Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201919637 nr. 2527

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2527 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 september 2019

Bij schrijven van 1 juli jl.1 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de aanpassingen in het landenbeleid naar aanleiding van het algemene ambtsbericht van maart 2019 van het Ministerie van Buitenlandse Zaken over de situatie in Afghanistan. In deze brief heb ik aangegeven dat ik voor de zomer een update verwachtte van de EASO Country Guidance over Afghanistan. Met deze brief zend ik u het rapport toe2 en geef ik tevens aan welke beleidsmatige consequenties ik hier aan verbind.

In juni 2018 bracht het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (EASO) een eerste Country Guidance Report uit over Afghanistan. Op 4 juli jl. ontving ik een update van deze Country Guidance. De informatie in deze Country Guidance, en de onderliggende Country of Origin Informatie, is specifieker over de situatie in verschillende regio’s en de steden Kabul, Mazar-e-Sherif en Herat. Op basis van deze aanvullende informatie kom ik tot de conclusie dat naast Kabul ook de steden Mazar-e-Sharif en Herat als binnenlands beschermingsalternatief zijn aan te merken.

Het aanwijzen van Mazar-e-Sharif en Herat als binnenlands beschermingsalternatief leidt vooralsnog voor de Dienst Terugkeer & Vertrek en de Koninklijke Marechaussee niet tot een andere praktijk bij de uitvoering van gedwongen vertrek naar Afghanistan. Tegenwerping van een van de twee beschermingsalternatieven zal in praktijk nog altijd betekenen dat gedwongen vertrek alleen naar Kabul plaats vindt. Het vliegticket zal tot aan Mazar-e-Sharif of Herat geboekt worden, maar de vreemdelingen worden bij gedwongen vertrek begeleid tot aan Kabul en moeten dan zelfstandig vanuit Kabul doorreizen naar deze steden.

Voor het overige geeft de update van de EASO Country Guidance over Afghanistan geen aanleiding om het landgebonden beleid ten aanzien van Afghanistan aan te passen. Zoals ook aangegeven in mijn brief van 1 juli 2019 ben ik van mening dat het landgebonden beleid voor Afghanistan voldoende rekening houdt met de precaire veiligheidssituatie en de positie van specifieke groepen in het land.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, A. Broekers-Knol


X Noot
1

Kamerstuk 19 637, nr. 2507.

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl.