B
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT1
Het voorbereidend onderzoek van deze wetsvoorstellen heeft de leden van
de vaste commissie aanleiding gegeven tot het stellen van de volgende vragen
en het maken van de volgende opmerkingen.
De discussie over de Meststoffenwet voltrekt zich de laatste jaren onder
de dreiging van het zwaard van Damocles dat de Europese Commissie het Nederlandse
verzoek van derogatie niet zou honoreren. Inmiddels is gebleken dat de Europese
Commissie dit verzoek heeft gehonoreerd. En het is dan nu ook onmiddellijk
de vraag welke gevolgen dit heeft voor de vrijheid die de bedrijfstak wordt
gegeven om binnen de stringente randvoorwaarden van het milieu (onverkorte
toepassing van de nitraatrichtlijn, geen afwijking van de inputnorm en alleen
voor toepassing in blijvend grasland een hogere grens n.l. 250 kg nitraat
i.p.v. 170 kg nitraat, strenge emissiegrenzen, afstandsgrenzen voor Natuurgebieden
enz.) met systemen te komen die inzetten op maximale zelfregulatie.
Deze vraag is opportuun omdat bij de discussie in de Tweede Kamer weliswaar
alle argumenten zijn gewisseld, maar de minister niet bereid bleek om de suggesties
van de commissie Welschen om voor het zgn. Tweede Spoor een pilot of experiment
toe te laten te honoreren. De bedenkingen die bij het zgn. 1e spoor bestaan
over handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid, doelmatigheid en doeltreffendheid,
werden tot nu toe onvoldoende beantwoord. Er wordt vertrouwd op een zeer geavanceerd
systeem waarbij bemonstering en het controleren van verplaatsingen m.b.t.
GPS-systemen de hoofdelementen vormen.
De door de mesttransporteurs verenigd in CUMULA en verschillende andere
particuliere bedrijven die zich met verwerking, bewerking e.d. bezighouden,
geleverde kritiek wordt onvoldoende beantwoord. De bewijslast die bij de overheid
komt te liggen wordt zeer groot en het is om die reden dat de fractie van
de PvdA bij dit in de Tweede Kamer en in de landbouw, natuur- en milieubeweging
uitgekauwde dossier nog de volgende vragen heeft.
1. Zijn de bewindslieden van LNV en VROM in staat de voor het 1e spoor
vereiste garanties t.a.v. de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid te geven?
2. Kunnen de bewindslieden garanderen dat de kosten verbonden aan de nieuw
te introduceren systemen zullen worden beperkt en aangeven hoe dat wordt gerealiseerd?
3. In welke mate wordt de Meststoffenwet in haar werking aangetast door
de in de brief van 31 mei van de staatssecretaris en de daarin aangegeven
beleidsvoornemens? Waarom wordt deze afwijkende lijn in gang gezet?
4. Kunnen de bewindslieden aangeven waarom ze de door de commissie Welschen
op gang gebrachte ontwikkeling van zelforganisatie systemen in de vorm van
pilots niet willen honoreren?
5. Kunnen de bewindslieden aangeven of de afstandsgrenzen die voor natuurgebieden
gelden (kwetsbare natuur) worden gehandhaafd en zo niet, wat dan het alternatief
is? Het compensatieprincipe biedt toch voldoende ruimte om problemen die op
individueel bedrijfsniveau kunnen bestaan op te lossen en daarmee hoeft de
hele wet WAV en ook Meststoffenwet toch niet op de helling.
De leden van de fractie van GroenLinks deelden ter aanvulling nog mee
zich zorgen te maken over de mate waarin de nieuwe mestwetten er in slagen
de noodzakelijke beperking van belasting van het milieu te realiseren. De
recent verschenen milieubalans 2005 van het RIVM/MNP bevestigt nogmaals hoe
steeds opnieuw de Nederlandse milieudoelen niet gehaald worden, de stikstof-
en fosfaatoverschotten zijn sinds 2003 niet meer gedaald. Is het nieuwe mestbeleid
een adequaat instrument om deze milieu-achterstand weg te werken?
Betekent de versoepeling van de Europese mestregels voor de veehouders
dat de kosten van opslag en transport van dierlijke mest zullen oplopen? Kan
de minister een indicatie geven over deze kosten?
Is de minister van oordeel dat de Europese Commissie over vier jaar de
zogenaamde derogatie op de nitraatrichtlijn zal doorzetten?
Deelt de minister het standpunt van het Milieu/Natuurplanbureau dat op
vele duizenden hectaren in Nederland geen fosfaatbemesting nodig is, omdat
de bodem al ruim voldoende fosfaat bevat?
Kan de regering verzekeren dat zij met de nieuwe wet en de wijzigingen
aangebracht door het amendement Koopmans over opheffing van concentratiegebieden
in 2008 kunnen voldoen aan de verplichtingen voortkomend uit de Europese nitraatrichtlijn
en de kader richtlijn water?
De voorzitter van de commissie,
Walsma
De griffier van de commissie,
Nieuwenhuizen