Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Eerste Kamer der Staten-Generaal2008-200931869 nr. B

31 869
Wijziging van de Ziektewet om in geval van ziekte in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking ziekengeld uit te keren aan langdurig zieke oudere werknemers indien voorafgaand aan de dienstbetrekking sprake was van werkloosheid van ten minste 52 weken (Tijdelijke wet compensatieregeling loonkosten bij ziekte van oudere en voormalig langdurig werklozen)

B
MEMORIE VAN ANTWOORD

Ontvangen 30 juni 2009

De regering heeft met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen in het voorlopige verslag van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Met deze memorie beantwoordt de regering de gestelde vragen.

De leden van de SP-fractie hebben met interesse kennis genomen van het wetsvoorstel, alsmede van de behandeling daarvan in de Tweede Kamer. Hoewel de Tweede Kamer het voorstel zonder plenair debat en als hamerstuk heeft aangenomen, hadden verschillende fracties bij de voorbereiding wel vragen. De leden van de SP-fractie brengen deze vragen nogmaals onder de aandacht van de regering.

De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe zij wil meten of de regeling effectief en doelmatig is. De leden van de SP-fractie vragen daarbij concreet bij welk aantal extra werknemers die aan een baan worden geholpen de regering van een succes spreekt en tegen welke base line gegevens dit getoetst wordt.

De doelstelling van dit wetsvoorstel is om werkgevers te stimuleren langdurig werklozen van 55 jaar en ouder in dienst te nemen. Het feitelijk gebruik van de compensatieregeling is hiervoor geen graadmeter, omdat dit alleen aangeeft hoeveel oudere en voormalig werklozen na indiensttreding ziek zijn geworden voor een periode langer dan 13 weken. Over de positie van ouderen op de arbeidsmarkt in het algemeen wordt uw Kamer periodiek geïnformeerd door middel van het Bericht Arbeidsmarkt. Verder is in het kader van het wetsvoorstel premiekorting ouderen met de Tweede Kamer afgesproken dat er een evaluatie plaatsvindt naar onder meer de positie van ouderen op de arbeidsmarkt. Over twee jaar moet de eerste evaluatie zijn afgerond.

Vervolgens vindt tweejaarlijks een nieuwe evaluatie plaats. Tenslotte zal het UWV informatie verstrekken over het gebruik van het instrument compensatieregeling.

De leden van de SP-fractie vragen aan te geven of de schatting van 8000 werknemers een streefcijfer is.

De regering ziet af van een concreet streefcijfer. De regeling zal naar schatting voor gemiddeld 8000 mensen per jaar betekenen dat het financiële risico van loondoorbetaling bij langdurend verzuim geen obstakel meer is om hen in dienst te nemen. Deze schatting is daarmee geen streefcijfer.

De regering streeft echter wel naar een eenvoudige en toegankelijke regeling, en wil zo min mogelijk barrières voor werkgevers opwerpen. Een dergelijke regeling is gewenst met het oog op de arbeidsmarktpositie van oudere werklozen. Toepassing van de regeling is niet direct gekoppeld aan een concrete toezegging van een vast dienstverband, omdat dit haaks staat op een eenvoudige en toegankelijke regeling.

Echter, met betrekking tot participatie geldt in het algemeen de kabinetsdoelstelling om in 2016 een arbeidsparticipatie van 80% te realiseren. Om dit te bereiken moet ook de arbeidsdeelname van ouderen worden verhoogd. Met betrekking tot de arbeidsdeelname van ouderen gelden specifiek de volgende doelen:

• Nederland heeft zich gecommitteerd aan de Lissabondoelstelling om in 2010 uit te komen op een arbeidsparticipatie van ouderen (55–64 jaar) van 50% (voor banen van 1 uur of meer).

• Nederland heeft zichzelf tot doel gesteld de arbeidsparticipatie ouderen (55–64 jaar) met banen van 12 uur of meer in 2010 op het niveau van 45% te brengen. Dit wetsvoorstel en de reeds getroffen maatregelen gericht op ouderen dragen bij aan het verhogen van de arbeidparticipatie van ouderen.

De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe zij zal toetsen of er verdringing optreedt. De leden van de SP-fractie verzoeken de regering aan te geven hoeveel andere werklozen (jongere werklozen, schoolverlaters) door deze maatregel een baan mislopen. De leden van de SP-fractie wijzen op de economische crisis en de jeugdwerkloosheid die daardoor snel zal oplopen.

