Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 februari 2026
In de procedurevergadering van de vaste commissie voor Asiel en Migratie van 22 januari
2026 hebt u mij verzocht de Kamer een reactie te doen toekomen waarin in wordt gegaan
op de huidige situatie in Iran en wat de gevolgen hiervan zijn voor lopende asielprocedures.
Hierbij bied ik u een schriftelijke reactie aan.
Gezien de recente ontwikkelingen in Iran zie ik vooralsnog geen aanleiding om de wijze
waarop beslist wordt in lopende asielprocedures van vreemdelingen uit Iran te wijzigen.
Personen die actief zijn in de politiek, journalistiek, op het gebied van de mensenrechten
of een ander maatschappelijk terrein (in het bijzonder op het terrein van vrouwenrechten
en de rechten van etnische minderheden) worden in het landgebonden asielbeleid Iran
reeds aangemerkt als een risicoprofiel. Dit betekent dat bij personen die tot deze
groep behoren in algemene zin wordt aangenomen dat zij een verhoogd risico kunnen
lopen om blootgesteld te worden aan vervolging in Iran. Hierbij moet gezegd worden
dat de vrees voor vervolging individueel wordt beoordeeld en het enkel behoren tot
een groep die als risicoprofiel is aangemerkt op zichzelf onvoldoende is om reeds
een gegronde vrees aan te nemen. Personen die stellen te vrezen voor vervolging in
verband met hun politieke overtuiging dan wel de recente demonstraties in Iran kunnen
binnen dit risicoprofiel worden beoordeeld. Het huidige landenbeleid Iran biedt dan
ook voldoende ruimte en kaders om de recente ontwikkelingen te betrekken bij de wijze
waarop er wordt beslist in lopende asielprocedures.
Gedwongen terugkeer naar Iran blijft mogelijk mits er geen sprake is van gegronde
vrees of een reëel risico. In de praktijk komt gedwongen terugkeer naar Iran nauwelijks
voor omdat de Iraanse autoriteiten daartoe geen (vervangende) reisdocumenten afgeven.
Bij een beslissing in Iraanse zaken zal steeds de meest recente landeninformatie betrokken
worden. Veranderingen in de veiligheidssituatie in Iran – en de mogelijke gevolgen
die het heeft voor de beoordeling – worden doorlopend nauwlettend in de gaten.
Volgens de huidige planning zal in het derde kwartaal van 2026 een nieuw algemeen
ambtsbericht Iran verschijnen. Aan de hand daarvan zal, zoals te doen gebruikelijk,
het landenbeleid opnieuw worden bezien. Tot die tijd zal de situatie uiteraard nauwlettend
in de gaten gehouden worden.
Indien er voor die tijd een beleidsmatige aanpassing is vereist zal ik uw Kamer daar
over informeren.
De Minister van Asiel en Migratie,
D.M. van Weel