Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201819637 nr. 2353

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2353 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 21 november 2017

Met deze brief informeer ik u over het door de Inspectie Justitie en Veiligheid (de Inspectie) uitgevoerde onderzoek naar het toezicht van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) op de werkgever als erkend referent. Op 9 oktober jl. ontving ik het rapport met de door de Inspectie getrokken conclusies en de aanbevelingen die zij daaraan verbindt. Het rapport bied ik u hierbij aan1, tezamen met de Kabinetsreactie. Het rapport zal tegelijk met de verzending aan uw Kamer ook openbaar worden gemaakt op de website van de Inspectie.

Nieuwe taak

De IND heeft sinds de invoering van de Wet modern migratiebeleid (Wet momi) in juni 2013 de taak om toezicht te houden op de erkend referent. Een erkend referent is een organisatie, zoals een werkgever, een onderwijsinstelling of een au-pairbureau, die belang heeft bij de overkomst van een werknemer, een student of een au pair van buiten de Europese Unie naar Nederland.

Het houden van toezicht op de erkend referent is een nieuwe taak die bovendien wezenlijk anders is dan de andere taken van de IND. De Inspectie heeft om die reden onderzoek gedaan naar de kwaliteit van het toezicht op de erkend referent. Het onderzoek concentreert zich op het toezicht op de werkgever die optreedt als erkend referent.

Voor een goede uitvoering van het vreemdelingenbeleid zijn gedegen toezicht en adequate handhaving onontbeerlijk. Ik ben de Inspectie erkentelijk voor het onderzoek dat ze naar dit belangrijke onderwerp heeft gedaan en haar bevindingen. De bevindingen leveren waardevolle bijdragen aan het verkrijgen van inzicht in de wijze waarop het toezicht is georganiseerd. Uit het onderzoek blijkt dat het toezicht op een aantal terreinen nog niet voldoende effectief is. Alhoewel de IND stappen heeft gezet in de uitvoering van deze nieuwe taak dient het toezicht verder te worden aangescherpt. Om die reden onderschrijf ik de conclusie en zal ik uitvoering geven aan alle aanbevelingen uit het onderzoek. Per aanbeveling tref ik verbetermaatregelen die ik hieronder uiteenzet.

Reactie aanbevelingen

Aanbeveling: Zorg voor waarborgen zodat dienstverlenende en toezichts- en handhavingstaken in de praktijk niet met elkaar kunnen conflicteren.

De dienstverlenende en toezichts- en handhavingstaken worden zo ingericht dat afzonderlijke teams deze gaan uitvoeren. De taken waren weliswaar al separaat belegd bij specifieke medewerkers binnen een team, maar scheiding in verschillende teams biedt betere waarborgen tegen conflicten in de taakuitvoering. De werkzaamheden die de IND zelf verricht in het kader van het toezicht worden belegd bij het team Toezicht van de IND. Boeterapporten ten aanzien van erkend referenten als werkgever worden uitsluitend door dit team opgemaakt. De dienstverlenende taken blijven belegd bij team Zakelijk van de IND. Beide teams worden separaat aangestuurd om vermenging van taken en prioriteiten te vermijden.2

Aanbeveling: Verbeter de informatiepositie ten behoeve van signalering, draag daarbij zorg voor borging van de samenwerking met andere overheidsorganisaties en optimale benutting van de mogelijkheden voor geautomatiseerde informatie-uitwisseling.

Een goede informatiepositie van de IND is essentieel voor het opmerken van overtredingen van de momi-plichten of het niet (langer) voldoen aan de voorwaarden voor erkenning. Om die reden wordt voortdurend bezien welke mogelijkheden er zijn voor het uitbreiden en verbeteren van de informatiepositie, waarbij rekenschap wordt gegeven aan ICT-mogelijkheden en privacyaspecten. Tegen deze achtergrond heeft de IND in de afgelopen jaren belangrijke stappen gezet in de informatie-uitwisseling met andere overheidsorganisaties.

Er is een aantal koppelingen gerealiseerd waarbij automatische gegevensuitwisseling plaatsvindt. Strafrechtelijke veroordelingen worden automatisch gemeld bij de IND waarna de verblijfsvergunning wordt bezien op intrekking. Met de Basis Registratie Personen (BRP) van de gemeenten is een automatische koppeling gerealiseerd waarmee gegevens worden geleverd met betrekking tot de burgerlijke staat en verhuismutaties die mogelijk gevolgen hebben voor het verblijfsrecht.

Daarnaast vindt ook niet-geautomatiseerde gegevensuitwisseling plaats. Van groot belang is de inzagemogelijkheid in het Suwinet van het UWV voor de controle op het middelenvereiste. Er is informatie-uitwisseling met de DUO in het kader van het inburgeringsvereiste en met de Inspectie SZW ten behoeve van signalering van overtredingen van de Wet Arbeid Vreemdelingen. Advies van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland kan worden gevraagd om na te gaan of bedrijven nog voldoen aan de erkenningsvoorwaarden.3 Verder leveren verschillende overheidsorganisaties relevante informatie aan de IND, waaronder de Belastingdienst, de FIOD helpdesk en de Kamer van Koophandel. Met laatstgenoemde worden gesprekken gevoerd over geautomatiseerde gegevenslevering.

Aanbeveling: Bezie of er voldoende personele capaciteit beschikbaar is voor toezichts- en handhavingstaken.

De IND-medewerker heeft zowel dienstverlenende als toezichts- en handhavingstaken. Tijdens de hoge instroom in 2015 en 2016 lag de nadruk op de dienstverlenende taken en zijn de toezichts- en handhavingstaken onderbelicht gebleven. Op basis van de bevindingen van de Inspectie wordt een deel van de medewerkers ingezet om meer en gericht aandacht te besteden aan toezichts- en handhavingstaken. Zoals ik bij de eerste aanbeveling heb aangegeven, zal

de IND het verrichten van controlebezoeken en het opmaken van boeterapporten bij een afzonderlijk team beleggen om hier beter op te kunnen sturen.

Aanbeveling: Maak de inspanningen, resultaten en zo mogelijk de effecten van het toezicht en de handhaving inzichtelijk zowel ten behoeve van de interne aansturing als de externe handhavingscommunicatie.

De IND stuurt steeds gerichter op het inzichtelijk maken van de resultaten van de toezichts- en handhavingstaken. Deze resultaten gaan een vast onderdeel vormen van externe rapportages. Het gaat in ieder geval om gegevens die betrekking hebben op het aantal waarschuwingen, bestuurlijke boetes, schorsingen, het intrekken van de erkenning als referent en het verhalen van de kosten van uitzetting. Deze gegevens zullen bijvoorbeeld worden opgenomen in de Rapportage Vreemdelingenketen en de Jaarrapportage van de IND. Ook zal de website van de IND meer dan tot nu toe worden benut voor handhavingscommunicatie.

Aanbeveling: Draag zorg dat medewerkers bij de uitvoering van het boetebeleid voldoende handvatten hebben om consequent te kunnen handelen bij het geven van een waarschuwing en een eventuele daarop volgende boete aan erkend referenten.

De IND-medewerker beschikt over de beleidsregels en de bijbehorende werkinstructie. Het aantal intrekkingen van het erkend referentschap is opgelopen van 20 in 2014 naar 140 in 2016. Gelet op de aard van de geconstateerde overtredingen is de erkenning in de praktijk direct ingetrokken. Vooralsnog is van het geven van een waarschuwing of het opleggen van een boete bij lichtere overtredingen minder gebruik gemaakt. Dit is al eerder door de IND erkend. Om de volle reikwijdte van dit handhavingsinstrumentarium beter te benutten, zal een aparte groep medewerkers de uitvoering van het boetebeleid voor haar rekening nemen. In het licht van de eerste aanbeveling is het belangrijk om te vermelden dat deze medewerkers géén toezichtstaken uitvoeren. Zij kunnen putten uit de ervaringen die al zijn opgedaan met het opleggen van boetes aan andere categorieën van erkend referenten. Op deze wijze worden capaciteit, expertise en ervaring gebundeld en wordt mogelijke handelingsverlegenheid weggenomen.

Wetsevaluatie

In de Wet momi is bepaald dat in 2018 een wetsevaluatie plaatsvindt waarin de doeltreffendheid van de wijzigingen die de Wet momi heeft geïntroduceerd, wordt geëvalueerd. Hierbij wordt ook bezien in hoeverre de wet voor de uitvoeringspraktijk voldoende uitvoerbaar is gebleken. Ten aanzien van toezicht en handhaving zal mede kunnen worden bepaald of bovenstaande maatregelen voldoende zijn. De aanbeveling van de Inspectie met betrekking tot de aanwezigheid van voldoende handvatten om bewuste overtreders aan te pakken zal daarbij aan bod komen.

De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, M.G.J. Harbers


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

De IND volgt hierbij de visie op toezicht «Minder last, meer effect. Zes principes van goed toezicht» zoals opgesteld door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

X Noot
3

De RVO adviseert over de continuïteit en solvabiliteit van de onderneming.