Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201421501-02 nr. 1390

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1390 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 juni 2014

Hierbij bied ik u het verslag aan van de informele Raad Algemene Zaken van 30 mei 2014.

De Minister van Buitenlandse Zaken, F.C.G.M. Timmermans

Verslag informele Raad Algemene Zaken, 30 mei 2014, Athene

De informele Raad Algemene Zaken (RAZ) wisselde van gedachten over de wijze waarop de werkmethoden van de Raad, het Europees Parlement (EP) en de Commissie verbeterd kan worden, alsmede over de rol van de RAZ in het Europese beleidsvormingsproces. De discussie vond plaats tegen de achtergrond van de uitslag van de recente EP-verkiezingen.

Interinstitutioneel Akkoord over relaties tussen Raad, Europees Parlement en Commissie

Vele delegaties meenden dat het resultaat van de EP-verkiezingen moet worden opgevat als een aansporing van het electoraat tot hervorming van de EU. Er was een grote mate van overeenstemming om nu met spoed de beleidsprioriteiten te bepalen en daarbij tegelijkertijd na te denken over de beste manier van uitvoering, en pas daarna keuzes te maken over kandidaturen voor Europese functies. Daarbij werd in verschillende toonaarden gerefereerd aan de discussie en uitkomst van de informele ER van 27 mei, en de afsluitende persconferentie van de voorzitter van de ER (Kamerstuk 21 501-20, nr. 879 d.d. 28 mei 2014).

Uit de interventies bleek een groeiende consensus dat aangaan door de Raad van onderhandelingen met het EP over de uitbreiding van het bestaande Framework Agreement (FA) tussen EP en Commissie weinig perspectief biedt. De meeste lidstaten neigden naar steun voor een update en uitbreiding van het bestaande Interinstitutioneel Akkoord (IIA) «Beter wetgeven» uit 2003, waarbij in de discussie de elementen aan de orde kwamen zoals ook zijn genoemd in de geannoteerde agenda (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1384 d.d. 21 mei 2014).Geen lidstaat sprak zich uit voor een directe relatie tussen EP en ER. De ER heeft geen wetgevende bevoegdheden en wordt gecontroleerd door de nationale parlementen. De Raad dient de gesprekspartner van het EP te blijven.

De gedachte aan clustering van de Commissie en betere koppeling aan politieke prioriteiten vond brede weerklank, waarbij een klein aantal lidstaten aandacht vroeg voor het ontstaan van tweederangs commissarissen en aantasting van de autonomie van de (voorzitter van) de Commissie. Het a.s. Italiaanse voorzitterschap zal terugkomen op het functioneren van de instellingen.

Rol van de Raad Algemene Zaken in EU-beleidsvorming

De gedachte om de RAZ een grotere rol te laten spelen in de voorbereiding en in het bijzonder de opvolging van de conclusies van de ER kreeg brede instemming. Tevens werd steun uitgesproken voor het mede door Nederland gehouden pleidooi voor een eerdere en beter gestructureerde betrokkenheid van de Raad bij de opstelling van het jaarlijkse Werkprogramma van de Commissie.

De gedachte om de discussies in de RAZ meer te doen functioneren als forum voor beleidsdialoog, bijvoorbeeld door agendering van actuele – horizontale – thema's zoals migratie, mobiliteit, mensenrechten en rechtsstatelijkheid, maar ook meer aandacht voor de institutionalia en thema's als subsidiariteit en proportionaliteit, werd door een groot aantal lidstaten verwelkomd. De verhoudingen tussen de ER en de RAZ en de bredere discussie over de werkwijze van de RAZ zullen door het inkomende Italiaanse Voorzitterschap verder worden geagendeerd.