Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201819637 nr. 2384

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2384 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2018

Hierbij bied ik uw Kamer de Rapportage Vreemdelingenketen (RVK) aan over de periode januari tot en met december 20171. In de rapportage informeer ik u periodiek over de resultaten in de vreemdelingenketen. Tevens worden met deze RVK twee toezeggingen aan de Kamer gestand gedaan.

Reguliere migratie

Het Kabinet streeft naar een evenwichtig migratiebeleid. Dit betekent onder meer dat migranten die Nederland nodig heeft – met name studie-, arbeids- en kennismigranten – door middel van snelle en doeltreffende procedures worden beoordeeld. Betrouwbare bedrijven en organisaties kunnen daarom de titel van «erkent referent» krijgen, waarmee zij toegang krijgen tot soepele procedures voor beoogd medewerkers en studenten. Als «erkend referent» dragen zij ook medeverantwoordelijkheid voor de toelating en het verblijf van migranten.

Erkend referenten worden opgenomen in een openbaar register dat te vinden is op de IND-website. Op 1 januari 2018 komt het totaal aantal erkende referenten op 6.080, een stijging van 12% ten opzichte van een jaar geleden.

Het totaal aantal aanvragen voor een reguliere verblijfsvergunning is in 2017 met 5% toegenomen ten opzichte van het jaar 2016. De stijging wordt onder meer veroorzaakt door de toename in de verblijfsclusters Kennis en Talent, en Studie.

Tegelijkertijd nam het aantal aanvragen in het verblijfscluster Familie en Gezin af. Deze afname wordt mede veroorzaakt door een daling van het aantal asielaanvragen en de daarmee samenhangende aanvragen voor het uitoefenen van gezinsleven in Nederland op grond van artikel 8 EVRM. Het gaat daarbij om gezinsleden van het kerngezin die niet onder het nareisbeleid vallen, maar waarvoor wel een aanvraag voor een verblijfsvergunning wordt ingediend.

Asiel en opvang

In 2017 bleef de totale instroom (eerste aanvragen, tweede en volgende aanvragen en nareizigers) nagenoeg gelijk aan de instroom in 2016. Het aantal personen dat in 2017 een eerste asielaanvraag indiende (14.720) is ten opzichte van 2016 (18.170) gedaald. Daar tegenover staat dat het aantal personen dat in 2017 in het kader van nareis naar Nederland kwam, steeg ten opzichte van het jaar daarvoor (2017: 14.490 tegen 2016: 11.810). De stijging in het aantal nareizigers is nog een gevolg van de verhoogde instroom van eind 2015.

Wanneer herplaatsing en hervestiging worden meegeteld, stijgt de totale instroom naar 35.030, ten opzichte van 33.670 in 2016.

Van de eerste asielaanvragen waarover in de periode januari tot en met december 2017 is beslist, is 31 procent ingewilligd. In 2016 lag het inwilligingspercentage nog op 51 procent. Dit kan voor een deel worden verklaard uit een gewijzigde samenstelling van de asielinstroom:

  • Het aandeel Syriërs (alsmede staatlozen uit Syrië) en Eritreeërs – beide groepen hebben een hoog inwilligingspercentage – was in 2017 lager dan in 2016;

  • Daarnaast steeg in 2017 het percentage asielaanvragen dat wordt afgewezen op basis van de Dublinverordening van 19 procent in 2016 naar 30 procent.

De instroom in de COA-opvang is in de verslagperiode sterk gedaald in vergelijking met het voorgaande jaar. Tevens hebben gemeenten veel inspanningen gepleegd om een grotere groep vergunninghouders uit de opvang te laten stromen naar gemeenten. De bezetting is 20.960 op 1 januari 2018. Dit is 22% lager dan op 1 januari 2017.

Met uw Kamer heb ik (en mijn voorganger) diverse keren gesproken over de Extra Begeleiding- en toezichtlocaties (EBTL’s), die bestemd zijn voor asielzoekers die voor overlast zorgen in de reguliere opvangcentra. Eind 2017 zijn twee locaties – in Amsterdam en Hoogeveen – geopend. Omdat dit een nieuwe opvangvorm is, is een beheerste opbouw wenselijk. De eerste fase wordt gebruikt om te leren en samenwerking met alle betrokken partijen goed in te regelen. Per eind 2017 verbleven in totaal acht personen in een EBTL. Op peildatum 27 maart 2018 waren er in totaal 36 personen ingestroomd en verbleven er nog 15 personen in een EBTL.

Toezicht

Het aantal persoons- en objectgerichte controles is afgenomen in 2017. De afname van het aantal controles wordt veroorzaakt door een combinatie van factoren, waaronder openstaande vacatures bij de politie en een blijvende geprioriteerde inzet van capaciteit van de politie op het identificatie- en registratieproces van de asielprocedure. Er vinden gesprekken plaats met de politie om de effectiviteit van de controles omhoog te brengen.

Terugkeer

Als gevolg van de teruglopende asielinstroom en de wijzigende samenstelling van die instroom (moeilijker verwijderbaar), zijn in deze rapportageperiode zowel de instroom van vreemdelingen in vertrekprocedures als het aantal vreemdelingen dat is vertrokken gedaald, met respectievelijk 7% (instroom DT&V) en 13% (vertrek DTenV). Ketenbreed (DTenV, Kmar, Politie) zijn in totaal vorig jaar 20.800 vertrekplichtige vreemdelingen vertrokken.

Deze rapportageperiode is de instroom in vreemdelingenbewaring aanzienlijk gestegen ten opzichte van dezelfde periode in 2016, toen voor het eerst sinds jaren een stijging zichtbaar werd.

Toezeggingen

Met deze RVK kom ik twee toezeggingen aan de Kamer na. Het betreft:

  • Het opnemen van het incidentenoverzicht in de RVK.

    U bent vanaf 30 januari 2016 halfjaarlijks op de hoogte gesteld van de geregistreerde incidenten op en rondom COA-opvanglocaties en de opvolging daarvan. In de brief van 13 april 20172 is aangegeven dat deze rapportage in het vervolg onderdeel zal uitmaken van de Rapportage Vreemdelingenketen. De rapportage treft u aan onder hoofdstuk 3.3. Separaat publiceren de politie en het COA vandaag overzichten van cijfers per COA-opvanglocatie. De lokale duiding per COA-opvanglocatie bij dit overzicht is van groot belang. Voor deze duiding wordt verwezen naar het lokaal bevoegd gezag.

    In de brief van 3 oktober 20163 met het incidentenoverzicht heeft mijn ambtsvoorganger u meegedeeld dat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) was gevraagd onderzoek te doen naar de criminaliteit buiten COA-opvanglocaties, mede om de cijfers in perspectief te kunnen plaatsen. Dit onderzoek, getiteld «Van perceptie naar feit», heb ik uw Kamer op 1 februari 2018 aangeboden.4 Nu dit onderzoek er ligt, zal ik mij beraden op de betekenis ervan voor de opzet van het incidentenoverzicht.

  • Het monitoren of de uitspraak van de Raad van State over de schorsende werking in hoger beroep, ertoe leidt dat er meer hoger beroep wordt ingesteld.

    Op 19 januari 2017 heb ik uw Kamer toegezegd te zullen monitoren of de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 december 2016 inzake de schorsende werking in hoger beroep (ECLI:NL:RVS:2016:3350), zou leiden tot een toename van het aantal hoger beroepszaken.

    Het in de RVK opgenomen aantal ingediende hoger beroepszaken (hoger beroepen en voorlopige voorzieningen) is in 2017 hoger dan in 2016. Het aantal hoger beroepen houdt vooral verband met de toename van het aantal beroepen bij de rechtbank in 2016. Het aantal beroepen in 2016 groeide met 66% ten opzichte van 2015. Deze toename van het aantal beroepen bij de rechtbank in 2016 werd vooral veroorzaakt door de hogere asielinstroom in de periode 2015–2016.

    Daarnaast is sprake van een stijging van het aantal verzoeken om een voorlopige voorziening in hoger beroep. Dit is (mede) een gevolg van de eerder genoemde uitspraak van 20 december 2016 van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspaak van de Raad van State.

    Uiteraard zal ik blijven rapporteren over de aantallen hoger beroep in de Rapportage Vreemdelingenketen. Mijn toezegging omtrent het monitoren beschouw ik hiermee als afgehandeld.

Ten slotte informeer ik uw Kamer over mijn toezegging omtrent de wijze van rapporteren over de doorlooptijden in de Rechtspraak. Omdat aanpassing van de informatielevering door de Raad noodzakelijk is om de gevraagde gegevens te leveren, ben ik hierover in gesprek met de Raad.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Kamerstukken 33 042 en 19 637, nr. 28.

X Noot
3

Kamerstukken 33 042 en 19 637, nr. 26.

X Noot
4

Kamerstukken 19 637 en 33 042, nr. 2369.