Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201521501-02 nr. 1446

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1446 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 december 2014

Hierbij bied ik u het verslag aan van de Raad Algemene Zaken van 16 december 2014.

De Minister van Buitenlandse Zaken, A.G. Koenders

VERSLAG VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN VAN 16 DECEMBER 2014

Voorbereiding ER van 18–19 december 2014

Met het oog op de Europese Raad van 18 en 19 december 2014 gaven Ministers hun visie op de ontwerpconclusies voor deze Europese Raad (documentnummer 14869/14). De Europese Raad zal zoals bekend gericht zijn op verdere inspanningen om groei, werkgelegenheid en Europese concurrentiekracht te bevorderen.

In dit kader werd gesproken over het investeringsplan van Commissievoorzitter Juncker om over de periode 2015–2017 een bedrag van 315 miljard euro aan financiering voor investeringen te mobiliseren. Hierbij werd door de Commissie de noodzaak van het katalyseren van publieke en private financiering voor investeringen benadrukt. Nederland heeft in de discussie aandacht gevraagd voor investeringen in onderzoek, innovatie en onderwijs. Het kabinet erkent het belang van investeringen, maar benadrukt tegelijkertijd de samenhang met en noodzaak tot structurele hervormingen en begrotingsconsolidatie voor het stimuleren van economische groei. Dit ondersteund door een verdere verdieping van de interne markt. Over de inhoud van de mededeling «Een investeringsplan voor Europa» en de visie van het kabinet op deze mededeling is uw Kamer geïnformeerd per brief van de Ministers van Financiën en Economische Zaken (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1202).

Tijdens de Europese Raad gaat ook aandacht uit naar de strijd tegen belastingontwijking. Nederland verwelkomde de strijd tegen belastingontwijking en een verdere discussie over maatregelen hierop in EU-verband en binnen de OESO, waaraan het actief zal meedoen. Het kabinetsstandpunt is eerder toegelicht in de brief van de Staatssecretaris van Financiën van 1 december jl. (Kamerstuk 25 087, nr. 80) en in de beantwoording van de schriftelijke vragen die zijn gesteld naar aanleiding van het algemeen overleg Ecofin (Kamerstuk 21 501-07, nr. 1213).

Uitbreiding stabilisatie en associatieproces

De Raad sprak uitgebreid over het uitbreidingspakket 2014 van de Europese Commissie van 8 oktober jongstleden. De Raad nam conclusies aan1, die een goede weerslag vormen van de kritische analyse in de voortgangsrapportages2. De conclusies van de Raad onderstrepen de Nederlandse visie ten aanzien van het uitbreidingsproces: de voornaamste uitdagingen in het uitbreidingsproces – waaronder met name de versterking van de rechtsstaat – moeten vroeg in het proces worden aangepakt en implementatie en track-record zijn leidend voor het bepalen van voortgang. Met bettreking tot Macedonië bleek het, net als de voorgaande vijf jaar, onmogelijk om tot een unaniem besluit te komen om toetredingsonderhandelingen met dit land te openen, noch om te komen tot een alternatieve manier om de zorgwekkende impasse in het toetredingsproces te doorbreken. De Raad zal zich in 2015, op basis van een rapport van de Europese Commissie, opnieuw over de kwestie buigen.

Uitbreidingsstrategie

De Raad bevestigt in zijn conclusies het belang van een uitbreidingsproces dat gebaseerd is op strikte en faire conditionaliteit en eigen verdienste, evenals de capaciteit van de Unie om nieuwe leden te integreren. De inspanningen van de Commissie om fundamentele hervormingen vroeg in het proces te adresseren worden door de Raad verwelkomd. De Raad heeft hierbij bijzondere waardering voor de nadruk die wordt gelegd op de drie pijlers: rechtsstaat, economie en openbaar bestuur. Landen dienen deze fundamentele kwesties, gelinkt aan de Kopenhagen-criteria, met vastberadenheid aan te pakken. De rechtsstaat is hierin van centraal belang, ook voor economische ontwikkeling en het creëren van een gunstig ondernemings- en investeringsklimaat, en de vele uitdagingen op dit gebied dienen door de uitbreidingslanden krachtig en met prioriteit te worden aangepakt. Er is waardering voor de versterkte inzet op hervorming van het openbaar bestuur, om politisering aan te kaarten en transparantie, verantwoording, professionaliteit en effectiviteit te vergroten.

De Raad tekent aan dat ook het versterken van het functioneren en de onafhankelijkheid van democratische instituties essentieel is, waaronder het verzekeren van een constructieve, inclusieve en duurzame politieke dialoog in het parlement en met het maatschappelijk middenveld. De Raad verwelkomt de toegenomen aandacht van de Commissie voor het belang van economisch bestuur en concurrentievermogen, die zijn weerslag zal krijgen in de voorbereiding van landenspecifieke economische hervormingsprogramma’s. De reflectie van het Europees Semesterproces in de nieuwe aanpak ten aanzien van economisch bestuur wordt door de Raad aangemoedigd. Hierbij dient speciale aandacht uit te gaan naar accurate en betrouwbare statistische gegevens. De Raad roept eveneens op tot nauwere samenwerking op het gebied van energiezekerheid, zowel wat betreft infrastructuur als het diversifiëren van toevoerbronnen. Ontwikkelingen voorbij de grenzen van de Unie vragen tevens om nauwere samenwerking op het gebied van buitenlandbeleid. De Raad benadrukt in dit kader het belang van toenemende aansluiting bij EU-posities, in het bijzonder waar grote gezamenlijke belangen in het spel zijn, zoals met betrekking tot Rusland en Oekraïne.

Turkije

De discussie in de Raad concentreerde zich in belangrijke mate op de ontwikkelingen in Turkije. Nederland gaf aan dat de recente arrestaties van journalisten en invallen bij media een schending betreffen van de fundamentele rechten en de gemeenschappelijke waarden van de Unie waartoe Turkije zelf wil behoren en deed het voorstel een expliciete verwijzing hiernaar op te nemen in de conclusies. Ministers spraken hier brede steun voor uit, evenals voor de krachtige veroordeling van HV Mogherini en Commissaris Hahn, die verklaarden dat deze acties indruisen tegen de democratische beginselen waarop de Unie is gestoeld. Commissaris Hahn heeft na het gebeurde direct gesproken met de Turkse Minister voor Europese Zaken Bozkir en voorgesteld de Raad van Europa onderzoek te laten doen naar respect voor de rechtsstaat. In de conclusies wordt benadrukt dat het Turkse optreden het respect voor mediavrijheid, een kernprincipe van de democratie, in twijfel trekt. De Raad vermeldt nog eens expliciet dat voortgang in de toetredingsonderhandelingen afhangt van respect voor de rechtsstaat en fundamentele rechten. Nederland heeft tijdens de Raad eveneens gewezen op de prestatiebeloning die in de nieuwe IPA-verordering is verankerd en ervoor gepleit dat de ontwikkelingen consequenties zouden moeten hebben voor de financiële steun aan Turkije. De Commissie steunde de Nederlandse oproep om kritisch te blijven kijken naar hoe we IPA-geld uitgeven en hierin de belangen van de Unie scherp in het oog te houden. Hoewel er geen steun was onder andere lidstaten om verdergaande stappen ten aanzien van IPA te zetten, bevatten de conclusies in de algemene IPA-paragraaf wel een verwijzing naar de relatie tussen voortgang in de implementatie van de pre-accessie strategie en financiële assistentie vanuit het pre-toetredingsinstrument. Het is aan de Commissie terzake voorstellen te doen. Nederland heeft daarbij zijn positie duidelijk gemarkeerd.

