Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201719637 nr. 2328

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2328 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2017

Met deze brief informeer ik u over de gevolgen van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRvS) van 29 maart 2016 over de kennisgevingsprocedure. De AbRvS heeft geoordeeld dat een wettelijke grondslag voor deze kennisgevingsprocedure ontbreekt, maar zegt niet dat de kennisgevingsprocedure helemaal niet kan.

Kennisgevingsprocedure

Bij enkele soorten aanvragen moest een vreemdeling eerst een kennisgeving indienen, voordat hij de daadwerkelijke aanvraag indiende. Het betrof, voor zover hier van belang: aanvragen om verlening van een verblijfsvergunning humanitair regulier (VVR humanitair) en aanvragen om toepassing van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000. Deze kennisgevingsprocedure was op 1 april 2014 geïntroduceerd in combinatie met de eendagstoets. Dit hield in de praktijk het volgende in:

Bij de kennisgeving moest de vreemdeling alle relevante gegevens overleggen. De IND kon dan, indien nodig, verzoeken om de kennisgeving te completeren, onderzoek verrichten en de beslissing voorbereiden. Indien de kennisgeving compleet was, werd de vreemdeling in de gelegenheid gesteld om een aanvraag in te dienen. Zo mogelijk werd er direct aan het loket beslist (de eendagstoets). Bij een negatieve beslissing werd het dossier overgedragen aan de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) en werd er zo spoedig als mogelijk gestart met het terugkeerproces, voor zover de vreemdeling nog niet in beeld was bij de DT&V.

Gevolgen van deze uitspraak

De AbRvS heeft op 29 maart 2016 geoordeeld dat een wettelijke grondslag ontbreekt voor deze procedure. Als gevolg hiervan is er een nieuwe werkwijze geïntroduceerd die recht doet aan de uitspraak en die de belangrijkste elementen uit het eerder geïntroduceerde beleid bevat. Echter, de kennisgeving als zodanig is verdwenen bij de bedoelde aanvragen. Het Vreemdelingenbesluit 2000 en de bijbehorende lagere regelgeving zullen hierop worden aangepast.

Het alsnog opnemen van een grondslag in de wet voor de kennisgevingsprocedure acht ik niet opportuun. Reden hiervoor is dat ik ervan uit ga dat de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voldoende oplossingen biedt om te voorkomen dat met het wegvallen van de kennisgeving het rechtmatig verblijf van de vreemdeling te lang gaat duren. Er zal krachtiger gebruik worden gemaakt van de middelen die de Awb zelf al biedt.

Een complete aanvraag kan direct behandeld worden; een incomplete aanvraag moet voortvarend aangevuld worden. Op grond van de Awb kan gebruik gemaakt worden van een korte periode voor herstel van een verzuim. Als het verzuim niet binnen de termijn is hersteld, kan direct overgegaan worden tot buiten behandelingstelling of afwijzing van de aanvraag.

Op deze wijze wordt recht gedaan aan de uitspraak en kunnen de belangrijkste punten uit het eerder geïntroduceerde beleid (onder meer de eendagstoets en het aanleveren van het medisch dossier door de vreemdeling) worden behouden.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff