Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201819637 nr. 2354

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2354 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 23 november 2017

Onlangs heb ik vragen van uw Kamer beantwoord over de problematiek rondom nareisaanvragen van Eritreeërs1. De IND heeft daarnaast in de afgelopen periode ook van Vluchtelingenwerk Nederland, de UNHCR en de Nationale ombudsman vragen gekregen over dit onderwerp. Middels deze brief informeer ik uw Kamer nader over de beoordeling van nareisaanvragen, in het bijzonder van Eritreeërs.

Beoordelingskader

Om in aanmerking te komen voor nareis moeten de nareizende gezinsleden hun identiteit en gezinsband met de aanvrager (i.e. de vergunninghouder in Nederland) aannemelijk maken. Uitgangspunt is dat nareizigers officiële bewijsstukken overleggen die de identiteit en gezinsband aantonen. Indien de nareiziger geen officiële documenten overlegt, dan vraagt de IND om een plausibele verklaring hiervoor. Als de nareiziger aannemelijk kan maken dat het ontbreken van officiële documenten hem of haar niet toe te rekenen is, dan concludeert de IND dat de nareiziger in bewijsnood verkeert en biedt de IND een DNA-onderzoek of een gehoor aan om de identiteit en/of gezinsband op alternatieve wijze aannemelijk te maken. Ook betrekt de IND indicatieve documenten2 bij de beoordeling of de identiteit en/of gezinsband aannemelijk is. Deze beoordeling vraagt een individuele afweging van de omstandigheden in dat specifieke geval.

Complexe beoordeling Eritrese nareisaanvragen

De IND ervaart dat Eritrese nareizigers in verreweg de meeste gevallen geen (geldige) officiële bewijsstukken overleggen ter onderbouwing van hun identiteit en gezinsband met de aanvrager. Uit het Algemeen Ambtsbericht Eritrea (februari 2017)3, volgt welke officiële documenten de Eritrese overheid verstrekt aan haar ingezetenen, maar ook dat Eritrese documenten zowel in Eritrea, maar nog vaker in het buitenland worden vervalst. Eveneens bevat het ambtsbericht het signaal dat personen die legaal in Europa verblijven zich als huwelijkspartner aanbieden waarbij iemand de mogelijkheid wordt geboden naar Europa te kunnen reizen.

Dit alles maakt dat de IND de nareisaanvragen van Eritreeërs met extra aandacht voor misbruik beoordeelt. Bijgevolg is de beoordeling van nareisaanvragen van Eritreeërs tijdrovend en complex.

Aanpassing

Gelet op de complexiteit van beoordelingen en naar aanleiding van vragen van VluchtelingenWerk Nederland, de UNHCR en de Nationale ombudsman heeft de IND haar beoordelingskader geëvalueerd. Uit die evaluatie is geconcludeerd dat de noodzaak bestond op onderdelen aanpassingen door te voeren. De aanpassingen betreffen de volgende onderdelen:

  • Indicatieve documenten worden voortaan eerder bij de nareisaanvraag in de beoordeling van de IND meegenomen en niet pas ingeval van bewijsnood. Indicatieve documenten kunnen bijdragen aan het aannemelijk maken van de identiteit en/of gezinsband.

  • Zoals aangegeven in antwoord 7 op de eerdergenoemde vragen van het lid van Dijk besluit de IND, gelet op het belang van het kind, bij gestelde biologische kerngezinnen eerder om een DNA-onderzoek aan te bieden.

De IND heeft het beoordelingskader op deze punten aangepast. Daarnaast heeft de IND intern gezorgd voor verduidelijking van het beoordelingskader met als doel te komen tot een nog meer zorgvuldige en uniforme toepassing in de beslispraktijk.

De IND hanteert dit aangepaste en verduidelijkte beoordelingskader in zowel nieuwe aanvragen als in lopende nareisaanvragen. Dit betekent dat de IND nagaat of alle nareisaanvragen die zijn ingediend en in bezwaar en in (hoger)beroep liggen in lijn zijn met dit aangepaste/verduidelijkte beoordelingskader. De aanpassingen van het beoordelingskader hebben geen consequenties voor de doorlooptijd van nareisaanvragen in zijn totaliteit.

Daarnaast heeft de IND ervoor gekozen om de nareisaanvragen van Eritreeërs die in (hoger)beroep liggen en waarbij sprake is van (huwelijks-)partners zonder kinderen – dit betreft tussen de 300 en de 400 zaken – met voorrang te beoordelen. Immers juist voor deze zaken volgt uit de interne evaluatie dat de motivering aan de hand van de nieuwe inzichten waarschijnlijk moet worden aangevuld.

De beoordeling kan leiden tot het doorzetten van een zaak zonder dat er een aanvullende motivering nodig is. Daarnaast zijn er zaken die met een aanvullende motivering nader worden onderbouwd en daarna worden doorgezet. Tenslotte kan de beoordeling leiden tot het intrekken van het besluit om nader onderzoek te doen, bijvoorbeeld het horen van betrokkene, waarna opnieuw beslist wordt.

De IND evalueert haar beslispraktijk regelmatig op basis van landeninformatie, jurisprudentie, relevante signalen van binnen en buiten de organisatie en ander voortschrijdend inzicht. Het doel is om de beslispraktijk daar waar mogelijk/gewenst is te actualiseren naar de ontwikkelingen en huidige inzichten en verder te verbeteren met oog op meer zorgvuldige en uniforme beslissingen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II 2016/17, nr. 2249 en Aanhangsel Handelingen II 2017/18, nr. 373

X Noot
2

Niet officiële documenten