Jongeren en ouderen hebben een verschillende positie op de arbeidsmarkt. Jongeren hebben minder werkervaring dan ouderen en deze groepen zullen daarom voor verschillende soorten banen inzetbaar zijn. Het risico van langdurige uitkeringsafhankelijkheid ligt voor beide groepen op de loer. In de komende tijd moeten de inspanningen erop gericht zijn om juist deze kwetsbare groepen beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt. De maatregelen die de regering in de afgelopen periode heeft genomen en voornemens is te treffen om de arbeidsmarktpositie van kwetsbare groepen te ondersteunen blijven daarom onverkort van belang. Het tegengaan en voorkomen van jeugdwerkloosheid heeft prioritaire aandacht gekregen bij het ontwikkelen van crisismaatregelen. Er zijn hiervoor ruime middelen door het kabinet beschikbaar gesteld en er heeft brede consultatie plaatsgevonden over de meest geëigende maatregelen. Dit heeft geleid tot een samenhangend geheel aan maatregelen die als sluitende aanpak voor jongeren kan worden omschreven. Dit is neergelegd in het Actieplan Jeugdwerkloosheid.

De compensatieregeling heeft als doel om een andere kwetsbare groep, namelijk de oudere en langdurige werklozen, beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt door een belemmering bij werkgevers weg te nemen om oudere en langdurige werklozen in dienst te nemen. Zodra de economie aantrekt moet een ieder klaar staan en gekwalificeerd zijn om mee te doen.

De leden van de SP-fractie verzoeken de regering aan te geven wanneer er volgens haar niet langer sprake is van een krappe arbeidsmarkt. Tevens vragen zij de regering of zij van mening is dat de commissie arbeidsparticipatie vooral naar de problemen aan de aanbodzijde van de arbeid heeft gekeken en niet naar de vraag naar arbeid, hoewel dit een nijpender probleem zal zijn de komende tijd.

Er kan niet ontkend worden dat de vraag naar arbeid voor de korte termijn inderdaad een nijpend probleem zal worden. In tijden van crisis loopt de werkloosheid op en zullen werkgevers minder snel geneigd zijn om werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt in dienst te nemen. Dit betekent echter niet die werkzoekenden met een afstand tot de arbeidsmarkt vergeten moeten worden. In de komende tijd moeten de inspanningen erop gericht zijn om juist deze kwetsbare groepen beschikbaar te houden voor de arbeidsmarkt en waar mogelijk zo snel mogelijk te laten doorstromen naar een nieuwe baan. Immers, zodra de economie weer aantrekt moet een ieder klaar staan en gekwalificeerd zijn om mee te doen. In de komende tien jaar zal een grote groep oudere werknemers (de babyboomgeneratie) als gevolg van pensionering de arbeidsmarkt verlaten. Op dat moment is het van belang dat werkzoekenden, ook diegenen die nu een afstand tot de arbeidsmarkt hebben, voldoende toegerust zijn om op de arbeidsmarkt actief te worden.

De leden van de SP-fractie vragen de regering hoe zij de afweging zal maken tussen de keus voor maatregelen om werkloosheid bij jongeren tegen te gaan versus maatregelen die werkloosheid bij ouderen bestrijden in het licht van een aankomende ruime arbeidsmarkt en oplopende (jeugd)werkloosheid.

De regering maakt geen keus. Beide groepen zijn belangrijk. Ouderen hebben veel kennis, werkervaring en vaardigheden. Toch stromen ouderen minder vaak de WW uit omdat de loonkosten van oudere werknemers relatief hoog zijn ten opzichte van de gepercipieerde productiviteit. Ook beeldvorming speelt een rol. Voor jongere uitkeringsgerechtigden geldt dat zij in het algemeen meer kansen hebben op de arbeidsmarkt en dat de verhouding loon-productiviteit minder een rol speelt. Wanneer zij een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt kan er echter eveneens behoefte zijn aan een instrument om werkgevers over de streep te trekken. Dit betekent dat er maatregelen voor beide groepen moeten worden genomen om te voorkomen dat er een generatie ontstaat die geen werk en kans op werk heeft en dat ouderen voortijdig de arbeidsmarkt verlaten, hoewel ze hard nodig zullen zijn.

De leden van de SP-fractie vragen de regering toe te lichten of de committering aan de Lissabondoelstelling waaraan gerefereerd wordt nog wel reëel is en of de met dit voorstel beoogde tijdelijke maatregel daarmee nog wel juist getimed is.

Bepaalde groepen zijn oververtegenwoordigd in de werkloosheidscijfers. Dat speelt bij jongeren in tijden van een teruglopende economie en bij andere groepen, waaronder ouderen, meer structureel. Het is zaak vanuit deze ervaring aandacht te blijven besteden aan deze groepen en hun relatieve positie niet verder te laten verslechteren. Verhoging participatie blijft de opdracht tijdens en na de economische dip. Dit wetsvoorstel en de reeds getroffen maatregelen gericht op ouderen dragen bij aan het verhogen van de arbeidparticipatie van ouderen. Het is van belang deze doelen na te blijven streven.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner