Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201719637 nr. 2268

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2268 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 december 2016

Op 2 december 2016 verschenen in de media berichten over een brandbrief van de ondernemingsraad van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA). In de brief staat dat personeel van asielzoekerscentra zich onveilig voelt door asociaal en crimineel gedrag van asielzoekers uit Noord-Afrikaanse landen. Ditzelfde geldt voor omwonenden van een aantal opvanglocaties, met name in het noorden van het land. Tijdens de regeling van werkzaamheden van 6 december 2016 is deze brandbrief aan de orde gekomen en heeft uw Kamer mij verzocht om een brief waarin staat welke maatregelen ik heb genomen om deze groep overlastgevende asielzoekers aan te pakken (Handelingen II 2016/17, nr. 31, Regeling van werkzaamheden). Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

De afgelopen maanden hebben we op verschillende manieren gezien dat er mensen zijn die op oneigenlijke gronden een beroep doen op het asielrecht. Daarbij veroorzaakt een aantal van hen veel overlast in en rond de opvanglocaties. Hierdoor voelen bewoners van de locaties, omwonenden, medewerkers van het COA en medewerkers van andere organisaties die op die locaties werkzaam zijn zich onveilig. Dit is onacceptabel. Zoals ik u heb bericht in mijn brief van 17 november 2016 (Kamerstuk 19 637, nr. 2257) is dit is voor mij aanleiding geweest om met een pakket maatregelen te komen om het beleid voor asielzoekers uit veilige landen van herkomst aan te scherpen, in het bijzonder voor hen die zich misdragen. Het zijn maatregelen die ik neem in nauwe samenwerking met gemeenten, de vreemdelingenketen, politie, Openbaar Ministerie (OM) en rechtspraak. De maatregelen bestaan onder andere uit:

  • een gerichte inzet van het strafrecht;

  • snellere asielprocedures;

  • snellere Dublinprocedures;

  • minder opvang;

  • eerder in vreemdelingenbewaring stellen;

  • beëindiging van de financiële terugkeerondersteuning;

  • stimuleren van een vertrek uit Nederland; en

  • een gecoördineerde integrale lokale aanpak.

In de laatste weken is de instroom van Marokkaanse en Algerijnse asielzoekers gedaald ten opzichte van de weken daarvoor. Nog daargelaten of deze daling het gevolg is van de reeds getroffen maatregelen, acht ik het aandeel asielzoekers uit veilige landen als onderdeel van de asielinstroom nog steeds te groot. In de maand november is het vertrek van vreemdelingen van Marokkaanse of Algerijnse nationaliteit sterk toegenomen en ten opzichte van oktober bijna verdubbeld tot ongeveer 370 vertrekken in november. Voor verdere aantallen over instroom en vertrek verwijs ik u naar de bijlage1.

Voorts is als bijlage een brief toegevoegd die asielzoekers uit veilige landen van herkomst voortaan direct na de afwijzing op hun asielaanvraag krijgen2. Hierin staat duidelijk aangegeven dat zij de plicht hebben om Nederland te verlaten, geen recht meer hebben op opvang en dat zij een inreisverbod voor twee jaar voor de hele EU opgelegd krijgen.

In vervolg op schriftelijke uitleg in mijn brief van 17 november 2016 en mijn mondelinge uitleg tijdens de behandeling van de begroting van Veiligheid en Justitie op 1 december 2016 (Handelingen II 2016/17, nr. 30, behandeling begroting Veiligheid en Justitie), schets ik u de verdere stappen die door mij zijn en worden gezet.

Geïntegreerde lokale aanpak

In Groningen en Ter Apel is inmiddels gestart met een casusgerichte aanpak. Bij deze aanpak werken de partners in de strafrechtketen, de vreemdelingenketen en het lokaal bestuur intensief samen, met als doel overlastgevende vreemdelingen snel en gericht aan te pakken, zowel strafrechtelijk, vreemdelingrechtelijk als bestuursrechtelijk. Deelnemers zijn OM, politie, gemeente, DT&V, COA en IND. Deze komen 2 a 3 keer per week bijeen en vaker indien de situatie daarom vraagt. De opzet is dat de overlastgevers vanaf het allereerste moment in het vizier komen van de partijen die in het casusoverleg zitten. Vervolgens zal de overlast tegen worden gegaan door gerichte inzet van de in deze brief beschreven maatregelen. Bijvoorbeeld door versneld afwijzen van het asielverzoek, opleggen van een maatregel door het COA (ontzeggen van opvang), strafrechtelijke inzet en het in vreemdelingenbewaring stellen. Er is sprake van een gecoördineerde integrale lokale aanpak door de strafrechtketen, de vreemdelingenketen en het bestuur. Ik stimuleer deze casusgerichte aanpak op andere plekken in Nederland waar ernstige overlast wordt ervaren, en zeg de medewerking van de vreemdelingketen daarbij toe. Zo kunnen we vreemdelingenrechtelijke maatregelen zo effectief mogelijk combineren met openbare orde maatregelen die worden genomen door het lokale gezag. Voorbeelden daarvan zijn de vreemdelingen die in vreemdelingenbewaring zijn gesteld op basis van gecombineerde dossiers van COA, Politie en DT&V. Deze vreemdelingrechtelijke maatregelen kunnen worden ingezet naast of ter versterking van maatregelen op grond van de bevoegdheid van de burgemeester om op te treden. Een voorbeeld van dit laatste is het gebiedsverbod voor drie maanden dat de burgemeester van de gemeente Vlagtwedde recent heeft opgelegd aan een asielzoeker die herhaaldelijk met de politie in aanraking was gekomen. Ook wordt consequent ingezet op vervolging van strafbare feiten, met een passende strafeis. Desgevraagd heeft het OM mij geïnformeerd dat er sinds 1 november 2016 22 strafrechtzaken tegen asielzoekers afkomstig uit een veilig land van herkomst zijn gestart (peildatum 8 december 2016). In al deze gevallen is snelrecht toegepast. De uitspraken lopen uiteen van 4 weken gevangenisstraf tot 28 weken gevangenisstraf. Enkele uitspraken volgen nog.

