Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 19637 nr. 3614 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 19637 nr. 3614 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
Hierbij bied ik u het rapport «Incidenten en misdrijven onder bewoners van COA- en gemeentelijke opvanglocaties 2019–2025» aan. Dit rapport heeft als doel om overlast en criminaliteit door asielzoekers in beeld te brengen, waarbij de doelgroep bestaat uit bewoners van COA-locaties en gemeentelijke opvanglocaties. De zogeheten Incidentenmonitor wordt jaarlijks verzorgd door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC).
Bevindingen WODC-rapport
In 2025 verbleven 112.745 unieke personen voor enige tijd op een COA- of tijdelijke gemeentelijke opvanglocatie (tgo). Het rapport richt zich enerzijds op incidenten die door het COA zijn geregistreerd en anderzijds op misdrijven waarvan bewoners tijdens hun verblijf op COA-locaties of tgo’s als verdachte zijn geregistreerd door de politie. Mogelijkheid bestaat dat er overlap is in de registratie van het COA en de politie, bijvoorbeeld bij een geweldsincident op locatie. Een deel was vorig jaar betrokken bij een agressie- of geweldsincident (11%) en/of verdacht van een misdrijf (3%).
Incidenten
In totaal registreerde COA in 2025 17.750 incidenten van fysieke, verbale en non-verbale agressie en geweld, verbale suïcidedreiging of zelfdestructieve acties. Dat is een toename van 6% ten opzichte van een jaar eerder, toen 16.740 incidenten werden geregistreerd. Die toename is in lijn met de stijging van het aantal personen dat bij COA wordt opgevangen.
Van de 112.745 unieke personen die in 2025 verbleven op een COA-locatie of een tgo werd 11% geregistreerd als betrokkene bij een (fysiek, verbaal of non-verbaal) agressie- of geweldsincident. Dit aandeel is gelijk aan het aandeel betrokkenen in 2024.
Het grootste deel van de in 2025 geregistreerde incidenten betrof verbale1 (44%) en fysieke2 (35%) agressie en geweld. Net als vorig jaar valt op dat alleenstaande minderjarige vreemdelingen relatief vaak betrokken zijn bij een incident. In 2025 werd 29% van de alleenstaande minderjarige vreemdelingen geregistreerd als betrokkene bij een incident. Dat was in 2024 34%.
In 2025 legde het COA 13.205 keer een maatregel op naar aanleiding van een van de incidenten die zijn meegenomen in het onderhavige rapport. Dit is een toename van 9% in vergelijking met 2024.
In absolute aantallen is de meest voorkomende nationaliteit onder betrokkenen bij agressie- en geweldsincidenten Syrisch, maar afgezet tegen de totale groep Syriërs die bij het COA verblijft, is dat gelijk aan het gemiddelde aandeel betrokkenen van 11% in 2025 van alle COA- en (tijdelijke) gemeentelijke opvang (tgo)-bewoners. Nationaliteiten waarbij de onderzoekers bovengemiddeld veel registraties van betrokkenheid bij agressie- en geweldsincidenten waarnemen, zijn Marokkaans (36%), Algerijns (33%), Gambiaans (23%), Egyptisch (19%), Nigeriaans (19%), Soedanees (13%), en Somalisch (13%).
Misdrijven
In 2025 legde de politie in totaal 7.515 registraties van verdachten vast, waarbij de verdachte ten tijde van het misdrijf op een COA-locatie of tgo verbleef. Dit is een toename van 23% ten opzichte van een jaar eerder.
Net als voorgaande jaren, gaat het bij de geregistreerde misdrijven overwegend om vermogensmisdrijven zoals diefstal (64%). 14% van de verdachtenregistraties onder COA- en tgo bewoners had betrekking op een geweldsmisdrijf.
In totaal registreerde de politie in 2025 3.270 unieke verdachten van misdrijven binnen de doelgroep. Dit correspondeert met 3% van de unieke personen die in dat jaar werden opgevangen op een COA- of tgo-locatie. Dit aandeel is redelijk constant gebleken in de periode waarover het WODC rapporteert.
Opvallend is het hoge aandeel minderjarigen: 21% van de unieke verdachten was minderjarig. Dit aandeel is vergelijkbaar met dat voor 2024.
Nationaliteiten met relatief hoge aandelen verdachten zijn Algerijns (33% van de Algerijnse bewoners in 2025 werd verdacht van een misdrijf), Marokkaans (31%) en Tunesisch (25%).
Levensmisdrijven (bijv. moord of doodslag), vormen ongeveer 1% van het totaalaantal verdachtenregistraties. Hier geldt dat het over de gehele rapportageperiode voornamelijk om pogingen gaat; in 5% van de gevallen gaat het om een voltooid delict. In absolute zin gaat het in 2025 om 7 voltooide levensdelicten, en voor de gehele rapportageperiode 2019–2025 in totaal om 20.
In 2025 werden 4.145 zaken afgedaan door het OM waarbij de verdachte woonachtig was op een COA-locatie of tgo ten tijde van het misdrijf. In de meerderheid van deze zaken (59%) werd besloten om te dagvaarden. Dit is relatief hoog ten opzichte van de algemene Nederlandse bevolking, waarvan in 2024 41% van de zaken voor de rechter kwam, versus 65% onder COA-bewoners in dat jaar.
In 2025 deed de rechter uitspraak in 1.810 zaken waarbij de verdachte ten tijde van het misdrijf woonachtig was op een COA-locatie of tgo. In 95% van de gevallen bevond de rechter de verdachte schuldig. In het geval van een strafoplegging legde de rechter bovendien relatief vaker een gevangenisstraf of jeugddetentie op aan COA- en tgo-bewoners (72% van de opgelegde straffen in 2025, 81% in 2024) dan aan de algemene Nederlandse bevolking (36% in 2024). Mogelijk hangen de genoemde verschillen in afdoening (zowel door het OM als de rechter) volgens de onderzoekers samen met de aard van de gepleegde misdrijven of speelt de afweging hoe kansrijk de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel wordt geacht een rol.
Beleidsreactie
De overlast en criminaliteit veroorzaakt door een beperkte groep asielzoekers, heeft grote impact op zowel omwonenden als medewerkers en medebewoners in de opvang. Daarom zet dit kabinet in op een harde aanpak van asielzoekers die overlast veroorzaken en de wet overtreden. Het aanpakken van overlast en het stellen van duidelijke grenzen is van essentieel belang om het draagvlak voor opvang van asielzoekers te kunnen behouden. Bij Kamerbrief van 22 mei jl.3 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de voortgang van de nationale aanpak overlast. De bestaande aanpak stoelt op vier pijlers: sneller beslissen in procedures van overlastgevers, maatwerk bieden in de opvang, lik-op-stuk toepassen in de openbare ruimte en inzetten op terugkeer. Daarmee ligt er een solide basis om zowel langs de band van het vreemdelingenrecht als het strafrecht normerend op te treden. Mijn ministerie spant zich voortdurend met de betrokken organisaties in om het beschikbare instrumentarium optimaal en consequent toe te passen.
Uit het rapport volgt dat de groep amv bijzondere aandacht behoeft. Opnieuw is deze groep oververtegenwoordigd in zowel de incidentencijfers als het aantal verdachtenregistraties van misdrijven. Hoewel dit deels samenhangt met dat er bijvoorbeeld meer toezicht is op de amv-locatie en daaraan gekoppeld een verhoogde incidentenregistratie, zien we in de praktijk ook een toename van het aandeel alleenstaande minderjarige vreemdelingen dat betrokken is bij overlast, diefstal en vechtpartijen in een aantal grote steden. Het gaat vaak om overlast in de openbare ruimte door groepen jongeren. Zij zijn meestal afkomstig uit andere gemeentes en zijn mobiel. Daarbij gaat het ook om vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf die niet bij COA verblijven. Dat maakt het in de praktijk voor betrokken ketenpartners lastig om effectief casusregie te voeren, omdat de ketensamenwerking vaak lokaal is ingericht.
Daarom wordt de persoonsgerichte aanpak in Utrecht voor mobiele overlastgevende en criminele vreemdelingen, nu doorontwikkeld tot een landelijke tafel. Het doel van deze landelijke persoonsgerichte aanpak voor overlastgevende en criminele vreemdelingen, waaronder de groep jonge Syrische asielzoekers die betrokken is bij crimineel gedrag, is het tijdig informeren van betrokken (keten)partners en het voeren van casusregie («er bovenop zitten»). Op dit moment worden de noodzakelijke randvoorwaarden uitgewerkt, waaronder de rechtmatigheid van gegevensuitwisseling tussen de betrokken partijen.
Ondertussen blijft onverkort de werkafspraak van kracht dat de politie bij een strafbaar feit door een alleenstaande minderjarige vreemdeling voogdij-instelling Nidos informeert, zodat door de voogd van Nidos en de amv-mentor van het COA de begeleiding van de jeugdige waar nodig wordt aangescherpt. Daarnaast refereerde ik hierboven al aan de mogelijke verklaringen die de onderzoekers noemen voor de verschillen in afdoening van strafbare feiten bij deze doelgroep ten aanzien van de algemene Nederlandse bevolking, zoals de afweging hoe kansrijk de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel wordt geacht. Waar het gaat om minderjarige vreemdelingen geldt dat het reguliere jeugdstrafrecht van toepassing is. Het toepasbaar instrumentarium uit het jeugdstrafrecht kent een pedagogisch uitgangspunt en zet daarmee ook in op verkleining van het risico op herhaling. Samen met de partners uit de vreemdelingenketen en de jeugdstrafrechtketen blijf ik in gesprek over handvaten om dat toepasbaar instrumentarium ook zo goed mogelijk in te zetten voor deze doelgroep.
In 2025 werden 7 voltooide levensdelicten geregistreerd. Achter deze levensdelicten gaan namen en mensenlevens schuil. Onherstelbare tragedies waar nabestaanden tot de dag van vandaag om rouwen. Richting hen en de samenleving voelt dit kabinet de dure plicht om de daders verantwoordelijk te houden en recidive te voorkomen. Uitgangspunt daarbij is dat een asielzoeker die wordt verdacht van een strafbaar feit, duidelijk moet merken dat het plegen van misdrijven direct strafrechtelijke gevolgen heeft (lik-op-stuk). Onder lik-op-stuk beleid wordt verstaan een snelle interventie na aanhouding van de verdachte tot en met de succesvolle tenuitvoerlegging van de straf. Dat zijn bij voorkeur de supersnelrechtzitting bij de politierechter, waarbij de verdachte binnen 72 uur na aanhouding vanuit de inverzekeringstelling wordt berecht en de snelrechtzitting bij de politierechter waarbij de verdachte binnen 17 dagen na aanhouding vanuit de bewaring wordt berecht. In beide situaties wordt een verdachte berecht vanuit de voorlopige hechtenis en kan de rechter bevelen dat de resterende straf direct aansluitend wordt uitgezeten.
Of de inzet van (super)snelrecht en directe tenuitvoerlegging van de sanctie (vaak een gevangenisstraf) mogelijk is, hangt af van de omstandigheden en is aan de officier van justitie. In recente gesprekken tussen kabinet en lokale bestuurders over de toename van overlast in grote steden, waarbij sprake is van een bredere groep overlastgevende en criminele vreemdelingen, is het belang benadrukt van een optimale aansluiting tussen strafrecht en vreemdelingenrecht tussen alle betrokken partners.
Indien in zo’n geval sprake is van een vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, gaat de Dienst Terugkeer en Vertrek al tijdens de detentieperiode aan de slag met de voorbereiding van de uitzetting. De inzet daarbij is om de vreemdeling direct aansluitend aan de strafdetentie uit te zetten, indien nodig kan aansluitend vreemdelingenbewaring worden ingezet.
De bestaande Top-X aanpak voor stelselmatige overlastgevers wordt versterkt door medewerkers in de asielketen beter toe te rusten in het toepassen van mogelijke interventies. Verder blijf ik mij, in samenspraak met COA en andere ketenpartners, inspannen voor de uitbreiding van verscherpte toezichtslocaties (vtl) en het verbeteren van mogelijkheden om op meer opvanglocaties aan overlastgevers een vrijheidsbeperkende maatregel op te leggen. Hierbij blijft bestuurlijke bereidheid van gemeenten essentieel.
Daarnaast werk ik, in samenspraak met de betrokken afdelingen binnen het Ministerie van Justitie en Veiligheid, politie en lokaal gezag, aan het realiseren van extra politie-inzet in gemeenten met een aanmeldlocatie.
De aanhoudende overlastproblematiek in relatie tot de gestegen bezetting van het aantal COA-bewoners in 2025 onderstreept het belang van meer grip op migratie. Dit kabinet zet daarom in op het verlagen van de instroom, een versnelde en effectieve terugkeer met bijzondere aandacht voor overlastgevende en criminele vreemdelingen en het realiseren van stabiele en voldoende opvang waarbij sneller meedoen de norm wordt. Onderdeel van een toekomstbestendig migratiebeleid is de versterking van de aanpak van overlast en crimineel gedrag van asielzoekers.
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-19637-3614.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.