Tegelijkertijd benadrukt de Raad dat Turkije een belangrijke partner is voor de Unie en eveneens een belangrijke regionale rol heeft. Actieve en geloofwaardige toetredingsonderhandelingen blijven de beste manier om het volle potentieel van de EU-Turkije relaties te benutten. Het is aan Turkije om voortgang in deze onderhandelingen te bewerkstellingen, door de vereisten van het onderhandelingsraamwerk te vervullen en door aan zijn verdragsrechtelijke verplichtingen jegens de EU te voldoen. Het verklaarde Turkse commitment aan het EU-toetredingsproces werd verwelkomd, waarbij de Raad benadrukt uit te kijken naar de concrete opvolging en uitvoering van de nieuwe EU-strategie en begeleidende actieplannen. De voortgang in implementatie van hervormingen uit voorgaande jaren werd verwelkomd, evenals de inwerkingtreding van de EU-Turkije terug-en overname-overeenkomst en de voortgang in het kader van het visumliberalisatietraject.

De Raad roep Turkije op zich te committeren aan goede betrekkingen met buurlanden en de vreedzame oplossing van conflicten, alsmede de soevereiniteit van lidstaten over hun territoriale wateren te respecteren. Opnieuw spreekt de Raad teleurstelling uit over het in gebreke blijven bij de uitvoering van het Ankara-protocol, evenals het uitblijven van voortgang in de normalisering van relaties met Cyprus.

De Raad dringt er bij Turkije met klem op aan te werken aan hervormingen die voor adequate checks en balances zorgen om fundamentele rechten te waarborgen. Daarbij noemt de Raad in het bijzonder vrijheid van gedachte, meningsuiting en van de media, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en respect voor mensenrechten, inclusief de rechten van vrouwen, kinderen, minderheden, vrijheid van religie en eigendomsrechten. In de conclusies spreekt de Raad eveneens zorgen uit over de ongepaste overheidsinmenging in de rechterlijke macht, de regelmatige wijzigingen in wetgeving zonder gepaste consultatie van betrokken actoren, evenals over de beperkingen in toegang tot informatie. De Raad pleit voor intensievere samenwerking op het gebied van de rechtsstaat en fundamentele rechten om de toenadering tot EU standaarden te vergroten en toekomstige discussies op deze terreinen te bespoedigen. Tot slot spreekt de Raad teleurstelling uit over de reactie van de regering op de corruptieaantijgingen eind 2013, die serieuze twijfel doet rijzen over de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechterlijke macht en een toenemende intolerantie voor politieke oppositie, publiek protest en kritische laten zien.

Montenegro

De Raad verwelkomt de voortgang in de toetredingsonderhandelingen en verwijst daarbij in het bijzonder naar de opening van de rechtsstaatshoofdstukken. De voortgang in de versterking van de onafhankelijkheid en efficiëntie van de rechterlijke macht, de recente benoeming van de nieuwe hoofdaanklager, evenals de versterking van het wettelijk kader voor de bescherming van fundamentele rechten worden verwelkomd. De Raad spreekt eveneens zijn tevredenheid uit over de getroffen maatregelen ten behoeve van de strijd tegen corruptie. Montenegro komt nu in een fase waarin sterke politieke wil vereist is om verdere tastbare en duurzame resultaten te boeken. De Raad zal nauwlettende aandacht blijven hebben voor de voortgang ten aanzien van de rechtsstaatshoofdstukken, die bepalend is voor het algemene tempo van de onderhandelingen, conform de bepalingen in het onderhandelingsraamwerk.

De Raad wijst een aantal tekortkomingen aan die voortvarend en effectief dienen te worden aangepakt. In het bijzonder dient Montenegro meer aandacht te besteden aan de implementatie van nieuwe wetgeving en het opbouwen van een solide track record ten aanzien van rechtsstaat. Hierbij benadrukt de Raad onder andere de strijd tegen corruptie, ook op het hoogste niveau. Daarnaast roept de Raad Montenegro op de nodige maatregelen te nemen om de vrijheid van meningsuiting en van de media beter te beschermen en wordt het belang van een constructieve politieke dialoog tussen alle politieke partijen benadrukt. Ook moet Montenegro zijn ambtenarenapparaat professionaliseren en depolitiseren. Ten slotte dringt de Raad erop aan dat Montenegro maatregelen neemt ter bestrijding van de hoge werkloosheid en ter verbetering van het ondernemingsklimaat in het land.