Op 12 december 2016 heb ik in het Landelijk Overleg Veiligheid en Politie (LOVP) met alle regioburgemeesters, de voorzitter van het College van procureurs-generaal, de Minister van Veiligheid en Justitie en de korpschef van de politie gesproken over de problematiek van overlastgevende asielzoekers. Daarnaast zal ik de maatregelen die in Noord-Nederland zijn getroffen als good practice ter beschikking stellen, ter ondersteuning van andere gemeenten.

In samenwerking met de partijen in de vreemdelingenketen, de strafrechtketen en vertegenwoordigers van gemeenten zullen we nog vóór de komende feestdagen, een handreiking voor gemeenten opstellen voor de aanpak van deze problematiek. In deze handreiking worden onder meer de bestuursrechtelijke en vreemdelingrechtelijke mogelijkheden uiteengezet voor de aanpak van overlastgevende vreemdelingen. Een uiteenzetting van mogelijke maatregelen om notoire onruststokers in hun vrijheid te beperken of zich te laten melden tijdens de nieuwjaarsviering is daar in elk geval onderdeel van.

Snellere asielprocedures

Zoals ik u heb geïnformeerd in mijn brief van 17 november worden sinds 1 maart 2016 de asielaanvragen van asielzoekers uit veilige landen versneld en met voorrang door de IND behandeld. Dit heeft er inmiddels toe geleid dat nu gemiddeld binnen 10 dagen, na aanmelding van de asielzoeker afkomstig uit een veilig land van herkomst, een (negatieve) beslissing op het asielverzoek is genomen. In zaken waarin het veilig land van herkomst wordt tegengeworpen, handelt de rechter de ingestelde beroepen in de regel binnen een korte termijn van vier weken af. In zaken waarin er sprake is van overlastgevende vreemdelingen zijn met de rechtbank afspraken gemaakt over de mogelijkheden om tot een verdere versnelling te kunnen komen. Daarnaast wordt door de Raad voor Rechtsbijstand in de vorm van een pilot onderzocht in hoeverre kansloze procedures kunnen worden voorkomen. De pilot vindt overigens plaats binnen het bestaande juridische kader.

In de brief van 17 november heb ik uw Kamer ook geïnformeerd over de maatregel om tevens de afdoening in Dublinzaken te versnellen, onder andere door de inzet van extra IND-personeel op deze zaken. Dit heeft ertoe geleid dat nu binnen 8 á 9 weken, na aanmelding van de Marokkaanse/Algerijnse asielzoeker, door de IND het Dublinbesluit wordt genomen. De IND zet zich in om een verdere versnelling van de doorlooptijd te realiseren. In zaken waarin er sprake is van overlastgevende vreemdelingen zijn met de rechtbank afspraken gemaakt over de mogelijkheden om tot een verdere versnelling te kunnen komen.

Eerder in vreemdelingenbewaring

In de brief van 17 november heb ik ook de maatregel genoemd van het eerder in vreemdelingenbewaring stellen van de (overlastgevende) vreemdeling, indien dit juridisch mogelijk is. Om een vreemdeling in vreemdelingenbewaring te kunnen stellen moet er gemotiveerd kunnen worden dat er een risico is dat de vreemdeling zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarnaast dient er ook sprake te zijn van zicht op uitzetting. Na de afwijzing van de asielaanvraag wordt altijd door de DT&V beoordeeld of inbewaringstelling mogelijk is. Om deze beoordeling goed te kunnen maken, wordt door de diensten geïnvesteerd in een betere dossieropbouw van de vreemdeling. Zo wordt onder andere bezien of het mogelijk is om in het zogeheten «veilige landen-gehoor» van de IND enkele aanvullende vragen te laten stellen en wordt tevens bezien op welke wijze relevante informatie over het gedrag van de vreemdeling direct kan worden uitgewisseld tussen de verschillende ketenpartners, zodat ook dat kan worden meegewogen in de beoordeling. Eén en ander heeft er inmiddels al toe geleid dat in de maand november 14 vreemdelingen uit een veilig land van herkomst van wie de asielaanvraag door de IND kennelijk ongegrond is verklaard, in bewaring zijn gesteld.

