Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201719637 nr. 2336

19 637 Vreemdelingenbeleid

33 042 Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA)

Nr. 2336 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 3 juli 2017

Zoals aan uw Kamer is gemeld, is er afgelopen periode gewerkt aan de realisatie van een aparte opvangvoorziening voor overlastgevende asielzoekers, dit mede naar aanleiding van een motie van het lid Azmani.1

Hierbij informeer ik uw Kamer dat de eerste van een dergelijke opvanglocatie, een Extra Begeleidings- en Toezichtslocatie (EBTL), zal worden gevestigd in Amsterdam. Het streven is om de locatie dit najaar in gebruik te nemen. Ik ben de gemeente Amsterdam zeer erkentelijk voor haar bereidwilligheid en samenwerking. Ik ben daarnaast nog in gesprek met een andere gemeente over een tweede EBTL. Ik hoop uw Kamer hier snel nader over te kunnen informeren.

De EBTL wordt een opvanglocatie met een streng regime, waar meerderjarige asielzoekers kunnen worden geplaatst als zij overlast veroorzaken op de opvanglocatie waar zij verblijven. Hierbij kan worden gedacht aan (herhaaldelijk) agressief gedrag richting medebewoners of personeel, het aanrichten van vernielingen of het discrimineren of intimideren van medebewoners. Zoals ik eerder aan uw Kamer heb aangegeven, is plaatsing in de EBTL enerzijds bedoeld om overlastgevers te confronteren met de gevolgen van hun gedrag en in te zetten op gedragsverandering. Anderzijds wordt door het overplaatsen van overlastgevers naar een aparte locatie de veiligheid en het welzijn van andere bewoners geborgd.

De EBTL, die plaats zal bieden aan maximaal 50 vreemdelingen, zal een sober karakter en streng regime krijgen, met extra aandacht voor het gedrag van betrokkenen. Het is immers van belang dat een bewoner het verblijf als strafmaatregel ervaart, maar het tegelijkertijd aanleiding geeft om zijn gedrag in positieve zin aan te passen.

Op de locatie zal er verscherpt toezicht zijn. Het uitgangspunt is dat EBTL-bewoners een vrijheidsbeperkende maatregel op basis van art. 56 Vw krijgen opgelegd, zodat zij zich slechts op een beperkt aantal plaatsen buiten de locatie mogen begeven. Over de precieze invulling hiervan worden afspraken gemaakt met het gemeentebestuur en de politie. Tevens zal naast de wekelijkse meldplicht een dagelijkse inhuisregistratie gelden. Ook wordt geregistreerd wanneer een bewoner de locatie verlaat of binnentreedt. Op lokaal niveau wordt ingezet op structureel overleg tussen het lokaal bestuur, de politie en de vreemdelingenketen zodat de lijntjes kort zijn en men elkaar snel weet te vinden als dat nodig is. et spreekt voor zicht dat de lijntjes op lokaal niveau tussen COA enhet lok

In de EBTL gelden strengere huisregels dan in een regulier AZC en de bewoners zijn verplicht om een intensief dagprogramma te volgen dat zich richt op inzicht in eigen handelen, en het bijstellen hiervan. Het COA maakt hierbij onder andere gebruik van methodieken gericht op gedragsverandering, die worden gebruikt door de Reclassering. Voor elke bewoner wordt daarnaast een individueel begeleidingsplan opgesteld. Bewoners van de EBTL ontvangen geen financiële verstrekkingen, zoals in de reguliere opvang. Ze krijgen maaltijden en overige noodzakelijke verzorgingsproducten in natura.

Om daadwerkelijk handen en voeten te kunnen geven aan de extra begeleiding en het verscherpte toezicht op de locatie, zal er meer personeel zijn dan op een regulier AZC. Het personeel, dat 24 uur per dag aanwezig is, zal volledig worden gevormd door zeer ervaren medewerkers. Voor de inrichting en het vormgeven van het toezichtsregime wordt daarnaast gebruik gemaakt van de expertise en deskundigheid van DJI-medewerkers.

De IND en DT&V worden nauw betrokken bij de EBTL, met het oog op het asiel- en vertrekproces. De beslissing om een asielzoeker te plaatsen in de EBTL zal worden genomen na zorgvuldig overleg tussen de betrokken partijen in de vreemdelingenketen, zodat de stand van zaken van de asielprocedure adequaat wordt meegewogen en er bijvoorbeeld kan worden besloten om de procedure naar voren te halen, als er naar inschatting een geringe kans is op vergunningverlening, zodat er sneller aan terugkeer kan worden gewerkt. Belangrijk uitgangspunt is immers dat plaatsing in de EBTL de terugkeer van die vreemdelingen die terug moeten naar het land van herkomst of een derde land niet mag frustreren. Terugkeer staat in die gevallen immers voorop. Asielzoekers uit veilige landen van wie de aanvragen versneld (in spoor 2) worden afgedaan, worden derhalve in beginsel niet in de EBTL geplaatst omdat het wenselijk is dat zij ter beschikking van het asielproces in Ter Apel blijven, zodat de aanvraag snel kan worden afgedaan en er aan (gedwongen) terugkeer kan worden gewerkt.

Een vreemdeling wordt in beginsel voor maximaal drie maanden in de EBTL geplaatst. Als in er de tussentijd sprake is van waarneembaar goed gedrag kan de vreemdeling eerder worden teruggeplaatst in een regulier AZC. Als een EBTL-bewoner overlast blijft geven, of zich bijvoorbeeld structureel niet aan de vrijheidsbeperkende maatregel houdt, kan dat aanleiding geven om het verblijf in de EBTL te verlengen. In een dergelijke situatie zal ook worden bezien of er aanleiding is tot het opleggen van een zwaardere maatregel, met als ultimum remedium, en als ook aan andere gronden voor bewaring wordt voldaan, een bewaringmaatregel.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Kamerstukken 19 637 en 33 042, nr. 2179, Kamerstukken 33 042 en 19 637, nr. 28 en Kamerstuk 19 637, nr. 2097.