Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 1083

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1083 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 augustus 2011

Graag bied ik u hierbij het verslag aan van de Informele Raad Algemene Zaken van 28 en 29 juli jl. te Sopot.

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Verslag Informele Raad Algemene Zaken Sopot d.d. 28 en 29 juli 2011

Meerjarig Financieel Kader

Op 28 en 29 juli vond in Sopot, Polen de informele Raad Algemene Zaken plaats, waar voor het eerst na het verschijnen van de Commissievoorstellen voor het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2014–2020 over dit onderwerp van gedachten werd gewisseld.

De besprekingen vonden plaats in drie ronden, waarbij in de eerste ronde Commissaris Lewandowski nogmaals de inhoud van de Commissievoorstellen uiteenzette, zoals eerder in de formele Raad Algemene Zaken van 18 juli jl. (Kamerstukken 21 501-02, nr. 1082).

In de tweede ronde werd het Europees Parlement de gelegenheid gegeven haar standpunt ten aanzien van het MFK uit te leggen. Voor het EP waren aanwezig: Alexander Alvaro, Goran Farm, Salvador Garriga Polledo en Anne Jensen. De leden van het EP schetsten in hoofdlijnen de positie van het EP, zoals weergegeven in de resolutie die het EP hierover op 8 juni jl. aannam. De leden waarschuwden ervoor de onderhandelingen enkel te voeren op basis van wie hoeveel betaalt en terugkrijgt en benadrukten dat het EP een meer Europese positie kon innemen dan lidstaten, die rekening moeten houden met nationale belangen. Ook verdedigden de leden de voorstellen van de Commissie voor nieuwe Eigen Middelen en bepleitten zij een stijging van het Europese budget met 5 procent, waarbij de uitgaven voor landbouw en structuurfondsen op het niveau van 2013 gehouden worden.

In de derde ronde, waar de leden van het EP niet bij waren, werd lidstaten de mogelijkheid gegeven te reageren op de Commissievoorstellen. Alle lidstaten erkenden het Commissievoorstel als basis voor de onderhandelingen, waarbij sommigen het als minimum zagen, terwijl anderen het voorstel te hoog vonden. Verschillende lidstaten refereerden daarbij aan de forse bezuinigingen die nationale overheden moeten doorvoeren om hun begrotingen op orde te brengen. De lidstaten gaven aan de doelstellingen van de Europa 2020 strategie voor meer economische groei, duurzaamheid en werkgelegenheid als leidend te zien voor de Europese uitgaven, waarbij de toegevoegde waarde van Europees optreden echter wel steeds moet worden aangetoond. Meerdere landen steunden de voorstellen voor nieuwe Eigen Middelen of gaven aan deze serieus te willen bestuderen, terwijl anderen bedenkingen hadden. Sommige landen gaven aan tegen afdrachtencorrecties te zijn.

Nederland heeft in de discussie onder andere aangegeven dat het voorstel van de Commissie goede aanknopingspunten biedt voor het bereiken van een akkoord over het MFK dat recht doet aan de Nederlandse inzet. Het voorgestelde plafond acht Nederland evenwel te hoog. Dit komt mede doordat er additionele instrumenten buiten het Meerjarig Financieel Kader worden geplaatst, waar Nederland geen voorstander van is. Verder is de voorgestelde correctie op de afdrachten, hoewel een belangrijke erkenning dat Nederland een excessieve betaler is, nog te laag.

Het kabinet heeft een reactie op de Commissievoorstellen in voorbereiding. Deze zal uw Kamer in september toegaan.