Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Eerste Kamer der Staten-Generaal1994-199523963 nr. 277a

23 963
Intrekking van de Vestigingswet detailhandel en wijziging van de Drank- en Horecawet en van de Vestigingswet Bedrijven 1954

nr. 277a
VOORLOPIG VERSLAG VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ECONOMISCHE ZAKEN1

Vastgesteld 19 september 1995

Het voorbereidend onderzoek gaf aanleiding tot het formuleren van de volgende opmerkingen en vragen.

De leden van de PvdA-fractie wilden vernemen hoe ver de afstemming van vestigingseisen tussen de landen van de Europese Unie en van de Benelux gevorderd is. Zij herinnerden er aan, dat buitenlandse diploma's, van belang als bewijsstuk voor een vestigingsvergunning, slechts individueel worden beoordeeld. Daarbij wordt kennelijk niet eens onderscheid gemaakt tussen landen van de Europese Unie enerzijds en overig buitenland anderzijds. Verder dan het vastleggen van het minimaal aantal jaren om elders in de Europese Unie een bedrijf te kunnen beginnen is men kennelijk nauwelijks gekomen. Deze leden zouden graag ingelicht worden over de precieze stand van zaken met betrekking tot de harmonisatie van vestigingseisen en wederzijdse erkenning van vestigingsvergunningen binnen de Europese Unie en de Benelux en over de te verwachten voortgang daarbij.

De leden van de fracties van SGP, RPF en GPVhadden met belangstelling kennisgenomen van bovengenoemd wetsvoorstel. Zij wilden nog de volgende vragen stellen en opmerkingen maken.

De Vestigingswet staat in het teken van de bevordering van de kwaliteit van het ondernemerschap. De leden hier aan het woord hadden begrepen dat de eisen voor potentiële ondernemers over het geheel gezien lager zullen liggen dan nu en dat bij voorbeeld voor algemene ondernemersvaardigheden 120 lesuren staan, terwijl voor het huidige middenstandsdiploma 240 lesuren staan. Kan de minister uiteenzetten hoe een lager niveau van eisen de kwaliteit van het ondernemerschap kan bevorderen, met name in het licht van de toenemende ingewikkeldheid van het ondernemen? Heeft de minister andere instrumenten in voorbereiding ter bevordering van de kwaliteit van het ondernemerschap?

Eenvoudige wetgeving, zo min mogelijk administratieve lasten en vermijding van onnodige procedures zijn lovenswaardige doelen. Waarom wil de minister dan toch niet alle eisen voor slijters en horecabedrijven concentreren in één regeling, maar de eisen voor deze branches neerleggen in twee regelingen?

De minister zal in het Vestigingsbesluit Bedrijven aangeven, voor welke branches nog eisen zullen gelden en welke eisen dat zijn. Is de minister bereid het besluit aan het parlement ter bespreking te geven voordat hij het besluit afkondigt?

De minister wil het toezicht op de vestigingsexamens op afstand plaatsen. Hoe wil de minister de kwaliteit van de vestigingsexamens waarborgen? Is de minister van mening, dat de toezichthoudende instantie geen taak heeft in het kader van het toezicht op examens op het terrein van het vrijwillig onderwijs en zich van activiteiten op dat terrein dient te onthouden?

De voorzitter van de commissie,

Hilarides

De griffier van de commissie,

Hordijk


XNoot
1

Samenstelling: Pit (PvdA), Zijlstra (PvdA), Van Dijk (CDA), Stevens (CDA), Hilarides (VVD), voorzitter, Staal (D66), J. van Leeuwen (CDA), Loudon (VVD), Schoondergang-Horikx (GroenLinks), Van den Berg (SGP), Ketting (VVD) en Bierman.