Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201221501-02 nr. 1140

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1140 BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 april 2012

Hierbij bieden wij u aan het verslag van de Raad Algemene Zaken van 26 maart 2012.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, H. P. M. Knapen

VERSLAG VAN DE RAAD ALGEMENE ZAKEN D.D. 26 MAART 2012

Meerjarig Financieel Kader

Tijdens de Raad Algemene Zaken (RAZ) van 26 maart jl. is de door het Deense voorzitterschap voorgestelde «onderhandelingsbox» voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) besproken. Zoals door het voorzitterschap aangekondigd, spitste de discussie zich toe op een aantal specifieke onderdelen van de onderhandelingsbox:

  • Categorie 1: het deel onderzoek, onderwijs & innovatie. Over het deel structuurfondsen en infrastructuur zal tijdens de RAZ van april worden gesproken;

  • Categorie 3: veiligheid en justitie (inclusief immigratie, asiel & grensbewaking) en burgerschap;

  • Categorie 4: extern beleid;

  • Categorie 5: administratieve uitgaven.

Tevens is als horizontaal thema gesproken over de vraag welke fondsen binnen en buiten het MFK geplaatst moeten worden.

Voorafgaande aan de RAZ zat Nederland een overleg van gelijkgezinde lidstaten voor, waaraan naast Nederland ook het VK, Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk, Finland, Tsjechië, Zweden, Italie en Denemarken deelnamen (deze lidstaten zitten bij toerbeurt dit overleg voor). Doel van het Gelijkgezinden-overleg is afstemming van een gezamenlijke inzet ten aanzien van de MFK-besprekingen in de RAZ. Zo werd dit maal afgesproken om tijdens deze RAZ-bijeenkomst eenstemmig in te brengen dat het MFK-plafond zoals voorgesteld door de Commissie fors omlaag moet. Een meerderheid van de Gelijkgezinden, inclusief Nederland, noemde daarbij nadrukkelijk een bedrag van minimaal 100 miljard euro. Een groot deel van de andere lidstaten gaf evenwel te kennen het Commissievoorstel ten aanzien van het plafond te kunnen steunen.

Ook bracht Nederland namens de Gelijkgezinden in dat de onderhandelingsbox beter de belangrijkste, op de toekomstgerichte prioriteiten zou moeten reflecteren. Het gaat dan om prioriteiten als (1) een effectief en renderend Horizon2020 programma (het nieuwe Innovatie en Onderzoek programma dat het huidige Zevende Kaderprogramma zal vervangen); (2) versterkt Europees asiel- en migratiebeleid en betere grensbewaking; (3) minder bureaucratie door vereenvoudiging van regelgeving en beter financieel beheer en verantwoording; (4) duidelijke voorwaarden voor de inzet van innovatieve financiële instrumenten en; (5) vermindering van administratieve uitgaven door onder andere minder ambtenaren en structurele hervorming van salarissen, toelagen en pensioenen. Nederland deed hiertoe namens de Gelijkgezinden enkele tekstvoorstellen voor de onderhandelingsbox.

Daarnaast werd door een deel van de Gelijkgezinden, inclusief Nederland, maar ook gesteund door enkele Cohesielanden, een verklaring uitgebracht waarin wordt gepleit voor afschaffing van het Europees Globaliseringsfonds.

Ten aanzien van Categorie 1 benadrukten met name de gelijkgezinde lidstaten het belang van excellentie als beginsel voor het toewijzen van fondsen voor onderzoek en innovatie. Verschillende Cohesielanden gaven juist aan te hechten aan een meer evenwichtige toegang tot Horizon2020 fondsen. Nederland onderstreepte in dit verband tevens dat bij het zoeken naar bezuinigingen de middelen voor Horizon2020 zoveel mogelijk moeten worden ontzien.

Ten aanzien van Categorie 3 beklemtoonden verschillende lidstaten, net als Nederland, dat binnen deze categorie vooral het veiligheid-deel prioriteit heeft. Nederland pleitte eveneens voor twee subheadings, zodat de uitgaven voor beide onderdelen (veiligheid en burgerschap) duidelijk zichtbaar worden in het MFK.

Wat betreft Categorie 4 spraken verschillende lidstaten zich uit voor een specifiek percentage voor ODA-uitgaven, terwijl enkele andere lidstaten daar tegen waren. De meeste lidstaten benoemden toetreding en nabuurschapsbeleid als prioritair thema, enkele lidstaten deden dat ook met betrekking tot Afrika. Nederland benadrukte in dit verband dat prioriteit moet liggen bij: (1) nabuurschap; (2) stabiliteit en mensenrechten; en (3) meer differentiatie: hulp moet gaan naar de armste mensen in de armste landen.

Op Categorie 5 intervenieerden de meeste gelijkgezinde lidstaten stevig conform de afgesproken lijn. Verschillende Cohesielanden namen het juist op voor het Commissievoorstel.

Wat betreft horizontale kwesties pleitten verschillende lidstaten voor vereenvoudiging van procedures voor toegang tot fondsen die via het MFK worden gefinancierd. Meerdere lidstaten, met name de gelijkgezinde, waren van mening dat alle fondsen onder het MFK moeten worden geplaatst. Daarbij spant Nederland zich ervoor in dat ook het Europees Ontwikkelingsfonds binnen de EU-begroting wordt opgenomen. Slechts enkele lidstaten ondersteunen deze wens.

Naar aanleiding van de discussie in de RAZ zal het Deense voorzitterschap de tekst van de onderhandelingsbox aanpassen en voorleggen aan de eerstvolgende bijeenkomst in mei.

Follow-up ER 1-2 maart

De RAZ sprak kort over de follow-up die gegeven wordt aan de Europese Raad van 1-2 maart jl. De Commissie en het Deense voorzitterschap benadrukten het belang van het Europees semester en de uitvoering door de lidstaten van de landenspecifieke aanbevelingen. Voor het verdere verloop van het Europees Semester wordt verwezen naar de geannoteerde agenda voor deze RAZ-bijeenkomst (Kamerstuk 21 501-02, nr. 1134).

Wat betreft groei en concurrentievermogen wees de Raad nogmaals op de noodzaak de interne markt te vervolmaken, met name de interne markt voor digitale diensten en energie. Benadrukt werd dat ownership op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders essentieel is om de doelstellingen die we ons zelf ter zake van de Europese binnenmarkt hebben gesteld, ook daadwerkelijk te verwezenlijken. En daarnaast is vanzelfsprekend van belang dat bestaande interne markt-regelgeving door lidstaten juist en volledig wordt geïmplementeerd.

De Commissie meldde dat ze – in lijn met de conclusies van de maart-ER – momenteel werkt aan een scoreboard voor het benchmarken en monitoren van de inspanningen van lidstaten op het terrein van de interne markt. Er vond geen discussie plaats; geen van de lidstaten intervenieerde.