Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201821501-02 nr. 1802

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1802 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 december 2017

Hierbij bied ik u de geannoteerde agenda aan van de Raad Buitenlandse Zaken van 11 december 2017.

De Minister van Buitenlandse Zaken, H. Zijlstra

GEANNOTEERDE AGENDA RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 11 DECEMBER 2017

Irak

De Raad zal spreken over de politieke spanningen in Irak, in het bijzonder tussen de Iraakse overheid en de Koerdische Autonome Regio (KAR). In dit kader zal Nederland in de Raad pleiten voor de noodzaak van een constructieve dialoog tussen beide partijen, waarin op open wijze gesproken moeten worden over wederzijdse grieven, die ook langer teruggaan dan het referendum van 25 september jl. Deze dialoog komt vooralsnog onvoldoende van de grond. Nederland ziet mogelijkheden voor de EU als neutrale partner om een faciliterende en aanjagende rol in dit proces te spelen.

Daarnaast vraagt Nederland in de Raad in het bijzonder aandacht voor de bescherming van etnische en religieuze minderheden, waaronder christenen, in de strategie. Dit is ook relevant bij het vormgeven van inclusief bestuur in op IS bevrijde gebieden en in de hervormingen van nationale wetgeving.

In de post-conflictfase moet ook aandacht zijn voor accountability. Oorlogsmisdadigers, zowel van IS maar ook van andere strijdende partijen, moeten berecht worden d.m.v. een eerlijk proces. Dit is een voorwaarde voor verzoening, en noodzakelijk voor duurzame vrede en stabiliteit in Irak. Nederland zal het belang hiervan benadrukken in de Raad.

Nu IS nauwelijks nog gebied permanent in handen heeft, begint een nieuwe fase voor Irak. De inzet van de EU in deze veranderde situatie moet vorm krijgen in een nieuwe EU-Irak strategie. Deze zal begin 2018 worden gepubliceerd. Naar verwachting zal de EU in deze strategie streven naar een meer wederkerige relatie met Irak. Hier heeft Nederland in het verleden ook voor gepleit. Nederland zal in de Raad in het bijzonder aandacht vragen voor het opnemen van migratie en terugkeer in de nieuwe strategie. Nederland heeft zich samen met Duitsland in EU verband met succes ingezet om een migratiedialoog tussen de EU en Irak op gang te brengen. Nederland verwelkomt dan ook het plan van de EU om de samenwerking met Irak op het terrein van migratie te intensiveren. De Europese Commissie en de Europese Dienst voor Extern Optreden (EDEO) zullen daartoe in eerste instantie een technische missie naar Bagdad organiseren waar zij samen met Irakese autoriteiten de mogelijkheden zullen verkennen voor een breed migratiepartnerschap. Nederland zal pleiten voor een duidelijke focus binnen dit partnerschap, dat zich zowel op vrijwillige als gedwongen terugkeer zou moeten richten.

Midden-Oosten

De Raad zal spreken over de situatie in het Midden-Oosten, waarbij de nadruk zal liggen op de spanningen tussen Saoedi-Arabië en Iran. Deze spanningen zijn de afgelopen periode toegenomen na het onverwachte (tijdelijk) ontslag van de Libanese premier Hariri na het afvuren van een raket op Riyad vanuit Jemen. Het kabinet beziet deze ontwikkelingen met zorg. De verslechterende verhouding tussen beide landen heeft grote gevolgen voor de regio en raakt ook de Europese belangen. Landen als Libanon staan reeds voor zeer complexe uitdagingen waaronder de opvang van vluchtelingen. Ook de humanitaire situatie in Jemen stemt tot grote zorg. De negatieve consequenties van recente ontwikkelingen in de regio gelden niet alleen op het vlak van stabiliteit, maar belemmeren ook handelsmogelijkheden.

De Hoge Vertegenwoordiger onderhoudt goede relaties met zowel Riyad als Teheran en zou deze kunnen benutten om wederzijdse zorgen bespreekbaar te maken en in te zetten op de-escalatie. Waar het Iran betreft dienen de breed gevoelde zorgen over de rol in de regio geadresseerd te worden, evenals de zorgen over het ballistische raketprogramma. Deze zaken dienen los gezien te worden van het nucleaire akkoord (Joint Comprehensive Plan of Action, JCPOA), waarvan het IAEA recent voor de negende keer constateerde dat Iran aan alle voorwaarden voldoet. Het kabinet benadrukt dat het JCPOA in stand gehouden moet worden. Wat betreft Jemen zal Nederland, conform ook het gestelde tijdens de begrotingsbehandeling van Buitenlandse Zaken dd. 15 november 2017, tijdens de Raad opnieuw pleiten voor een zeer restrictief wapenexportbeleid naar landen in de regio die betrokken zijn bij de strijd in Jemen.

Mogelijk komt ook Libië ter sprake. De politieke crisis in Libië zorgt voor instabiliteit, onveiligheid en grote spanningen tussen verschillende milities en regionale groeperingen in Libië zelf. Nederland zal aangeven dat er maximaal druk moet worden uitgeoefend op de Libische partijen om tot een politieke oplossing te komen. Ook zal het kabinet, mede naar aanleiding van de schrijnende gevallen van slavernij die recentelijk in de media verschenen, aandacht vragen voor de omstandigheden van migranten, mensensmokkel en betere toegang voor internationale organisaties.

Afrika post AU-EU Top

De Ministers van Buitenlandse Zaken en voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking van de EU lidstaten zullen tijdens de Raad Buitenlandse Zaken in een gezamenlijke sessie terugblikken op de AU-EU Top, die plaatsvond op 29 en 30 november jl. in Abidjan, Ivoorkust. Zij zullen onder meer spreken over de opvolging van gemaakte afspraken, zoals vervat in de slotverklaring.

Aan de top namen 55 Afrikaanse landen en 28 EU-lidstaten deel, de meeste op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders, alsmede vertegenwoordigers van de AU, EU, regionale en sub-regionale organisaties. Het hoofdthema van de top was: Investing in Youth for Accelerated Inclusive Growth and Sustainable Development.

De Minister-President, de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking vertegenwoordigden Nederland op de top. De Nederlandse inbreng was gericht op drie punten: 1) migratie, met specifieke aandacht voor terugkeer; 2) investeringen gericht op het creëren van banen voor jongeren, met name in de landbouwsector; en 3) samenwerking op het gebied van vrede en veiligheid, het tegengaan van terrorisme, gewelddadig extremisme en georganiseerde misdaad.

Tijdens de top is uitgebreid gesproken over het stimuleren van private investeringen in Afrika om de economische groei te bevorderen. Dit moet leiden tot betere perspectieven en meer banen voor met name jongeren, waarbij Nederland de nadruk legt op de landbouwsector. Met deze investeringen wordt bijgedragen aan de aanpak van grondoorzaken van migratie. Nederland vestigde specifiek de aandacht op vrouwen en meisjes in de regio en vroeg aandacht voor investeringen in (toegankelijkheid van) seksuele en reproductieve gezondheid en rechten.

Het kabinet vindt het belangrijk dat tijdens de Top op het hoogste politieke niveau is gesproken over migratie. Het thema raakt zowel het Afrikaanse als het Europese continent. Nederland heeft krachtig ingezet op het tegengaan van irreguliere migratie, zoals de aanpak van smokkelnetwerken, het versterken van grensbewaking, terugkeer en het beschermen van de vaak kwetsbare migranten. Op de Top was er ook aandacht voor de positieve kanten van legale migratie, zoals minder menselijk leed, betere controle over migratiestromen, studiemogelijkheden, remittances en het versterken van de Europese arbeidsmarkt. Op de top is herbevestigd dat Afrikaanse landen hun internationale verplichtingen dienen na te komen op het terrein van terugname van hun landgenoten die niet rechtmatig verblijven in andere landen. Op het terrein van opvang in de regio is afgesproken dat er meer investeringen zullen plaatsvinden in gebieden die reeds grote aantallen migranten en vluchtelingen huisvesten. Van deze investeringen dienen ook de gastgemeenschappen te profiteren.

Naar aanleiding van de schrijnende gevallen van slavernij in Libië die recentelijk in de media zijn gekomen namen de staatshoofden en regeringsleiders een gezamenlijke verklaring aan waarin zij onder andere onderstreepten dat de strijd tegen mensensmokkelaars moet worden geïntensiveerd.

Op het gebied van vrede en veiligheid is gesproken over meer intensieve samenwerking om terrorisme, gewelddadig extremisme en georganiseerde misdaad tegen te gaan. De inzet was politiek commitment op het hoogste niveau en betere samenwerking op dit terrein, tussen AU, EU en VN. De AU heeft aangegeven meer verantwoordelijkheid te willen nemen. Nederland is in 2018 lid van de VN Veiligheidsraad en heeft de Top aangegrepen om het bijzondere belang van samenwerking met Afrikaanse partners te onderstrepen.

Het kabinet maakt tevens van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren dat de Minister-President voorafgaand aan de top een bezoek bracht aan Mali. Hij heeft daar gesproken met de Malinese president Keïta en een bezoek gebracht aan de Nederlandse troepen die zijn ingezet in de VN-missie MINUSMA. De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking bezocht daags voor de top Ghana. Zij sprak met vertegenwoordigers van dit partnerland voor ontwikkelingssamenwerking en bracht een bezoek aan enkele door Nederland gefinancierde programma’s. Na afloop van de top bracht de Minister-President samen met de Franse president Macron een bezoek aan Ghana voor politieke consultaties en bevordering van handel. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft en marge van de top de Nederlandse ambassade in Abidjan geopend.

G5 Sahel

De Ministers van Buitenlandse Zaken en Ministers voor Ontwikkelingssamenwerking zullen gezamenlijk spreken over de Sahel-regio. Deze bespreking vindt plaats voorafgaand aan de «internationale investeringsconferentie voor Veiligheid en Ontwikkeling in de Sahel». Deze zal in december of januari plaatsvinden in Brussel. Op de bijeenkomst zal worden gesproken over mogelijkheden om de regionale G5 Sahel troepenmacht te steunen en over de Alliance avec le Sahel.

Om de regionale veiligheid te bevorderen werd op 2 juli jl. de G5 Sahel troepenmacht opgericht door Burkina Faso, Mali, Mauritanië, Niger en Tsjaad, in de aanwezigheid van de Franse President Macron. De oprichting werd verwelkomd door de VN Veiligheidsraad alsook de Afrikaanse Unie Peace and Security Council. De troepenmacht richt zich op gezamenlijke operaties in de grensregio’s om zo terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit aan te pakken, de terugkeer van de overheid en publieke diensten te bevorderen; en de humanitaire toegang te verbeteren. De EU heeft, net als de vijf Sahellanden zelf, EUR 50 miljoen aan steun toegezegd.

Nederland staat positief tegenover dit Afrikaanse initiatief om gezamenlijk de grensoverschrijdende veiligheidsproblemen aan te pakken. Veiligheid in Afrika is van direct belang voor Nederland en Europa. De Sahel is een belangrijke transitieregio voor irreguliere migratie richting Europa met aanzienlijke veiligheidsrisico’s. Het is dan ook een belangrijke ontwikkeling dat de G5 Sahellanden gezamenlijke verantwoordelijkheid nemen voor de aanpak van grensoverschrijdende dreigingen.

Nederland heeft, zowel in EU als VN-verband en gezamenlijk met zijn Benelux-partners, succesvol aandacht gevraagd voor het belang van civiel toezicht op de troepenmacht. Samenwerking tussen de troepenmacht, politie-eenheden en de strafrechtketen is van belang om smokkelnetwerken effectief te kunnen bestrijden en mensenrechten te waarborgen. Nederland onderzoekt momenteel mogelijkheden om de G5 troepenmacht te steunen, waarbij ook nadrukkelijk aandacht wordt geschonken aan mensenrechten en civiel-militaire samenwerking.

Parallel aan de oprichting van de troepenmacht is de Alliance avec le Sahel in het leven geroepen, om de inzet van donoren in de Sahel beter te coördineren en te bestendigen en meer ontwikkelingsimpact te bereiken. Het betreft een initiatief van Frankrijk en Duitsland, waar ook het UN Development Programme (UNDP), de Europese Commissie, de AU en de Wereldbank zich bij aan hebben gesloten. Het initiatief staat nu ook open voor andere lidstaten. Nederland verwelkomt dit initiatief en is samen met Spanje en Italië uitgenodigd om als waarnemer deel te nemen aan de bijeenkomsten van de Alliance. En marge van de AU-EU top vond een tweetal bijeenkomsten plaats over dit initiatief: een technische bijeenkomst georganiseerd door de Afrikaanse Ontwikkelingsbank op 27 november jl. en een EU-G5 ministeriële op 28 november. Concrete deelname en steun aan het initiatief wordt momenteel nog overwogen, waarbij Nederland onder andere de samenhang met reeds bestaande initiatieven in de Sahel regio wil bezien.

