Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2013-201419637 nr. 1884

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1884 MOTIE VAN HET LID VAN NISPEN C.S.

Voorgesteld 4 september 2014

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kinderen van een ouder die 1F kreeg tegengeworpen niet in aanmerking komen voor het zogenaamde kinderpardon dat is gebaseerd op de regeling langdurig verblijvende kinderen;

constaterende dat hiermee een situatie van rechtsongelijkheid ontstaat voor kinderen die zich in dezelfde situatie en omstandigheden bevinden welke op niets anders is gebaseerd dan hun afkomst;

van mening dat deze kinderen juist omdat zij zich al lange tijd in Nederland bevinden en hier in een aantal gevallen zelfs geboren zijn recht hebben op een behandeling die niet discrimineert op basis van afkomst;

overwegende dat het nu ook al kan voorkomen dat familieleden van mensen die 1F tegengeworpen kregen zelf wel in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning en dat niet valt in te zien waarom dit een blokkerend criterium zou moeten zijn bij het bepalen of een kind in aanmerking komt voor de regeling langdurig verblijvende kinderen;

van mening dat het de verantwoordelijkheid van de Staatssecretaris is om te voorkomen dat de regeling langdurig verblijvende kinderen ertoe leidt dat ouders aan wie 1F wordt tegengeworpen automatisch een verblijfsvergunning wordt verstrekt, maar dat dit niet rechtvaardigt dat kinderen van ouders aan wie 1F wordt tegengeworpen bij voorbaat categorisch worden uitgesloten van deze regeling;

verzoekt de regering, kinderen van ouders die 1F tegengeworpen kregen dezelfde rechten toe te kennen als kinderen van ouders die geen 1F tegengeworpen kregen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Nispen

Gesthuizen

Voordewind

Van Ojik

Schouw