Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201619637 nr. 2129

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 2129 MOTIE VAN HET LID ROEMER

Voorgesteld 11 februari 2016

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment tienduizenden Syrische vluchtelingen, van wie naar schatting 80% vrouwen en kinderen, gestrand zijn in de Noord-Syrische stad Azaz, maar dat de Turkse grens voor hen gesloten is;

voorts constaterende dat de gegronde vrees bestaat dat de bombardementen op Aleppo voor een toestroom van honderdduizenden vluchtelingen naar de stad zullen zorgen;

van mening dat, nu hulporganisaties melding maken van mensonterende toestanden waarbij kinderen en moeders met baby's uitgeput langs de kant van de weg wachten op hulp, een humanitaire ramp voorkomen moet worden,

verzoekt de regering, naast de toegezegde hulp voor opvang van vluchtelingen aan de Turkse zijde van de grens met Syrië ook werk te maken van noodhulp aan de vluchtelingen aan de Syrische zijde en de Kamer hierover volgende week te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Roemer