Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 23 november 2017
Onlangs heb ik vragen van uw Kamer beantwoord over de problematiek rondom nareisaanvragen
van Eritreeërs1. De IND heeft daarnaast in de afgelopen periode ook van Vluchtelingenwerk Nederland,
de UNHCR en de Nationale ombudsman vragen gekregen over dit onderwerp. Middels deze
brief informeer ik uw Kamer nader over de beoordeling van nareisaanvragen, in het
bijzonder van Eritreeërs.
Beoordelingskader
Om in aanmerking te komen voor nareis moeten de nareizende gezinsleden hun identiteit
en gezinsband met de aanvrager (i.e. de vergunninghouder in Nederland) aannemelijk
maken. Uitgangspunt is dat nareizigers officiële bewijsstukken overleggen die de identiteit
en gezinsband aantonen. Indien de nareiziger geen officiële documenten overlegt, dan
vraagt de IND om een plausibele verklaring hiervoor. Als de nareiziger aannemelijk
kan maken dat het ontbreken van officiële documenten hem of haar niet toe te rekenen
is, dan concludeert de IND dat de nareiziger in bewijsnood verkeert en biedt de IND
een DNA-onderzoek of een gehoor aan om de identiteit en/of gezinsband op alternatieve
wijze aannemelijk te maken. Ook betrekt de IND indicatieve documenten2 bij de beoordeling of de identiteit en/of gezinsband aannemelijk is. Deze beoordeling
vraagt een individuele afweging van de omstandigheden in dat specifieke geval.
Complexe beoordeling Eritrese nareisaanvragen
De IND ervaart dat Eritrese nareizigers in verreweg de meeste gevallen geen (geldige)
officiële bewijsstukken overleggen ter onderbouwing van hun identiteit en gezinsband
met de aanvrager. Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea (februari 2017)3, volgt welke officiële documenten de Eritrese overheid verstrekt aan haar ingezetenen,
maar ook dat Eritrese documenten zowel in Eritrea, maar nog vaker in het buitenland
worden vervalst. Eveneens bevat het ambtsbericht het signaal dat personen die legaal
in Europa verblijven zich als huwelijkspartner aanbieden waarbij iemand de mogelijkheid
wordt geboden naar Europa te kunnen reizen.
Dit alles maakt dat de IND de nareisaanvragen van Eritreeërs met extra aandacht voor
misbruik beoordeelt. Bijgevolg is de beoordeling van nareisaanvragen van Eritreeërs
tijdrovend en complex.
Aanpassing
Gelet op de complexiteit van beoordelingen en naar aanleiding van vragen van VluchtelingenWerk
Nederland, de UNHCR en de Nationale ombudsman heeft de IND haar beoordelingskader
geëvalueerd. Uit die evaluatie is geconcludeerd dat de noodzaak bestond op onderdelen
aanpassingen door te voeren. De aanpassingen betreffen de volgende onderdelen:
-
− Indicatieve documenten worden voortaan eerder bij de nareisaanvraag in de beoordeling
van de IND meegenomen en niet pas ingeval van bewijsnood. Indicatieve documenten kunnen
bijdragen aan het aannemelijk maken van de identiteit en/of gezinsband.
-
− Zoals aangegeven in antwoord 7 op de eerdergenoemde vragen van het lid van Dijk besluit
de IND, gelet op het belang van het kind, bij gestelde biologische kerngezinnen eerder
om een DNA-onderzoek aan te bieden.
De IND heeft het beoordelingskader op deze punten aangepast. Daarnaast heeft de IND
intern gezorgd voor verduidelijking van het beoordelingskader met als doel te komen
tot een nog meer zorgvuldige en uniforme toepassing in de beslispraktijk.
De IND hanteert dit aangepaste en verduidelijkte beoordelingskader in zowel nieuwe
aanvragen als in lopende nareisaanvragen. Dit betekent dat de IND nagaat of alle nareisaanvragen
die zijn ingediend en in bezwaar en in (hoger)beroep liggen in lijn zijn met dit aangepaste/verduidelijkte
beoordelingskader. De aanpassingen van het beoordelingskader hebben geen consequenties
voor de doorlooptijd van nareisaanvragen in zijn totaliteit.
Daarnaast heeft de IND ervoor gekozen om de nareisaanvragen van Eritreeërs die in
(hoger)beroep liggen en waarbij sprake is van (huwelijks-)partners zonder kinderen – dit betreft tussen de 300 en de 400 zaken – met
voorrang te beoordelen. Immers juist voor deze zaken volgt uit de interne evaluatie
dat de motivering aan de hand van de nieuwe inzichten waarschijnlijk moet worden aangevuld.
De beoordeling kan leiden tot het doorzetten van een zaak zonder dat er een aanvullende
motivering nodig is. Daarnaast zijn er zaken die met een aanvullende motivering nader
worden onderbouwd en daarna worden doorgezet. Tenslotte kan de beoordeling leiden
tot het intrekken van het besluit om nader onderzoek te doen, bijvoorbeeld het horen
van betrokkene, waarna opnieuw beslist wordt.
De IND evalueert haar beslispraktijk regelmatig op basis van landeninformatie, jurisprudentie,
relevante signalen van binnen en buiten de organisatie en ander voortschrijdend inzicht.
Het doel is om de beslispraktijk daar waar mogelijk/gewenst is te actualiseren naar
de ontwikkelingen en huidige inzichten en verder te verbeteren met oog op meer zorgvuldige
en uniforme beslissingen.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers