Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201121501-02 nr. 1005

21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken

Nr. 1005 BRIEF VAN DE MINISTER EN DE STAATSSECRETARIS VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 6 december 2010

Graag bieden wij u hierbij aan de geannoteerde agenda van de Raad Buitenlandse Zaken van 13 december 2010.

De minister van Buitenlandse Zaken,

U. Rosenthal

De staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

H. P. M. Knapen

Westelijke Balkan

De Raad Buitenlandse Zaken (RBZ) zal spreken over actuele politieke ontwikkelingen in de Westelijke Balkan. De ministers zullen naar verwachting met name aandacht besteden aan Bosnië-Herzegovina en de relatie tussen Servië en Kosovo. In de Raad Algemene Zaken (RAZ) zal worden gesproken over het uitbreidingspakket van de Commissie, waarbij de landen van de Westelijke Balkan ook aan de orde zullen komen. Voor het Nederlandse standpunt hierover wordt verwezen naar de separate geannoteerde agenda voor de RAZ.

In Bosnië-Herzegovina is de coalitievorming na de verkiezingen op 3 oktober jl. nog gaande. Voor de stabiliteit in het land en de bredere regio is het van groot belang dat de nieuwe regering voortgang boekt met het hervormingsproces en met de naleving van de laatste twee nog openstaande voorwaarden (regeling van de verdeling van staats- en defensie eigendommen) voor sluiting van het kantoor van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië-Herzegovina, alsmede met wijziging van de grondwet. De regering meent dat dit kantoor open dient te blijven zolang de gestelde voorwaarden niet zijn vervuld. Nieuwe stappen in het EU-toenaderingsproces zijn voor Bosnië-Herzegovina in dit stadium niet aan de orde.

De dialoog tussen Servië en Kosovo bevindt zich momenteel in de voorbereidende fase. Hoge Vertegenwoordiger (HV) Ashton faciliteert dit proces. Naar verwachting zullen de gesprekken niet eerder beginnen dan na de verkiezingen in Kosovo op 12 december a.s. De regering hoopt dat Servië en Kosovo middels de dialoog tot goed nabuurschap zullen komen. De regering ziet een belangrijke rol voor de EU in dit proces weggelegd en zal zich inzetten voor een constructieve, eensgezinde opstelling van alle lidstaten.

Soedan

Zoals toegezegd tijdens het Algemeen Overleg met de Tweede Kamer van 17 november jl. inzake Soedan heeft de regering bij de HV aangedrongen op versterking van de EU-waarnemingsmissie voor het zelfbeschikkingsreferendum. De EU heeft inmiddels aangekondigd dat de missie uit 123, in plaats van 60, waarnemers zal bestaan. In een Memorandum of Understanding tussen Soedan, de VN en de EU zijn regelingen getroffen om de veiligheid van de waarnemers te waarborgen.

Wegens de kans op afscheiding van Zuid-Soedan richt de EU zich voorts primair op het mogelijk maken van goed nabuurschap en ondersteuning van het Zuiden. Het maken van concrete afspraken over uitstaande knelpunten van het Comprehensive Peace Agreement – zoals grensafbakening, welvaartsdeling en controle over natuurlijke hulpbronnen – is hierbij cruciaal. Onder leiding van bemiddelaar Mbeki, de voormalige Zuid-Afrikaanse president, buigen beide partijen zich momenteel over een raamwerkovereenkomst, waarin principe-afspraken worden neergelegd die relevant worden in het geval van afscheiding van Zuid-Soedan. De regering steunt de inspanningen van Mbeki en hoopt dat beide partijen de raamwerkovereenkomst spoedig zullen ondertekenen.

Mogelijk zullen enkele lidstaten aandacht vragen voor de kwestie van schuldverlichting. De regering meent dat nader overleg in de Club van Parijs moet worden afgewacht alvorens besluiten genomen kunnen worden.

De regering zal aandacht blijven vragen voor de mensenrechtensituatie in Soedan, in het bijzonder de vrijheid van meningsuiting, straffeloosheid en de positie van zuiderlingen in het noorden, en voor verbetering van de humanitaire en veiligheidssituatie in Darfur.

De regering meent dat statenpartijen bij het Statuut van Rome die president Bashir ontvangen, aangesproken moeten worden op hun internationaalrechtelijke verplichting om verdachten van het Internationaal Strafhof (ICC) aan te houden en over te leveren. De EU heeft dit onder andere gedaan bij Tsjaad in kader van het bezoek van president Bashir aan dat land in juli jl. Deze juridische verplichting rust niet op niet-statenpartijen bij het Statuut van Rome, zoals Ethiopië, maar bij VNVR-resolutie 1593 heeft de Veiligheidsraad wel een klemmend beroep gedaan op dergelijke staten om mee te werken met het Hof. Mede op aandringen van Nederland heeft de Unie zeker gesteld dat president Bashir niet aanwezig was op de EU-AU Top in Tripoli (29 en 30 november jl.). De Europese delegatieleider, Europese Raadsvoorzitter Van Rompuy, heeft in sterke bewoordingen steun uitgesproken voor het ICC en gewezen op de verantwoordelijkheden van zowel de EU als de Afrikaanse Unie om straffeloosheid te bestrijden. Nederland heeft de Ethiopische tijdelijk zaakgelastigde om opheldering gevraagd nadat president Bashir in Addis Abeba een bijeenkomst van de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) had bijgewoond. Ethiopië is geen statenpartij bij het Statuut.

MOVP

HV Ashton heeft na haar bezoek aan Gaza juni jl. de nadruk gelegd op herstel van de Gazaanse economie, onder andere door middel van bevordering van de import en export van Gaza. Hiervoor is een functionerende infrastructuur aan de grens nodig. Mogelijk zal de HV voorstellen een Europese bijdrage aan het verbeteren van de (materiële) infrastructuur van de grenzen en de training van Palestijnen op het terrein van effectief grensbeheer voor te bereiden. HV Ashton heeft aangekondigd binnenkort naar de regio te reizen om hierover in gesprek te gaan met Israël en de Palestijnse Autoriteit (PA).

De stand van zaken in het MOVP was bij het schrijven van deze brief niet anders dan op 18 november jl., toen het MOVP werd besproken tijdens het Algemeen Overleg over de RBZ van 22 november jl. Zolang geen duidelijkheid bestaat over een bouwmoratorium, is hervatting van de directe onderhandelingen tussen Israël en de PA niet aan de orde.

De regering steunt de inzet van de VS voor het MOVP en pleit ervoor dat de EU nauw samenwerkt met de VS om partijen weer aan tafel te krijgen; EU-initiatieven moeten hieraan dienstbaar zijn. Dit geldt ook voor eventuele initiatieven gericht op Gaza. Goede afstemming met de VS, de overige Kwartetleden, Israël, de PA en regionale partners is noodzakelijk, waarbij ook rekening moet worden gehouden met de legitieme veiligheidsbehoeften van Israël. Met inachtneming van deze voorwaarden ten aanzien van het proces steunt de regering initiatieven die de toegang tot Gaza verbeteren en mogelijkheden bieden om te exporteren. De regering zal de expertise beschikbaar stellen die is opgedaan in een door Nederland gefinancierd project voor de export van in Gaza gekweekte aardbeien en bloemen.

Somalië / Hoorn van Afrika

Naar verwachting zal de Raad spreken over piraterijbestrijding en de achterliggende oorzaken daarvan. In lijn met de in december 2009 aangenomen Hoorn van Afrika-strategie zal de EU haar steun aan het Djibouti-proces en de Transitional Federal Government van Somalië (TFG) voortzetten. Het is van belang dat de EU en andere partners bevorderen dat de TFG zoveel mogelijk transitietaken afrondt vóór augustus 2011 en dat er consensus wordt gevonden over de politieke arrangementen die hierna nodig zijn. De EU-inspanningen dienen aanvullend te zijn op de activiteiten van de Verenigde Naties, de Afrikaanse Unie en de Intergovernmental Authority on Development (IGAD) ten aanzien van Somalië. Mogelijk zal gesproken worden over de instelling van een Speciaal Vertegenwoordiger van de EU (EUSV) voor de Hoorn van Afrika. De regering meent dat de eventuele instelling van een EUSV binnen bestaande financiële en personele kaders dient te gebeuren.

Voor de regering is het essentieel dat de EU zich nog meer inspant om vervolging en detentie van piraterijverdachten in de regio mogelijk te maken, onder andere door het sluiten van aanvullende overdrachtsovereenkomsten. Hierbij dient het volledige EU-instrumentarium op geïntegreerde wijze te worden ingezet. Eventuele initiatieven voor onderzoek naar de mogelijkheden tot het oprichten van een speciaal of regionaal tribunaal, waar Nederland eerder voor pleitte, zal de regering steunen. Slechts wanneer vervolging en detentie in de regio of door belanghebbende landen van door Nederlandse schepen in het kader van anti-piraterijmissies opgepakte piraten niet mogelijk blijkt, is vervolging in Nederland aan de orde.

Afghanistan

De Raad zal spreken over de afwikkeling van de Afghaanse parlementsverkiezingen van 18 september jl. Op 1 december jl. heeft de onafhankelijke kiescommissie de nog ontbrekende resultaten uit de provincie Ghazni bekend gemaakt. Het is nu zaak dat het Afghaanse parlement spoedig bijeenkomt en de wetgevende taken oppakt. De regering is van mening dat de EU de autoriteiten dient te blijven wijzen op de noodzaak na de inauguratie van het nieuwe parlement met spoed electorale hervormingen door te voeren, zoals afgesproken tijdens de Afghanistanconferentie te Kaboel op 20 juli jl.

Daarnaast zal de Raad spreken over het verzoeningsproces in Afghanistan. Recentelijk is een zogenaamde «High Peace Council» ingesteld die dit proces vorm gaat geven. Afghanistan zelf heeft in dit proces de leiding. De regering vindt dat de EU het belang van respect voor mensenrechten, in het bijzonder de rechten van vrouwen en het voorkomen van straffeloosheid, moet blijven benadrukken.

Strategische partners

De Europese Raad (ER) van 16 september jl. besloot om betere invulling te geven aan de relaties van de EU met haar strategische partners (onder meer de VS, Rusland, China, Brazilië, Japan, India). De HV zal de Raad informeren over de stand van de werkzaamheden en over de elementen die in haar rapportage aan de ER van december aan de orde zullen komen.

De recente topontmoetingen met China (6 oktober), Oekraïne (22 oktober), de VS (21 oktober) en EU-Afrika (29 oktober) hebben aangetoond dat de EU in staat is om haar belangen steviger voor het voetlicht te brengen. Dit gebeurde in de eerste plaats door beter vooroverleg tussen de lidstaten. Daarbij werd niet alleen gesproken over de «klassieke» buitenlandpolitieke thema’s, zoals veiligheid en mensenrechten. Ook handelspolitiek (met ondermeer China en Afrika), financieel-monetair beleid (China, VS), intellectueel eigendom (China, India), klimaat/energie (Rusland, China), ontwikkelingssamenwerking (VS, China) spelen een toenemende rol in onze relaties met deze partners. De HV zal in de coördinatie met de lidstaten en binnen de Commissie een sleutelrol moeten vervullen.

Om daadwerkelijke invulling te geven aan de opdracht van de ER, moet de EU in haar relaties met strategische partners komen tot een heldere definitie van de Europese strategische belangen en bezien hoe zij deze het meest effectief kan behartigen.

Moldavië

De Raad zal naar verwachting spreken over de parlementsverkiezingen in Moldavië van 28 november jl., die volgden op twee eerdere parlementsverkiezingen in 2009. Het indertijd verkozen parlement was er niet in geslaagd een nieuwe president te kiezen, hetgeen nieuwe verkiezingen noodzakelijk maakte. Volgens de OVSE/ODIHR zijn de verkiezingen grotendeels in overeenstemming met internationale standaarden verlopen.

De resultaten van de verkiezingen in november wijzen uit dat geen van de voor de hand liggende regeringscoalities een gekwalificeerde meerderheid van 61 zetels in het parlement heeft gekregen. Daardoor zullen de verkiezing van een president en de coalitievorming naar verwachting opnieuw moeizaam verlopen. De HV heeft alle partijen opgeroepen tot een constructieve opstelling in dit proces.

Mogelijk zal de Raad zich buigen over een door de Commissie opgesteld actieplan voor visumvrijheid als lange termijndoelstelling voor Moldavië. Dit plan is gelijk aan het actieplan voor Oekraïne dat tijdens de EU – Oekraïne Top van 22 november jl. is overeengekomen. Het actieplan noemt een groot aantal voorwaarden waaraan Moldavië moet voldoen om in aanmerking te komen voor visumvrijheid, onder meer op het gebied van documentveiligheid, immigratie en re-admissie, publieke veiligheid, bescherming van gegevens en fundamentele rechten. Conform een uitdrukkelijk verzoek hiertoe van Nederland vereist dit actieplan, evenals het plan voor Oekraïne (zie verslag van de Europese Raad van 29–30 oktober 2010, kamerstuk 21 501-20, nr. 489), dat de Commissie een impact assessment over de mogelijke gevolgen op het gebied van immigratie en veiligheid overlegt. De Raad zal op basis van een evaluatie van de implementatie van de eerste fase van het actieplan en op basis van het impact assessment van de Commissie besluiten of verdere beslissende stappen worden gezet in de visumdialoog met Moldavië. Nederland hecht aan een impact assessment en een gefaseerde aanpak, mede gelet op de ervaringen met visumliberalisatie in de Westelijke Balkan.

(eventueel) Iran

De ministers zullen mogelijk over Iran spreken. Naar verwachting zal de HV berichten over de gesprekken van de E3+3 (de vijf permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, Duitsland en de HV) met Iran, die vooralsnog voorzien zijn op 6 en 7 december in Genève.

Het Internationaal Atoom Energie Agentschap (IAEA) heeft in zijn laatste rapportage van 23 november jl. wederom vastgesteld dat Iran, in strijd met VN Veiligheidsraadresoluties, gestaag doorgaat met de productie van laag verrijkt uranium. Iran werkt nog steeds niet volledig samen met het IAEA. Het Agentschap kan hierdoor niet vaststellen of het Iraanse nucleaire programma geheel vreedzaam van aard is. Over de inhoud van de agenda van de gesprekken op 6 en 7 december a.s. zijn nog geen formele afspraken gemaakt. Nederland steunt de inspanningen van HV Ashton en de E3+3 om Iran over zijn nucleaire programma aan te spreken. Het is aan Iran om de zorgen van de internationale gemeenschap over de nucleaire ambities weg te nemen, en te voldoen aan de relevante VNVR- en IAEA-verplichtingen.

De regering zal vragen naar de stand van het onderzoek naar mogelijkheden om te komen tot een Europese sanctielijst jegens Iraniërs die grove mensenrechtenschendingen hebben begaan.

Prioriteiten RBZ in 2011

HV Ashton wil met de leden van de Raad van gedachten wisselen over de prioriteiten van de Raad Buitenlandse Zaken in 2011. De regering meent dat de HV prioriteit moet geven aan het verder integreren van het externe beleid van de Europese Unie, zodat verschillende instrumenten op elkaar versterkende wijze worden ingezet. Hiervoor is het noodzakelijk dat de Europese Dienst voor Extern Optreden, die op 1 december officieel van start is gegaan, zo spoedig mogelijk op volle sterkte kan opereren. Voor krachtig en effectief optreden van de HV is het daarnaast noodzakelijk dat de lidstaten hun steun voor het beleid van de HV, dat zij in overleg met de RBZ maakt, ook in contacten met derde landen uitdragen.

Beleidsmatig zullen de HV en de RBZ ruime aandacht moeten geven aan de buurlanden van de Unie. Een goede ontwikkeling van de relatie met deze landen op het gebied van onder andere handel, personenverkeer, ontwikkelingssamenwerking en de ontplooiing van missies draagt relatief veel bij aan de groei en veiligheid van de EU. Voor de economische groei en de veiligheid van de Unie in breedste zin zijn diepgaande en brede relaties met de strategische partners uiteraard eveneens van belang.

Voorts zal de Raad zich moeten inzetten voor intensievere samenwerking tussen de EU-lidstaten, vooral bij de ontwikkeling militaire capaciteiten, maar ook om intensievere samenwerking tussen de EU en andere landen en organisaties, in het bijzonder de NAVO. Voor meer gedetailleerde informatie over de visie van de regering op deze onderwerpen zij verwezen naar de geannoteerde agenda voor de bijeenkomst van de ministers van Defensie in het kader van de RBZ op 9 december as., die u op 26 november jl. toeging, en de Kamerbrief over het GVDB onder het Verdrag van Lissabon (Kamerstuk 21 501-02, nr. 973).

De RBZ komt in 2011 ook een aantal keren bijeen in de samenstelling van ministers voor OS. De RBZ zal dan moeten spreken over de belangrijkste Europese ontwikkelingsvraagstukken: de voorwaarden waarop begrotingssteun kan worden gegeven, wederkerigheid in de relatie met partnerlanden, werkverdeling tussen donoren, steun aan minst ontwikkelde landen, coherentievraagstukken en de nieuwe prioriteiten in de Europese ontwikkelingssamenwerking (referte het Groenboek van Commissaris Piebalgs).

Ook zal de RBZ in 2011 een positie moeten bepalen over de prioriteiten van de EU op het gebied van extern beleid in de periode vanaf 2013, want komend jaar zal de discussie over de Financiële Perspectieven voor de periode 2013–2020 beginnen. Gezien de krappe budgettaire situatie in de lidstaten, zal de Unie duidelijke keuzes moeten maken en ook posterioriteiten moeten stellen.

Ten slotte zal de RBZ steeds bereid moeten zijn te reageren op actuele ontwikkelingen. Het afgelopen jaar heeft laten zien dat bijvoorbeeld ontwikkelingen in het Midden-Oosten en natuurrampen de aandacht van de RBZ blijven eisen.

OVSE (AOB)

Litouwen zal de Raad het programma voor zijn OVSE-Voorzitterschap presenteren, dat aanvangt op 1 januari aanstaande. Aangezien het onderwerp onder AOB is geagendeerd, is geen uitgebreide discussie voorzien.