Inreisverbod

Wanneer een vreemdeling wordt aangetroffen in het kader van het binnenlands vreemdelingentoezicht of het Mobiel Toezicht Veiligheid, kan het verblijf worden beëindigd als niet wordt voldaan aan de relevante wettelijke voorwaarden. Dit komt erop neer dat hij of zij voldoende middelen van bestaan moet hebben, de bij- of krachtens de wet gestelde regels in acht moet nemen, geen gevaar voor de openbare orde en nationale veiligheid mag vormen en geen arbeid mag verrichten in strijd met de Wet Arbeid Vreemdelingen. Momenteel is wijziging van de regelgeving in voorbereiding die aan een verblijfsbeëindiging in die gevallen altijd een inreisverbod van 1 jaar koppelt. De maatregel treedt uiterlijk 1 april 2017 in werking en is in dit kader relevant voor visumvrije vreemdelingen uit veilige landen van herkomst die zich bevinden in de zogeheten vrije termijn. Dit uiteraard in aanvulling op het bestaande uitgangspunt dat na afwijzing van de asielaanvraag van personen afkomstig uit veilige landen van herkomst een inreisverbod wordt opgelegd van 2 jaar.

Aanpassing terugkeerondersteuning

Per 1 december 2016 is de terugkeerondersteuning voor Marokko en Algerije beperkt. Vreemdelingen uit deze landen komen niet meer in aanmerking voor financiële ondersteuning en ondersteuning in natura en kunnen enkel nog gebruik maken van een vliegticket en ondersteuning bij het verkrijgen van vervangende reisdocumenten via de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Voor de andere landen uit de ring rondom Europa zal deze maatregel per 1 januari 2017 ingaan.

Terugkeer

Met het oog op het terugnemen van de eigen onderdanen, voor die groep waarop Dublin-procedures niet van toepassing zijn, zet ik mij met de rest van het kabinet in om de samenwerking met belangrijke landen van herkomst te verbeteren. In onze contacten dringen we bij deze landen aan op betere samenwerking, het maken van duidelijke afspraken over terugkeer en het voorkomen van irreguliere migratie naar Europa en Nederland. Daarbij is bij Marokko en Algerije specifiek aandacht gevraagd voor de recente aanzienlijke instroom van veelal jonge onderdanen die zonder perspectief in Nederland en Europa verblijven. Minister EZ heeft dit in Algerije gedaan tijdens zijn bezoek, evenals Minister BHOS dat ook recent heeft gedaan in Marokko. Ook is door vertegenwoordigers van de Ministeries van Veiligheid en Justitie en van Buitenlandse Zaken de actuele problematiek onder de aandacht gebracht van de ambassadeurs van deze landen. Zelf ben ik voornemens om zeer binnenkort samen met Minister Koenders naar Marokko te gaan om ook hierover te spreken.

In deze contacten wordt het gemeenschappelijk belang onderstreept dat Nederland, Algerije en Marokko hebben om tot een goede samenwerking te komen op het gebied van migratie. Tegelijkertijd wordt ook stil gestaan bij het feit dat beide landen bijdragen aan het voorkomen van (meer) irreguliere migratie naar Europa, in het bijzonder langs de Westelijke en Centrale Mediterrane route. Algerije en Marokko geven aan bereid te zijn tot samenwerking met Nederland in de volle breedte van het migratiedossier, inclusief terugkeer.

Daarbij wil ik niet verbloemen dat de problematiek rond gedwongen vertrek naar Marokko en Algerije complex is en een lange geschiedenis kent. Ondanks de kabinetsbrede en Europese inzet moet er daarom rekening mee worden gehouden dat niet alle knelpunten op dat vlak snel zullen zijn weggenomen.

Dat benadrukt het belang van de in deze brief beschreven nationale en regionale maatregelen. Ik zal mij daarvoor met kracht blijven inzetten en ook steeds bezien of aanvullende maatregelen nodig en mogelijk zijn. Die inzet ervaar ik ook bij alle betrokken partijen bij de strafrecht- en vreemdelingenketen alsmede bij het betrokken lokale bestuur. Al deze partijen vinden elkaar in het streven naar de bescherming van de samenleving en de eigen medewerkers alsmede in het streven asielbescherming te kunnen blijven bieden aan hen die daar terecht een beroep op doen.

De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, K.H.D.M. Dijkhoff


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl