20 361 Suriname

Nr. 158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 april 2012

In mijn brief van 4 april 2012, Kamerstuk 20 361, nr. 157, zegde ik toe u op de hoogte te zullen houden van de behandeling van de voorgenomen wijziging van de amnestiewet in De Nationale Assemblee van de Republiek Suriname.

De Nationale Assemblee van Suriname heeft de initiatiefwet tot wijziging van de amnestiewet uit 1992 op woensdagavond 4 april 2012 aangenomen: 28 leden stemden voor de wet, 12 leden stemden tegen en 3 leden onthielden zich van stemming.

De internationale gemeenschap, waaronder Nederland, heeft tegenover Suriname grote zorgen uitgesproken over het voorstel tot wijziging van de amnestiewet. Het stelt diep teleur dat ondanks dit internationaal protest de amnestiewet is aangenomen. De wet staat haaks op de internationale verplichtingen van Suriname om mensenrechtenschendingen te onderzoeken en daders te vervolgen. De regering is van mening dat het 8-decemberproces doorgang moet vinden en dat personen die worden veroordeeld voor schending van mensenrechten hun straf niet mogen ontlopen. In ieder geval wordt de verdachten van het 8-decemberproces de toegang tot Nederland ontzegd.

Ik heb de ambassadeur in Paramaribo, de heer Jacobi, teruggeroepen voor overleg. Nederland beziet samen met de Europese Unie en andere landen welke gevolgen de wijziging van de amnestiewet heeft.

De minister van Buitenlandse Zaken, U. Rosenthal

Naar boven