A
GEWIJZIGD VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om enkele
bepalingen van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en het Burgerlijk
Wetboek aan de ontwikkelingen op het gebied van het elektronisch verkeer aan
te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Na artikel 156 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 156a
1. Onderhandse akten kunnen op een andere wijze dan bij geschrift
worden opgemaakt op zodanige wijze dat het degene ten behoeve van wie de akte
bewijs oplevert, in staat stelt om de inhoud van de akte op te slaan op een
wijze die deze inhoud toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende
een periode die is afgestemd op het doel waarvoor de akte bestemd is te dienen,
en die een ongewijzigde reproductie van de inhoud van de akte mogelijk maakt.
2. Aan een wettelijke verplichting tot het verschaffen van een onderhandse
akte kan alleen op een andere wijze dan bij geschrift worden voldaan met uitdrukkelijke
instemming van degene aan wie de akte moet worden verschaft. Een instemming
ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op het verschaffen van een gewijzigde
onderhandse akte. Het in de eerste zin van dit lid bepaalde lijdt uitzondering
indien de akte eveneens is ondertekend door degene aan wie de akte op grond
van de wet moet worden verschaft.
ARTIKEL II
Het Burgerlijk Wetboek wordt gewijzigd als volgt:
A. Boek 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 88 lid 3 komt te luiden:
3. De toestemming moet schriftelijk of langs elektronische weg worden
verleend, indien de wet voor het verrichten van de rechtshandeling een vorm
voorschrijft.
B. Boek 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 227a lid 2 vervalt.
2. Artikel 227a lid 3 wordt vernummerd tot artikel 227a lid 2.
3. Artikel 227a lid 2 (nieuw) komt te luiden:
2. Lid 1 is niet van toepassing op overeenkomsten waarvoor de wet
de tussenkomst voorschrijft van de rechter, een overheidsorgaan of een beroepsbeoefenaar
die een publieke taak uitoefent.
4. Artikel 234 komt te luiden:
Artikel 234
1. De gebruiker heeft aan de wederpartij de in artikel 233 onder
b bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij de algemene voorwaarden voor of
bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand heeft gesteld
of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming van
de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt dat de voorwaarden
bij hem ter inzage liggen of bij een door hem opgegeven Kamer van Koophandel
en Fabrieken of een griffie van een gerecht zijn gedeponeerd, alsmede dat
zij op verzoek zullen worden toegezonden. Indien de voorwaarden niet voor
of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand zijn gesteld,
zijn de bedingen tevens vernietigbaar indien de gebruiker de voorwaarden niet
op verzoek van de wederpartij onverwijld op zijn kosten aan haar toezendt.
Het omtrent de verplichting tot toezending bepaalde is niet van toepassing,
voor zover deze toezending redelijkerwijze niet van de gebruiker kan worden
gevergd.
2. De gebruiker heeft tevens aan de wederpartij de in artikel 233
onder b bedoelde mogelijkheid geboden, indien hij de algemene voorwaarden
voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij langs elektronische
weg ter beschikking heeft gesteld op een zodanige wijze dat deze door haar
kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere
kennisneming of, indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is, voor de totstandkoming
van de overeenkomst aan de wederpartij heeft bekend gemaakt waar van de voorwaarden
langs elektronische weg kan worden kennisgenomen, alsmede dat zij op verzoek
langs elektronische weg of op andere wijze zullen worden toegezonden.
Indien de voorwaarden niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst
aan de wederpartij langs elektronische weg ter beschikking zijn gesteld, zijn
de bedingen tevens vernietigbaar indien de gebruiker de voorwaarden niet op
verzoek van de wederpartij onverwijld op zijn kosten langs elektronische weg
of op andere wijze aan haar toezendt.
3. Voor het op de in lid 2 bedoelde wijze bieden van een redelijke
mogelijkheid om van de algemene voorwaarden kennis te nemen is de uitdrukkelijke
instemming van de wederpartij vereist indien de overeenkomst niet langs elektronische
weg tot stand komt.
C. Boek 7 wordt gewijzigd als volgt:
1. Artikel 932 wordt als volgt gewijzigd:
a. Het eerste lid komt te luiden:
1. De verzekeraar geeft zo spoedig mogelijk een akte, polis genaamd,
af, waarin de overeenkomst is vastgelegd. Een polis die is opgemaakt op een
wijze als bedoeld in artikel 156a lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
moet zijn voorzien van een elektronische handtekening die voldoet aan de eisen,
bedoeld in artikel 15a lid 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek. De verzekeraar
is niet verplicht een polis af te geven indien de aard van de overeenkomst
afwijkend gebruik rechtvaardigt en de verzekeringnemer bij afgifte van de
polis geen belang heeft.
b. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Een instemming
als bedoeld in artikel 156a lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
ziet, zolang zij niet is herroepen, eveneens op een nieuw bewijsstuk als bedoeld
in de eerste zin.
2. Artikel 933, tweede lid, komt te luiden:
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van lid 1 afwijkende
regels worden gesteld ten aanzien van de verzending van mededelingen langs
elektronische weg. Daarbij kunnen ook regels worden gesteld ten aanzien van
de verzending aan de verzekeraar langs elektronische weg van mededelingen
waartoe de bepalingen van deze titel of de overeenkomst aanleiding geven.
3. Aan artikel 940 worden twee leden toegevoegd, luidende:
6. De verzekeringnemer kan de overeenkomst steeds langs elektronische
weg opzeggen. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld
ten aanzien van de verzending van opzeggingen langs elektronische weg.
7. De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat
het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
4. In artikel 943, lid 2, wordt de zinsnede «940 leden 1, 3
en 5» vervangen door: 940 leden 1, 3, 5 en 6.
ARTIKEL III
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Justitie,