddels operationeel. Maar verdere stappen zijn noodzakelijk om de afspraken uit hoofde van het IIA BW volledig uit te voeren. Het kabinet hecht in dit verband vooral aan verbetering van de transparantie in het wetgevingsproces en aan meer innovatievriendelijke regelgeving met bijzondere aandacht voor de positie van het MKB.

Tijdens dit agendapunt zal ook de stand van zaken besproken worden van de implementatie van het one-stop-shop IT portal. Het optuigen van het one-stop-shop IT portal is een verplichting die voortvloeit uit het IIA BW. Voor het kabinet is transparantie van Europese besluitvorming erg belangrijk en het portal is wat het kabinet betreft essentieel voor het inzichtelijk maken van het Europese besluitvormingsproces en de bijbehorende documenten. Het portal is één van de maatregelen die wordt genoemd in het in 2015 op Nederlands initiatief tot stand gekomen non-paper over transparantie in de EU, waarbij Nederland samen met Denemarken, Estland, Finland, Slovenië en Zweden opgetrokken is. Het kabinet zet in op spoedige implementatie van het portal en zal tijdens deze Raad kritische vragen stellen over de vertraagde implementatie. Het kabinet zal dit agendapunt ook aangrijpen om te pleiten voor een brede bespreking in raadsverband binnen afzienbare tijd over de noodzaak tot het moderniseren van het transparantiebeleid in de Raad.

Uitbreiding

De Raad is voornemens conclusies aan te nemen over het jaarlijkse uitbreidingspakket van de Commissie. Voor de Nederlandse inzet zij kortheidshalve verwezen naar de kabinetsappreciatie van 26 april 20184.

Rule of Law

De Commissie heeft sinds de vorige RAZ geen verdere voortgang kunnen bereiken in de dialoog met Polen. De Commissie heeft daarom de Raad verzocht om, in lijn met de procedures binnen artikel 7.1 VEU, over te gaan tot het «horen» (hoorzitting) van de lidstaat Polen op 26 juni. Op dit moment vindt een discussie plaats over de wenselijkheid en vorm van die volgende stap. Wat Nederland betreft kan een dialoog niet het einddoel zijn. Zolang geen oplossing is gevonden, zijn wat Nederland betreft verdere stappen niet uitgesloten. Nederland steunt daarom het verzoek van de Commissie om tot een hoorzitting over te gaan.

MFK – Lunch met Commissaris Oettinger

De Raad zal met Commissaris Oettinger (onder andere verantwoordelijk voor de EU begroting), spreken over het Meerjarig Financieel Kader 2021-27 (hierna MFK). Na de publicatie van het Commissievoorstel op 2 mei jl. en de presentatie aan de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 14 mei jl. is het nu aan de Raad om zich over het voorstel te buigen. Dit geldt ook voor de verschillende verordeningen die de Commissie tussen 29 mei en 15 juni voor de deelterreinen onder het MFK publiceerde, zoals voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid en het Cohesiebeleid. In deze zogenoemde technische fase is het aan de lidstaten om opheldering te vragen om zo de voorstellen en impact adequaat te kunnen beoordelen. De formele onderhandelingen starten na deze eerste fase die naar verwachting tot na de zomer zal duren. De RAZ zal de komende periode regulier over het MFK spreken.

Met de Kamerbrief over de Kabinetsappreciatie van het Commissievoorstel van 1 juni 2018 heeft het kabinet zijn appreciatie van het Commissievoorstel voor het nieuwe MFK 2021–2027 toegelicht, in lijn met de integrale Nederlandse onderhandelingsinzet op het MFK (zoals vastgelegd in de Kamerbrief 22 december 20175). Deze Kabinetsappreciatie dient als integraal kader voor deze technische fase en de aankomende onderhandelingen. De Kabinetsappreciatie zal ook de basis vormen voor de Nederlandse deelname aan de lunch met Commissaris Oettinger. De Nederlandse inzet richt zich op significante aanpassingen van het voorstel, zowel wat betreft de omvang, inhoudelijke invulling als ook op de financiering. Het voorstel zoals dat nu voorligt is afgezet tegen deze maatstaven onvoldoende gebalanceerd. Het voorstel doet een goede eerste stap richting verdere modernisering, maar dit moet aanzienlijk ambitieuzer worden vormgegeven. Het voorstel leidt daarnaast tot een onevenredige lastenverdeling. Het is ook door deze bril dat het kabinet de Commissievoorstellen voor de sectorverordeningen zal beoordelen. Uw Kamer zal, via de reguliere BNC-procedure, deze appreciaties ontvangen.

RAAD ALGEMENE ZAKEN ARTIKEL 50

Stand van zaken

De Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling (RAZ Artikel 50) zal, in aanloop naar de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) op 28–29 juni 2018, de voortgang bespreken in de Brexit-onderhandelingen. Hoofdonderhandelaar Barnier zal een presentatie geven over de laatste stand van zaken in de Brexit-onderhandelingen.

Sinds de Europese Commissie en het VK op 19 maart 2018 een principeakkoord bereikten over een aantal belangrijke onderdelen van het terugtrekkingsakkoord (o.a. rechten van burgers, financiële afwikkeling en overgangsperiode) is in de Brexit-onderhandelingen helaas niet veel vooruitgang geboekt. Voor een aantal onderdelen ligt overeenstemming tussen de EU27 en het VK binnen handbereik, maar op een aantal andere belangrijke onderdelen is nog weinig voortgang geboekt. De onderhandelingen over governance van het terugtrekkingsakkoord (naleving, interpretatie, geschillen) en de Iers/Noord-Ierse grenskwestie verlopen stroef. Daarnaast is weinig voortgang gemaakt bij de voorbereiding van de politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen. Tijdens de RAZ van 14 mei 2018 benadrukte hoofdonderhandelaar Barnier daarom al de noodzaak om parallel verder te blijven werken aan de nog openstaande terugtrekkingsvraagstukken en de politieke verklaring over het kader van de toekomstige betrekkingen, maar ook om tegelijkertijd aandacht te blijven besteden aan de voorbereiding op het cliff edge scenario (contingency planning).

In de afgelopen weken heeft het VK een reeks policy papers en technical notes gepubliceerd waarin het VK meer duidelijkheid geeft over zijn onderhandelingspositie, bijvoorbeeld over gegevensbescherming, politie- en justitiesamenwerking, onderzoek en innovatie en Galileo. Een deel van de inhoud van die documenten betreft herhaling van reeds bekende posities die eerder door de regering van het VK werden uitgedragen in toespraken. De rode lijnen die de Britse regering eerder uiteen heeft gezet, blijven onveranderd. In enkele papers doet het VK concretere voorstellen. Het kabinet heeft met interesse kennisgenomen van deze verschillende policy papers en technical notes. Het is positief dat het VK met concretere voorstellen begint te komen. Niettemin blijven er nog veel vragen onbeantwoord die tijdens gesprekken tussen het VK en de Commissie verhelderd moeten worden. De positie van het VK blijft daarnaast nog steeds een vorm van «have your cake and eat it», waarbij het VK erop inzet om veel van de rechten van EU-lidmaatschap te behouden zonder de verplichtingen die daarbij horen te willen aanvaarden.

Ook is door het VK, in de technical note temporary customs arrangement, een alternatief voor de door de Europese Commissie in het Protocol over Ierland geformuleerde backstop opgenomen. Met dit alternatief pleit het VK impliciet om tijdelijk als geheel onderdeel uit te blijven maken van een douane-unie voor goederen. Deze «VK-brede backstop» zou dan op termijn worden vervangen door een oplossing in het toekomstige handelsakkoord tussen de EU27 en het VK. Het is positief om te zien dat het VK zich lijkt te committeren aan het voorkomen van een harde grens op het Ierse eiland, en dat de Britse regering zich heeft ingespannen om een dergelijk document te presenteren. De EU27 heeft bij monde van hoofdonderhandelaar Barnier aangegeven dat verdere bestudering van deze «VK-brede backstop» noodzakelijk is en tegelijkertijd laten weten dat het door het VK gepresenteerde alternatief veel vragen oproept en een harde grens op het Ierse eiland niet lijkt te kunnen voorkomen. Dit omdat de voorgestelde «VK-brede backstop» slechts tijdelijk van aard is en niets zegt over de toepassing van de interne marktregels, waarnaar wordt verwezen in het principeakkoord van de Commissie en het VK uit december 2017. Het voorstel ziet nu enkel op invoerheffingen. Om een harde grens op het Ierse eiland te kunnen voorkomen zijn aanvullende afspraken nodig op regelgevend gebied, bijvoorbeeld voor landbouw of energie-samenwerking.


X Noot
1

Kamerstuk 34 941, nr. 4

X Noot
2

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1341

X Noot
3

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1388

X Noot
4

Kamerstuk 23 987, nr. 243

X Noot
5

Kamerstuk 21 501-20, nr. 1282