Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1875

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1875 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2018

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken inclusief Art. 50 van 14 mei 2018.

De Minister van Buitenlandse Zaken, S.A. Blok

VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN EN RAAD ALGEMENE ZAKEN IN ARTIKEL 50 SAMENSTELLING VAN 14 MEI 2018

Raad Algemene Zaken (RAZ)

Geannoteerde agenda ER juni/voorbereiding ER

De Raad nam kennis van de concept-agenda van de Europese Raad (ER) van 28 en 29 juni (document 8104/18). Op deze concept-agenda worden migratie; veiligheid en defensie; banen, groei en concurrentievermogen (waaronder belastingen en mogelijk handel); innovatie en digitaal; Meerjarig Financieel Kader (MFK, procedureel) en externe betrekkingen genoemd als verwachte onderwerpen.

Een aantal lidstaten maakte van de gelegenheid gebruik opmerkingen te maken over de genoemde thema’s. Enkele lidstaten riepen op tot een akkoord over de herziening van het Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel (GEAS) in juni, terwijl andere lidstaten zich sceptisch toonden over de haalbaarheid hiervan. Ook werd gewezen op het belang van zowel de externe als de interne dimensie van migratie. Op het terrein van defensie riep een lidstaat op tot het behoud van momentum, en vroegen andere lidstaten aandacht voor specifieke elementen zoals hybride dreigingen, civiel GVDB, PESCO en militaire mobiliteit. Ten aanzien van digitaal en innovatie werd vooruitgekeken naar de Sofia-top. Enkele lidstaten riepen op tot een snel akkoord over digitale belastingen, waar andere lidstaten aangaven voorstander te zijn van een globale aanpak. Op handel werd het belang van EU-eenheid onderstreept. Wat de externe betrekkingen betreft riepen meerdere lidstaten op tot het bespreken van uitbreiding tijdens de ER. Ten aanzien van het MFK riep de Commissie op tot het hanteren van een ambitieuze tijdsplanning. Enkele lidstaten vroegen aandacht voor bespreking van de toekomst van de Eurozone en marge van de komende ER.

De inhoudelijke voorbereiding van de ER van 28-29 juni vindt plaats via de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 26 juni a.s. Uw Kamer wordt via de geannoteerde agenda voor die RAZ en de geannoteerde agenda van de ER geïnformeerd over de kabinetsinzet.

Compositie EP

De RAZ is als voorbereidend orgaan van de ER akkoord gegaan met het concept-besluit van het Europees parlement (EP) voor de samenstelling van het EP in de periode 2019–2024.

Een definitief besluit over de samenstelling van het EP is voorzien voor de ER in juni. De voorzitter van de ER zal op korte termijn in contact treden met het EP en het concept ER-besluit aan het EP ter goedkeuring voorleggen, zodat dit besluit tijdens de ER van juni formeel kan worden aangenomen. Zoals aangegeven in de geannoteerde agenda van deze Raad (Kamerstuk 21501–02, nr. 1864) is er in de ER van juni geen discussie over dit onderwerp meer voorzien.

Rule of Law Polen

De Europese Commissie heeft de Raad bijgepraat over de laatste ontwikkelingen in de dialoog met Polen over de rechtsstaat. De herhaalde oproep van lidstaten om tot concrete en tastbare resultaten te komen heeft geleid tot nieuwe contacten de afgelopen maand op technisch en politiek niveau. Polen heeft verschillende maatregelen doorgevoerd en een bereidheid getoond om nog andere wijzigingen door te voeren. De Commissie spreekt van contact in positieve sfeer. Tegelijkertijd stelt de Commissie dat met de aangenomen wetten nog niet alle bezwaren zijn weggenomen. Nederland en enkele andere lidstaten benadrukken dat het voeren van dialoog niet het doel mag worden. Alle lidstaten roepen vervolgens op tot inspanningen om de komende maand met spoed uitstaande bezwaren op te lossen. De Commissie kondigt aan tijdens de volgende RAZ met een eindoordeel te zullen komen ten aanzien van de voortgang. Het onderwerp keert terug op de RAZ van 26 juni.

Presentatie MFK-voorstel

De Commissie presenteerde haar voorstel voor het toekomstig Meerjarig Financieel Kader (MFK), zoals vervat in de MFK-verordening en de bijgaande mededeling die is gepubliceerd op 2 mei jl., aan de Raad. De kabinetsappreciatie van dit voorstel zal uw Kamer volgens de bestaande procedure toekomen. De RAZ was te kort na de publicatie van het MFK-voorstel om het in detail te bespreken en bood vooral een eerste gelegenheid om van gedachten te wisselen.

De Nederlandse reactie was conform de staande lijn met betrekking tot het toekomstig MFK, waarbij er wordt ingezet op een toekomstgericht, gemoderniseerd en financieel houdbaar MFK. Nederland heeft tijdens de RAZ te kennen gegeven dat het MFK-voorstel in haar huidige vorm niet acceptabel is. Een kleinere EU als gevolg van de uittreding van het Verenigd Koninkrijk zou een kleinere begroting moeten betekenen. Daarnaast moet het principe van Europese toegevoegde waarde leidend zijn voor het nieuwe MFK, waarbij strikte prioritering van belang is. Nederland gaf aan dat het huidige voorstel zowel op besparingen als op modernisering tekortschiet. Ten slotte benadrukte Nederland dat de lasten evenredig verdeeld moeten worden en de betalingsposities van landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau daarom niet uit elkaar mogen lopen. Het MFK staat op de agenda van de ER van 28-29 juni, waarbij de verwachting is dat vooral gesproken zal worden over de tijdlijn en het proces van de onderhandelingen. Er zijn voor deze bespreking geen conclusies voorzien.

Transparantie – verslag WPI 26 april

Voor het transparantiedeel van de Raadswerkgroep Informatie stonden, op initiatief van Nederland, onder andere het transparantie-initiatief van het Nederlands parlement (COSAC-paper) en het rapport van de Europese Ombudsman inzake transparantie in de Raad op de agenda. Op beide punten heeft Nederland uitgebreid geïntervenieerd langs de lijnen van de kabinetsappreciaties.1 Nederland heeft de agendering van deze beide rapporten aangegrepen om het belang van een breder debat over transparantie in de Raad te benadrukken. In zijn interventies werd Nederland gesteund door drie gelijkgezinde lidstaten. De meerderheid van de lidstaten heeft niet geïntervenieerd danwel een bijdrage geleverd aan de discussie. Dit heeft Nederland er niet van weerhouden om op de verschillende dossiers actief te (blijven) pleiten voor meer transparantie.

Meer specifiek heeft Nederland onder het punt over het COSAC-paper aandacht gevraagd voor het gebruik van de Limité-markering bij raadsdocumenten. Nederland heeft het belang van terughoudendheid benadrukt: documenten dienen in een zo vroeg mogelijk stadium waar mogelijk openbaar gemaakt te worden. Daarbij heeft Nederland aangegeven dat tussentijds moet worden herbeoordeeld of een document openbaar gemaakt kan worden. Tenslotte heeft Nederland de wens uitgesproken om de richtsnoeren voor de markering te herzien en voor aanpassing van het Reglement van Orde in het licht van de Access Info Europa zaak. In den brede heeft Nederland aangegeven dat er binnen de Raad een bredere discussie gevoerd dient te worden over transparantie in het wetgevende besluitvormingsproces in de Raad. Tijdens de bespreking van het rapport van de Europese Ombudsman wierp het Raadssecretariaat de vraag op of er een bredere discussie over transparantie gevoerd zou moeten worden door de Raad. Nederland heeft de vraag bevestigend beantwoord en gepleit, ongeacht het niveau waarop dit binnen de Raad zal gaan plaatsvinden, voor het belang van een technische en substantiële discussie over de aanbevelingen en conclusies uit het rapport.

Op de vraag van Nederland aan het voorzitterschap of de bespreking over de stand van zaken van het IIA Beter Wetgeven op de agenda staat van de RAZ in juni heeft het voorzitterschap geantwoord dat dit zeer waarschijnlijk het geval zal zijn.

Raad Algemene Zaken in Artikel 50-samenstelling (RAZ Artikel 50)

Stand van zaken Brexit

Tijdens de Raad Algemene Zaken in Artikel 50 samenstelling (RAZ Artikel 50) lichtte hoofdonderhandelaar Michel Barnier de stand van zaken toe in de onderhandelingen over de uittreding van het Verenigd Koninkrijk (VK) uit de EU. Sinds de Europese Raad in Artikel 50 samenstelling (ER Artikel 50) van 23 maart 2018 hebben er twee onderhandelingsrondes tussen de Commissie en het VK plaatsgevonden, maar is er geen of nauwelijks vooruitgang geboekt op belangrijke onderwerpen als de Iers/Noord-Ierse grenskwestie en de governance van het terugtrekkingsakkoord. Hoofdonderhandelaar Barnier benadrukte nogmaals het belang van eenheid binnen de EU27. Nothing is agreed until everything is agreed en voorbereidingen voor alle scenario’s (preparedness, ook voor een no deal scenario) blijven nodig, aldus de heer Barnier. Verder presenteerde de heer Barnier een overzicht om de gesprekken over het kader van de toekomstige betrekkingen te structureren. 2 In dit overzicht zijn opgenomen (i) een horizontaal kader voor governance (zoals geschillenbeslechting), samenwerking zoals die mogelijk is met derde landen op het gebied van handel, andere sociaaleconomische onderwerpen, interne en externe veiligheid, met binnen die pijlers een aantal mogelijke onderwerpen; (ii) samenwerking zoals die mogelijk is met derde landen in EU-programma’s zoals Horizon 2020 en (iii) unilaterale maatregelen die de EU ten aanzien van derde landen kan treffen, zoals equivalentie bij financiële dienstverlening en een adequaatheidsbesluit over gegevensbescherming.

De RAZ Artikel 50 sprak nogmaals zijn steun uit voor de heer Barnier en benadrukte het belang om de eenheid binnen de EU27 ook de komende maanden te bewaren. De RAZ Artikel 50 toonde zich onverminderd solidair met Ierland en schaarde zich achter het voornemen van de heer Barnier om alle nog openstaande punten, inclusief de Iers/Noord-Ierse grenskwestie, parallel met het VK te bespreken. Noodzakelijk hiervoor is dat het VK snel formele, gedetailleerde en realistische antwoorden op de belangrijkste openstaande kwesties presenteert. De RAZ Artikel 50 nam nota van de nog algemeen geformuleerde geannoteerde agenda van de ER Artikel 50 van 29 juni 2018.


X Noot
1

Zie brief van 23 februari 2018 (Kamerstuk 22 112, nr. 2498) en brief van 6 april 2018 (Kamerstuk 22 112, nr. 2533).