Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202019637 nr. 2573

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2573 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 december 2019

Op 12 november jl. heeft uw Kamer een motie aangenomen van de leden Belhaj (D66), Voordewind (CU), Bosman (VVD), Van Helvert (CDA), Diks (GL) en Karabulut (SP) over het beschermingsbeleid voor tolken uit Afghanistan.1 Mede namens de Minister van Defensie en de Minister van Buitenlandse Zaken reageer ik hiermee op die motie.

In de motie verzoekt de Kamer de regering, het beschermingsbeleid voor tolken in lijn te brengen met de EASO Country Guidance over Afghanistan en hen als systematisch vervolgde groep aan te merken, en wanneer Defensie bij toekomstige militaire missies tolken behoeft, de voorkeur te geven aan het werken met tolken die een contract hebben met de Nederlandse Staat en daarin vast te leggen dat zij bescherming verdienen wanneer zij in direct en persoonlijk gevaar komen.

Naar aanleiding van het algemene ambtsbericht dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken in maart 2019 over de veiligheidssituatie in Afghanistan uitbracht heeft uw Kamer op 1 juli jl.2 een brief ontvangen over aanpassingen in het landgebonden asielbeleid voor Afghanistan. Uit het ambtsbericht blijkt dat burgers die geassocieerd worden met – of die beschouwd worden als ondersteunend aan – de Afghaanse regering, pro-regering gewapende groepen, het Afghaanse maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap in Afghanistan, waaronder internationale strijdkrachten, extra risico lopen op gericht geweld van met name de Taliban en ISKP. Dit is reden geweest om deze groep aan te merken als risicogroep. Een persoon die tot deze risicogroep behoort, kan indien er sprake is van geloofwaardige en individualiseerbare verklaringen, met geringe indicaties aannemelijk maken dat zijn problemen die verband houden met één van de vervolgingsgronden leiden tot een gegronde vrees voor vervolging. De update van de EASO Country Guidance over Afghanistan gaf geen aanleiding het risicogroepenbeleid aan te passen.

Het overgrote deel van uw Kamer verzoekt de regering om het beleid ten aanzien van tolken uit Afghanistan aan te passen. Het kabinet heeft besloten om conform de motie, systematische vervolging aan te nemen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire missies in Afghanistan. Dat betekent dat personen die tot deze categorie behoren voor bescherming in Nederland in aanmerking komen, tenzij het asielverzoek kan worden afgewezen bijvoorbeeld omdat er verboden gedragingen zijn gepleegd als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, een andere lidstaat verantwoordelijk is op grond van de Dublinverordening of er sprake is van een veilig derde land. Daarnaast wordt het verzoek overgenomen dat in de motie is gedaan met betrekking tot tolken die voor toekomstige Nederlandse militaire missies in Afghanistan zullen werken. In het contract zal worden opgenomen dat zij bescherming verdienen wanneer zij in direct en persoonlijk gevaar komen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
1

Nader gewijzigde motie met Kamerstuk 35 300 X, nr. 44 ter vervanging van motie met Kamerstuk 35 300 X, nr. 32

X Noot
2

Kamerstuk 19 637, nr. 2507