19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 3525 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Ontvangen ter Griffie op 30 maart 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur is aan de Kamer overgelegd tot en met 27 april 2026.

De voordracht voor de vast te stellen algemene maatregel van bestuur kan niet eerder worden gedaan dan op 28 april 2026.

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 maart 2026

Hierbij bied ik u het ontwerpbesluit aan houdende de wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022. Het betreft een wijziging van de regels over de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers. De aanleiding voor dit voorstel betreft de implementatie van artikel 17 van de herziene Opvangrichtlijn1, als onderdeel van het Europese Asiel- en Migratiepact.

De wijzigingen opgenomen in het ontwerpbesluit gaan onder andere over de aanpassing van de wachttermijn voor asielzoekers. Deze wordt ingekort van zes naar drie maanden. Asielzoekers met een hogere kans op inwilliging van hun asielverzoek mogen straks eerder aan het werk. Asielzoekers met een lagere kans op inwilliging van hun asielverzoek, bijvoorbeeld omdat zij uit een veilig land van herkomst komen, mogen straks niet meer werken gedurende de behandeling van hun asielverzoek. Ook wordt de geldigheidsduur van de tewerkstellingsvergunning aangepast en wordt met deze wijziging de 24-weken-eis geschrapt uit de regelgeving. Hiermee brengen we de regelgeving in lijn met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin deze eis onverbindend is verklaard.2 Voor de verdere inhoud van het ontwerpbesluit verwijs ik u naar de ontwerp-nota van toelichting.

Ter voldoening aan artikel 8, tweede lid, van de Wet arbeid vreemdelingen wordt het ontwerpbesluit aan u toegezonden. Dit biedt uw Kamer de mogelijkheid zich uit te spreken over het ontwerpbesluit voordat het aan de Afdeling advisering van de Raad van State zal worden voorgelegd en vervolgens zal worden vastgesteld.

Op grond van de aangehaalde bepalingen geschiedt de voordracht aan de Koning ter verkrijging van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State over het ontwerpbesluit niet eerder dan vier weken nadat het ontwerpbesluit aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

Een gelijkluidende brief heb ik gezonden aan de voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming.

X Noot
2

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4418.


X Noot
1

Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming.

X Noot
2

Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State 29 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4418.

Naar boven