Servië

De Raad verwelkomt de start van toetredingsonderhandelingen met Servië op 21 januari 2014 en prijst het land voor zijn goede voorbereiding en getoonde betrokkenheid tot dusverre. De Raad stelt met tevredenheid vast dat de rechtsstaathoofdstukken vroeg in het onderhandelingsproces worden geadresseerd. De Raad verwelkomt de voortgang in de hervorming van het openbaar bestuur, de hervorming van de rechterlijke macht en de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Actieve Servische deelname in regionale ordehandhavingssamenwerking leidde tot effectieve resultaten in the strijd tegen georganiseerde misdaad. Met tevredenheid neemt de Raad kennis van het ambitieuze pakket aan economische en structurele hervormingen.

De Raad moedigt Servië aan verdere stappen te zetten in het vergroten van de effectiviteit en onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en in het opbouwen van een track record in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad. Speciale aandacht is nodig voor het volledige respect voor fundamentele rechten, waaronder bescherming en non-discriminatie van de meest kwetsbare groepen en minderheden. Eveneens zijn verdere stappen vereist in het tegengaan van discriminatie op grond van seksuele oriëntatie of genderidentiteit. De Raad toont zich bezorgd over achteruitgang in de volledige uitoefening van de vrijheid van meningsuiting. Servië dient eveneens de inclusiviteit en transparantie van het toetredingsproces proactief te stimuleren. De dialoog met Kosovo heeft significante vooruitgang gezien en de Raad roept Servië op de actieve en constructieve houding in het normaliseringsproces vast te houden. De implementatie van alle gemaakte afspraken zal de Raad scherp blijven monitoren. Het betreffende hoofdstuk dient vroeg en gedurende het onderhandelingsproces te worden behandeld en voortgang dient parallel te lopen met de algemene voortgang in onderhandelingen.

IJsland

De Raad roept in herinnering dat de IJslandse regering in mei 2013 besloot de onderhandelingen op te schorten en herbevestigt klaar te staan de onderhandelingen te hervatten, mocht IJsland hiertoe besluiten.

Macedonië

In de conclusies van de Raad wordt aangegeven dat het land een hoog niveau van alignment met het wettelijke acquis kent. Tegelijkertijd worden ook serieuze zorgen uitgesproken over de toenemende politisering van staatsinstituties en groeiende tekortkomingen ten aanzien van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en mediavrijheid. Het uitblijven van voortgang op deze kwesties heeft de duurzaamheid van hervormingen aangetast, aldus de Raad. De Raad noteert dat terugkerende politieke crises de noodzaak tonen van constructieve en inclusieve politieke dialoog. Het is de verantwoordelijkheid van zowel de regering als de oppositie ervoor te zorgen dat het politieke debat voornamelijk plaatsvindt in het parlement en dat het parlement goed kan functioneren. Ook wordt het belang van de spoedige oplossing van de naamskwestie en het onderhouden van goede betrekkingen met buurlanden benadrukt.

In de conclusies geeft de Raad aan in grote lijnen de analyse te delen dat Macedonië nog steeds in voldoende mate voldoet aan de politieke criteria en neemt nota van de aanbeveling van de Commissie om toetredingsonderhandelingen te openen. Een grote groep lidstaten sprak tijdens de Raad zijn teleurstelling uit over het opnieuw uitblijven van een positief besluit over het openen van onderhandelingen en benadrukte het belang van een spoedige, diepgaande discussie over de impasse in het toetredingsproces van Macedonië. Ook Nederland had kunnen instemmen met een dergelijk besluit, mede vanuit het oogpunt dat in dit specifieke geval juist het openen van onderhandelingen Macedonië terug op het juiste spoor zou zetten. Dit bleek echter opnieuw niet haalbaar. Hierop werd besloten op enig moment in 2015 terug te komen op deze kwestie, op basis van een update van de Commissie over de implementatie van hervormingen en tastbare stappen in de bevordering van goede betrekkingen met buurlanden en de oplossing van de naamskwestie.

Albanië

De Raad verwelkomt de voortgang die Albanië het afgelopen jaar heeft geboekt, hetgeen in juni jl. heeft geleid tot de toekenning van de kandidaat-lidstatus. De Raad noemt positieve stappen op onder meer het gebied van de bestrijding van georganiseerde misdaad en de hervorming van de rechterlijke macht. De Raad benadrukt tegelijkertijd dat Albanië nog voor grote uitdagingen staat: het land moet nog grote stappen zetten in de hervorming van het openbaar bestuur en van de rechterlijke macht en in het aankaarten van tekortkomingen ten aanzien van vrijheid van meningsuiting, mediavrijheid en bescherming van minderheden en eigendomsrechten. Verdere doortastende stappen zijn nodig in de strijd tegen corruptie en georganiseerde misdaad met het oog op het opbouwen van een solide track record van onderzoeken, vervolgingen en veroordelingen. De Raad benadrukt de noodzaak tot constructieve samenwerking tussen de regering en oppositie. Het politieke debat behoort bovenal in het parlement plaats te vinden.

Bosnië-Herzegovina

De Raad is ernstig bezorgd over de stilstand in het EU-integratieproces van Bosnië-Herzegovina als gevolg van een gebrek aan politieke wil bij politieke leiders om de hiervoor noodzakelijke hervormingen op te pakken. De Raad verwelkomt daarom de hernieuwde EU aanpak zoals vastgelegd in de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 december 20143. Meerdere lidstaten, waaronder Nederland, benadrukten dat deze hernieuwde inzet niets afdoet aan het algemeen geldende principe van strikte conditionaliteit in het toetredingsproces.

De initiatieven van de Commissie gericht op hervormingen en kwestie die in het direct belang van de Bosnische burgers zijn, worden door de Raad verwelkomd, evenals de toegenomen aandacht voor de strijd tegen corruptie en de intensievere samenwerking met internationale financiële instellingen in een «Compact for Growth and Jobs». De Raad merkt op dat de oprichting van een effectief coördinatiemechanisme voor EU-kwesties de interactie van het land met de EU ten goede zou komen, onder meer met betrekking tot financiering uit het pre-toetredingsinstrument (IPA). Voortgang op dit terrein zou het mogelijk maken opnieuw toegang te krijgen tot de volledige beschikbare financiële middelen, die voor de periode 2014–2017 met 50% zijn gekort. De Raad roept Bosnië op snel en daadkrachtig te handelen in reactie op zijn conclusies van 15 december 2014.

Kosovo

De Raad neemt nota van de parafering van de EU-only Stabilisatie- en Associatieovereenkomst in juli jl. en de intentie van de Commissie om de voorstellen voor ondertekening en afronding van dit eerste brede akkoord tussen de EU en Kosovo zo snel mogelijk voor te leggen. De Raad verwelkomt het einde van langdurige politieke patstelling in Kosovo en de formatie van de nieuwe instituties op 9 december 2014. De Raad roept de nieuwe autoriteiten op zo snel mogelijk de hervormingsagenda nieuw leven in te blazen en de dialoog met Servië weer op te pakken. De Raad benadrukt de noodzaak van een focus op implementatie van hervormingen om de verplichtingen uit de Stabilisatie en Associatieovereenkomst ten uitvoer te leggen. Daarbij moet Kosovo vooral aandacht besteden aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie. Daarnaast dient Kosovo de noodzakelijke maatregelen nemen in het kader van de visumdialoog, waaronder het verkleinen van de veiligheids- en migratierisico’s als gevolg van potentiële visumliberalisatie. Ten slotte wordt Kosovo opgeroepen urgente structurele economische hervormingen door te voeren, evenals belangrijke electorale en openbaar bestuurshervormingen. De dialoog met Servië heeft significante vooruitgang gezien en de Raad roept Kosovo op de actieve en constructieve houding in het normaliseringsproces vast te houden. De implementatie van alle gemaakte afspraken zal de Raad scherp blijven monitoren.

Bezoek HV Mogherini aan Turkije

Zoals toegezegd aan uw Kamer tijdens het Algemeen Overleg van 10 december jl. over het uitbreidingspakket, volgt hieronder nadere informatie over het bezoek van Hoge Vertegenwoordiger Mogherini aan Turkije.

Op 8 december jl. bezocht HV Mogherini Ankara. Zij werd vergezeld door de Commissarissen Hahn (Nabuurschap en uitbreidingsonderhandelingen) en Stylianides (Humanitaire Hulp). Zij voerden gesprekken met onder andere president Erdoğan, premier Davutoğlu, Ministers Cavusoğlu en Bozkır en met academici. HV Mogherini heeft tevens gesproken met de leider van de Koerdische partij HDP Demirtas en met vicepremier Akdoğan over de Koerdische kwestie. Commissaris Hahn heeft gesprekken gevoerd met vicepremier Babacan, Minister van Justitie Bozdağ en oppositieleiders Kılıçdaroğlu en Demirtas. Op 9 december bezochten HV Mogherini en Commissaris Stylianides een vluchtelingenkamp in Gaziantep.

Beide zijden hebben het belang van de betrekkingen tussen de EU en Turkije herbevestigd en aangegeven hieraan een nieuwe impuls te willen geven. Tegelijkertijd zetten beide partijen in op een verbreding van betrekkingen, met het toetredingsproces als kern, onder andere ten aanzien van de douane-unie, de visumdialoog en de dialogen over het GBVB- en macro-economische ontwikkelingen en hervormingen. Turkse gesprekspartners hadden daarbij herhaaldelijk gesteld dat de EU het grootste Turkse beleidsdoel is. Politieke criteria waren in de gesprekken door de Europese zijde opgebracht. HV Mogherini had hierbij in het bijzonder vrouwenrechten opgebracht, naar aanleiding van recente uitspraken van president Erdogan hierover. HV Mogherini had Turkije er voorts op aangesproken dat het zich steeds minder aansluit bij EU-verklaringen in het kader van het GBVB. Turkije had tijdens het bezoek om ondersteuning van de EU gevraagd bij de opvang van Syrische vluchtelingen. Zo had de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoğlu gemeld dat van de 500.000 Syrische kinderen in Turkije op dit moment minder dan 1/3 (150.000) onderwijs krijgt.

Rechtsstatelijkheid

Tijdens de RAZ zijn conclusies van de Raad en lidstaten over rechtsstatelijkheid aangenomen. De conclusies voorzien erin dat binnen Raadskader een dialoogmechanisme wordt ingesteld om op reguliere wijze tussen de lidstaten van gedachten te wisselen om de rechtsstatelijkheid binnen de EU en haar lidstaten te bevorderen. Ook wordt de mogelijkheid gecreeerd over specifieke thema’s te debatteren indien dit nodig is. De rechtsstatelijkheidsdialoog zal eens per jaar plaatsvinden in de Raad Algemene Zaken en worden voorbereid door Coreper. Eind 2016 zal een eerste evaluatie van het nieuwe dialoogmechanisme plaatsvinden; voor die tijd zullen er dus twee reguliere jaarlijkse dialogen plaatsvinden, de tweede tijdens het Nederlands Voorzitterschap in de eerste helft van 2016. De conclusies benadrukken het belang van objectiviteit in de discussie, het beginsel van gelijke behandeling en non-discrimatie alsmede de synergie met bestaande instrumenten en het werk van overige EU-instellingen en internationale organisaties op dit terrein.

