19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2143 MOTIE VAN DE LEDEN GESTHUIZEN EN SJOERDSMA

Voorgesteld 16 februari 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het aangekondigde vijfsporenbeleid asielzoekers met een kansrijk geachte aanvraag bij inwilliging van die aanvraag geen aanspraak meer kunnen maken op de gefinancierde rechtsbijstand, ongeacht hun financiële positie;

overwegende dat het ontbreken van adequate rechtshulp er in de praktijk toe kan leiden dat asielzoekers van wie de aanvraag in eerste instantie wordt ingewilligd, fouten, onvolkomenheden of misverstanden in het verslag van een gehoor niet tijdig opmerken;

overwegende dat dat in eventuele vervolgprocedures, bijvoorbeeld bij gezinshereniging, problemen kan opleveren indien de dan verstrekte informatie niet lijkt te stroken met de informatie in het eerdere gehoor in kwestie;

voorts overwegende dat de Staatssecretaris bij herhaling heeft aangegeven dat de aangekondigde maatregel niet zal leiden tot een verslechtering van de rechtspositie van kansrijke asielzoekers;

verzoekt de regering, in de beleidsregels op te nemen dat fouten, onvolkomenheden of misverstanden die in eerste instantie onopgemerkt blijven omdat een aanvrager een verblijfsvergunning kreeg maar niet de mogelijkheid had om zich daarbij te laten begeleiden door een advocaat, niet in een later stadium aan die aanvrager zullen worden tegengeworpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Gesthuizen

Sjoerdsma

Naar boven