Raadsbesluit ter oprichting van PESCO

Tijdens de RBZ van 13 november jl. ondertekenden 23 lidstaten de gezamenlijke notificatie voor permanent gestructureerde samenwerking (PESCO)(Kamerstuk 21 501-02, nr. 1791). Hiermee maakten zij formeel kenbaar aan PESCO te zullen deelnemen. De verwachting is dat enkele andere lidstaten zich hier nog bij zullen aansluiten. De Raad streeft ernaar op 11 december a.s. het besluit te nemen waarmee PESCO formeel wordt opgericht. Het streven is ook om overeenstemming te bereiken over een lijst van eerste PESCO-projecten die begin volgend jaar zullen worden opgestart. Het Nederlandse voorstel voor het verbeteren van de militaire mobiliteit in de EU staat op de lijst, evenals enkele andere projecten waarin Nederland interesse heeft, zoals op het gebied van logistiek en medische capaciteiten. De Raad neemt mogelijk een aparte verklaring aan over de projecten. Onder de lidstaten is brede steun voor PESCO.

Ontmoeting Netanyahu

Voorafgaand aan de Raad Buitenlandse Zaken van 11 december a.s. organiseert de Hoge Vertegenwoordiger een informele ontmoeting met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu. Dit zal een gelegenheid zijn om van gedachten te wisselen over het Midden-Oostenvredesproces, de relatie tussen de EU en Israël en de ontwikkelingen in de regio.

Overig

Top Oostelijk Partnerschap

Op 24 november jl. vond in Brussel de Oostelijk Partnerschap Top plaats. Aan de Top namen deel staatshoofden en regeringsleiders en Ministers van Buitenlandse Zaken van de EU-28 en de zes OP-landen. Veel landen spraken enerzijds tevredenheid uit over de voortgang bereikt sinds de vorige top in Riga (2015), maar wezen anderzijds op de belangrijke stappen die in de partnerlanden nog gezet moeten worden. Daarnaast was een groot aantal landen kritisch over het optreden van Rusland in de regio, waarbij sommigen wezen op het belang van onafhankelijke media en het vergroten van resilience van de bevolking. De Top bevestigde het belang van het initiatief van de Europese Commissie en EDEO «20 deliverables for 2020», waarover ik u in mijn brief van 6 november jl. heb bericht (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1261). De komende jaren zal aan de implementatie van deze resultaatsgebieden worden gewerkt.

Tijdens de vergadering heeft Nederland gewezen op het grote belang van ontwikkeling van de rechtsstaat en respect voor mensenrechten. Beide zijn essentieel voor economische ontwikkeling. Deze Nederlandse aandachtspunten werden door veel EU-partners gedeeld. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft in het gesprek met zijn Wit-Russische collega zijn zorg uitgesproken over de doodstraf.

Aan het eind van de Top werd bijgevoegde slotverklaring aangenomen. Voor Nederland was van groot belang dat daarin een verwijzing naar het besluit van de 28 Staatshoofden en regeringsleiders van de EU Lidstaten van 15 december 2016 met betrekking tot het EU-Oekraïne Associatie Akkoord was opgenomen. In dit besluit is immers vastgelegd dat het Associatieakkoord Oekraïne niet de status van kandidaat-lidstaat voor toetreding tot de Unie verleent en geen toezegging tot de toekomstige verlening van die status aan Oekraïne inhoudt.

Mensenrechten

Naar aanleiding van het agendapunt over Irak, in het bijzonder de bescherming van etnische en religieuze minderheden in de Irak-strategie, waaronder christenen, neemt het kabinet deze gelegenheid om de Kamer te informeren over de uitvoering van de motie-Voordewind c.s. (Kamerstuk 34 775 V nr. 29), waarin wordt verzocht vanuit het Mensenrechtenfonds gedurende deze kabinetsperiode de inzet voor godsdienstvrijheid te intensiveren. De uitvoering van deze motie zal worden betrokken bij de jaarlijkse mensenrechtenrapportage die in mei 2018 zal verschijnen. Dit geldt ook voor de motie de motie Sjoerdsma c.s. (Kamerstuk 34 775 V nr. 26), waarin uw Kamer verzoekt binnen het Mensenrechtenfonds middelen vrij te maken om Nederlandse en buitenlandse journalisten in nood te ondersteunen. In deze mensenrechtenrapportage zal tevens, in het licht van het regeerakkoord en voornoemde moties, de accentwijziging van het Nederlands buitenlands mensenrechtenbeleid worden uitgewerkt. Hiermee wordt voldaan aan het verzoek van de vaste Commissie voor Buitenlandse Zaken van 27 oktober jl. inzake termijn toezending mensenrechtennota.