Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201721501-02 nr. 1687

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1687 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 oktober 2016

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 18 oktober 2016.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

VERSLAG RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 18 oktober 2016

Voorbereiding Europese Raad

Migratie

De Raad Algemene Zaken (RAZ) sprak ter voorbereiding op de Europese Raad (ER) van 20 en 21 oktober over migratie. Verschillende lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten het belang van Europese verantwoordelijkheid en solidariteit bij de implementatie van gemaakte afspraken. Lidstaten moeten uitvoering geven aan onder meer de Europese besluiten met betrekking tot herplaatsing en hervestiging. Ook is door verschillende lidstaten gesproken over het belang van het versterken van de Europese buitengrenzen. De Europese Grens- en Kustwacht zal hier een belangrijke bijdrage aan leveren. Verschillende lidstaten benadrukten het belang van urgentie bij de behandeling van de Commissievoorstellen voor hervorming van het Gemeenschappelijk Europese Asielstelsel.

De Raad besteedde tevens aandacht aan de externe dimensie van migratie, mede naar aanleiding van de voortgangsrapportage die de Commissie deze week uitbracht over de uitvoering van het partnerschapsraamwerk op het gebied van migratie (COM(2016) 700). Onder dit raamwerk zet de EU zich onder meer in om brede migratiepartnerschappen (zogenoemde compacts) te ontwikkelen met een vijftal belangrijke herkomst- en transitlanden in Afrika (Ethiopië, Mali, Niger, Nigeria en Senegal). Het doel van deze compacts is om irreguliere migratiestromen naar Europa onder controle te brengen en terugkeer te bevorderen. Dit gebeurt via een geïntegreerde inzet van instrumenten. Verschillende lidstaten benadrukten dat het belangrijk is om ook met andere belangrijke herkomst- en transitlanden de migratiesamenwerking te intensiveren. Nederland pleitte in dit kader aandacht voor versterkte samenwerking met Noord-Afrikaanse landen.

Zoals toegezegd door de Minister-President in het Kamerdebat over de Europese Raad van 20 en 21 oktober (Handelingen II 2016/17, nr. 11, debat over de Europese top van 20 en 21 oktober 2016), heeft Nederland er bij de Commissie op aangedrongen in haar volgende rapportage over de implementatie van de EU-Turkije Verklaring van 18 maart jl. aandacht te besteden aan alle benchmarks van de Roadmap visumliberalisatie, niet alleen aan de benchmarks die nog open staan. De Commissie erkende het belang om de gehele voortgang van Turkije in het visumliberalisatietraject te beoordelen in de volgende rapportage.

Handel

De RAZ voerde ter voorbereiding op de Europese Raad een brede discussie over handelsvraagstukken. Gesproken werd onder andere over het handelsakkoord tussen de EU en Japan. Ook werd gesproken over modernisering van de handelsbeschermingsinstrumenten (Trade Defense Instruments). Nederland, ondersteund door verschillende lidstaten, benoemde het belang van modernisering welke op gebalanceerde wijze doorgevoerd zou moeten worden. Het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) met Canada is wegens gelijktijdige bespreking in de Raad Buitenlandse Zaken Handel, behalve een verwijzing naar deze bespreking, niet aanbod gekomen tijdens de RAZ.

Rusland

Met het oog op de bespreking van Rusland in de Europese Raad benadrukte een aantal lidstaten het belang van Europese eenheid en balans tussen druk en dialoog. Hierbij werd verwezen naar de vijf principes voor omgang met Rusland die in de Raad Buitenlandse Zaken in maart jl. zijn vastgesteld. M.b.t. de situatie in het Oosten van Oekraïne werd gesteld dat de uitkomst van het Normandië-overleg (avond van 19 oktober in Berlijn, tussen staatshoofden/regeringsleiders van Duitsland, Frankrijk, Oekraïne en Rusland) bij de Europese Raad besproken zal worden. De Europese Raad zal geen besluit nemen over sanctieverlenging en er zijn geen Raadsconclusies inzake Rusland voorzien. Verschillende lidstaten spraken zorg uit over het Russische optreden van de afgelopen weken in Syrië, in het bijzonder in Aleppo. De Europese Raad zal ook de situatie in Syrië bespreken en daarover Raadsconclusies aannemen.

Namens het kabinet kondigde de Minister van Buitenlandse Zaken aan dat de Minister President tijdens de Europese Raad zal spreken over de uitslag van het Oekraine referendum (cf. motie Pechtold c.s. met Kamerstuk 34 550, nr. 13).

Het Voorzitterschap heeft aangekondigd dat de Slowaakse premier in de Europese Raad kort zal ingaan op de follow-up van de Bratislava Top. In dit kader verwijst het kabinet naar de Kamerbrief over de inzet op de Bratislava Top (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1143), waarmee tevens invulling is gegeven aan de moties Omtzigt c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1135) en Voordewind c.s. (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1130).

MFK review

Zoals toegezegd in de Kamerbrief van 30 september jl. over de tussentijdse evaluatie (ook wel mid-term review) van het meerjarig financieel kader (MFK) (Kamerstuk 21 501-20, nr. 1160), wordt uw Kamer middels de RAZ-verslagen geïnformeerd over de voortgang van de onderhandelingen, zowel in de RAZ zelf, als in de hiertoe opgerichte Friends of the Presidency (FoP) groep. Tijdens de discussies in de FoP van de afgelopen weken stelden lidstaten vooral veel vragen aan de Commissie ter verduidelijking van de gedane voorstellen. Nederland benadrukte hierbij dat er aanvullende informatie nodig is en dat de huidige financiële onderbouwing van voorgestelde investeringen onvoldoende is.

In de RAZ bevestigden de lidstaten de noodzaak middelen vrij te spelen voor nieuwe prioriteiten, met name migratie en veiligheid, evenals groei en werkgelegenheid. Echter, het werd duidelijk dat er over veel onderdelen van de tussentijdse evaluatie nog geen overeenstemming is. Een grote groep lidstaten (waaronder Nederland en gelijkgestemde lidstaten) stelt dat de MFK-plafonds niet overschreden of omzeild mogen worden. Voorgestelde investeringen moeten daarom worden gefinancierd door middel van herschikking. De speciale instrumenten moeten binnen de MFK-plafonds worden gefinancierd en meer flexibiliteit mag niet leiden tot een hoger risico op overschrijding van de MFK-plafonds. Hier staat een andere grote groep lidstaten tegenover(met name netto-ontvangende lidstaten). Deze groep pleit voor het behouden van de huidige investeringen van de EU. Deze groep is dan ook geen voorstander van herschikking maar wel van het financieren van de speciale instrumenten boven het plafond.

Uit de besprekingen is gebleken dat er weinig steun is voor het voorstel van de Commissie om een nieuwe Crisisreserve op te richten, om te kunnen reageren op met name humanitaire rampen of veiligheidsrisico’s binnen de EU wanneer alle andere middelen hiervoor zijn uitgeput. Veel lidstaten, waaronder Nederland, zien de toegevoegde waarde van zo’n nieuw instrument niet en stellen dat bestaande flexibiliteitsmogelijkheden binnen het MFK voldoende moeten zijn om te kunnen blijven reageren op onvoorziene omstandigheden. Er is wel brede steun voor het inzetten van de zogenaamde contingency margin (een ingebouwde marge, in te zetten als laatste redmiddel voor onvoorziene omstandigheden) om een deel van de aanvullende activiteiten in het kader van migratie en veiligheid in 2017 te kunnen financieren.

Het voorzitterschap zet nog steeds in op een akkoord over de tussentijdse evaluatie voor het einde van het jaar. De evaluatie zal opnieuw op de agenda van de RAZ in november staan.

Implementatie IIA

Tijdens de Raad Algemene Zaken is het voorzitterschap kort ingegaan op de implementatie van het IIA. Het voorzitterschap heeft daarbij verslag gedaan van de voortgang over de uitwerking van de transparantievoorstellen in het IIA en de bespreking van de prioriteiten ten aanzien van het Commissie Werkprogramma 2017 met het Europees Parlement en de Commissie. Voorts heeft het Voorzitterschap aangekondigd eerste gesprekken te zullen voeren met het Europees Parlement en de Commissie over de wijze waarop samenwerking en informatiedeling in het kader van de Verdragen kan worden verbeterd; de jurisprudentie van het Hof op dat punt is daarbij richtinggevend.