Het kabinet is zeer ingenomen met de conclusies, die in belangrijke mate te danken zijn aan de inzet van Nederland en de gelijkgezinde partners Duitsland, Finland en Denemarken op dit terrein, alsmede de inzet van het Italiaans Voorzitterschap. Het kabinet onderstreept het belang van de fundamentele stap die met deze conclusies genomen is, waarin de Raad haar eigen verantwoordelijkheid op dit terrein neemt. De rechtsstaat is essentieel voor de werking van de Unie en van groot belang voor functioneren interne markt. Dit is een zaak voor alle instellingen van de Unie en lidstaten, en dus ook voor de Raad. Nederland had graag ambitieuzer conclusies gezien, bijvoorbeeld door een duidelijker verwijzing naar de mogelijkheid van ad hoc dialogen over acute bedreigingen voor de rechtsstaat in EU-lidstaten, maar dit resultaat was gezien het krachtenveld niet haalbaar. Het kabinet kijkt uit naar de concrete implementatie van de conclusies door inkomende voorzitterschappen, zodat de door het kabinet gewenste cultuur van dialoog op dit terrein vorm kan krijgen. Nederland zal hierbij een actieve rol blijven spelen, zowel bij de voorbereiding van de reguliere jaarlijkse dialogen als bij eventuele thematische debatten. Hierbij zal het kabinet nadrukkelijk de samenwerking met de inkomende voorzitterschappen, de Europese Commissie, het Europees parlement en de Raad van Europa opzoeken. Het kabinet hecht ook zeer aan de evaluatieclausule die de Raad in staat zal stellen op basis van opgedane ervaring te bezien hoe het dialoogmechanisme verder ontwikkeld kan worden.

Bij de behandeling van dit agendapunt heeft Nederland – evenals in de Raad Buitenlandse Zaken daags tevoren – aandacht gevraagd voor het recente rapport van de Amerikaanse Senaatscommissie over de verhoorpraktijken van de CIA in de periode 2001–2009 en aangegeven dat dit onderwerp een verband heeft met de discussie over de Rule of Law. Het kabinet is geschokt door de bevindingen van de commissie. De beschreven praktijken zijn zeer ernstig en in strijd met internationale mensenrechtenstandaarden. Het kabinet steunt de inspanningen van de Amerikaanse regering om bij de bestrijding van terrorisme mensenrechten en, waar toepasselijk, internationaal humanitair oorlogsrecht te respecteren. De publicatie van dit rapport en de reactie hierop van de Amerikaanse regering getuigen van een cruciaal vermogen tot kritisch zelfonderzoek en zijn een belangrijke stap voor het waarborgen van onze gemeenschappelijke waarden in de toekomst. Het stelt alle betrokkenen in staat om lessen te trekken uit fouten die in het verleden zijn gemaakt. Het kabinet heeft zich altijd uitgesproken tegen het overbrengen van op onrechtmatige wijze gedetineerde terrorismeverdachten door de CIA. In lijn daarmee heeft Nederland consistent gewezen op de verantwoordelijkheid van nationale autoriteiten, ook in Europa, om onderzoek te doen naar gevallen van vermeende betrokkenheid.

Jaarlijkse en meerjarige programmering en wetgevingsplanning

Tijdens de RAZ is kort gesproken over het Commissiewerkprogramma 2015 dat diezelfde dag door de Commissie gepresenteerd werd. De kabinetsappreciatie van dat werkprogramma zal uw Kamer in januari toegaan.Het voorzitterschap heeft in de afgelopen weken gesprekken gevoerd met de Europese Commissie en het Europees parlement over toekomstige meerjarige programmering en wetgevingsplanning. Naar aanleiding van deze besprekingen heeft de RAZ Raadsconclusies besproken waarmee de Raad haar bereidheid uitdrukt nader te willen onderhandelen met de twee andere instellingen om tot een inter-institutionele overeenkomst te komen voor jaarlijkse en meerjarige programmering en wetgevingsplanning. Zoals bekend hecht het kabinet eraan dat in een dergelijke overeenkomst de onderlinge verhouding en samenwerking tussen de instellingen op een evenwichtige wijze worden vastgelegd, op een wijze die optimaal recht doet aan de taken en verantwoordelijkheden van alle instellingen.

Uitkomst Friends of the Presidency

Het Italiaanse voorzitterschap heeft het rapport van de Friends of Presidency gepresenteerd (documentnummer 16544/14). Het voorzitterschapsrapport betreft een samenvatting van de besprekingen van de Friends of Presidency groep, die vier keer bijeen is gekomen. Uit het verslag blijkt dat de kabinetsinzet op verschillende punten brede steun vindt binnen de Raad, in het bijzonder ten aanzien van betere verankering van het subsidiariteitsprincipe in het Europees besluitvormingsproces en grotere transparantie ten aanzien van gedelegeerde handelingen. Het voorzitterschap stond tijdens de RAZ langer stil bij het deel van het eindrapport waarin wordt ingegaan op de voorbereiding en de opvolging van de Europese Raad. Door het inkomende voorzitterschap zal moeten worden bezien op welke wijze opvolging wordt gegeven aan het rapport.

Samenstelling comité van de regio’s

Tijdens de RAZ is met unanimiteit een besluit aangenomen over de samenstelling van het Comité van de Regio’s, nadat hierover in Coreper overeenstemming was bereikt. De samenstelling voor de komende termijn dient volgens het Verdrag van Lissabon te worden aangepast van 353 naar 350 zetels. Met de betrokken lidstaten is hierover een compromis bereikt. Met het besluit verliezen Luxemburg, Cyprus en Estland ieder één zetel. In het besluit is opgenomen dat het huidige besluit geen precedent vormt voor de samenstelling van andere Europese organen en is een sterke herzieningsclausule opgenomen. Het besluit zal voor het begin van de volgende termijn van het Comité in 2020 herzien worden. Bij die herziening zal rekening worden gehouden met het huidige besluit en een verdere vermindering van zetels zal niet van toepassing zijn op de lidstaten die geraakt worden door het huidige besluit. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk dienden een stemverklaring in waarin zij stellen dat de huidige zetelverdeling niet geheel bevredigend is, met name wat betreft het demografische criterium en dat hier bij de herziening voor 2020 rekening mee gehouden dient te worden.

Evaluatie 2020 strategie

De Raad nam nota van een syntheserapport over de Europa2020-strategie. In dit rapport heeft het Italiaanse voorzitterschap de uitkomsten van de besprekingen in de diverse vakraden over de evaluatie van de Europa 2020-strategie samengebracht. In het syntheserapport is de Nederlandse inzet – een gefocuste strategie, sterkere verankering van verdieping van de interne markt en versterkte governance – goed herkenbaar. Nederland ziet uit naar de voorstellen van de commissie voor verbetering van de strategie.

De Commissie presenteerde in het kader van het Europees Semester de jaarlijkse groeivooruitzichten (Annual Growth Survey, AGS), langs de drie prioriteiten van (1) investeringen, (2) structurele hervormingen en (3) fiscale consolidatie. Vervolgens lichtte de Commissie kort haar voorstellen toe voor het stroomlijnen van het Europees Semester. Het inkomend Lets voorzitterschap liet weten een «roadmap» voor te bereiden van besprekingen in de relevante Raden de komende maanden. Op de Europese Raad in maart 2015 zal het Lets voorzitterschap met een synthese rapport komen.

Strategische Agenda: Union as a strong global actor

Het Italiaanse voorzitterschap lichtte kort de nota (16384/14) toe, die ten behoeve van de bespreking van het vijfde hoofdstuk van de Strategische Agenda «The Union as a strong global actor» in nauwe samenwerking geschreven met de Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid werd opgesteld. Er werden door lidstaten geen inhoudelijke opmerkingen bij het rapport geplaatst.

De Commissie onderstreepte het belang van goede en stabiele relaties van Europa met haar buren en verwees daarbij naar de situatie in onder meer Oekraine, Syrië en Irak en het risico van een «spill over» naar de bredere regio. Het bestendigen van partnerschappen met buurlanden is zeker ook tegen die achtergrond van belang. Ook een actief handelsbeleid en ontwikkelingssamenwerking verdienen de aandacht bij het streven naar een geïntegreerd en consistent extern beleid. De EU dient alle beschikbare instrumenten te benutten, aldus de Commissie.


X Noot
2

Zie tevens de Kabinetsappreciatie van het Uitbreidingspakket, Kamerstuk 23 987 nr. 146, 31 oktober 2014.

X Noot
3

http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/EN/foraff/146259.pdf en zie verslag Raad Buitenlandse Zaken van 15 december 2014.