Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 oktober 2013
Hierbij bied ik u aan het onderzoeksrapport «Van bejegening tot vertrek. Een onderzoek
naar de werking van de vreemdelingenbewaring»1. Dit onderzoek is op verzoek van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) uitgevoerd
door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
Het onderzoek is primair kwantitatief van karakter en heeft het mogelijk gemaakt theoretische
veronderstellingen te toetsen over:
-
1. de relatie tussen de bejegening door het personeel van DJI en de detentiebeleving
van de ingesloten vreemdelingen;
-
2. het verband tussen de wijze waarop vreemdelingen hun detentieomstandigheden in vreemdelingenbewaring
ervaren en de mate waarin vreemdelingen medewerking verlenen aan hun terugkeer.
Bij de uitvoering van het onderzoek is gebruik gemaakt van gegevens uit het Medewerkertevredenheidsonderzoek
2012 en de Vreemdelingensurvey 2012, een belevingsonderzoek onder ingeslotenen in
vreemdelingenbewaring. De aldus verzamelde gegevens zijn aangevuld met informatie
die is verzameld via diepte-interviews met medewerkers en ingesloten vreemdelingen.
Deel 1 van het onderzoek heeft betrekking op de relatie tussen personele factoren
en de detentiebeleving door de gedetineerden. De belangrijkste conclusies van het
WODC op dit punt zijn:
-
– Tevredenheid over de eigen arbeidsomstandigheden (collegialiteit, stimulerend leiderschap,
veiligheid) blijkt samen te gaan met een proactieve houding van het personeel.
-
– Met name een activerende bejegeningsstijl blijkt bij te dragen aan een positieve detentiebeleving
van ingeslotenen. Dit komt onder meer tot uitdrukking in een hogere waardering voor
het personeel, een grotere tevredenheid over de dagbesteding, een hogere mate van
ervaren autonomie en een hogere mate waarin de vreemdeling zich respectvol behandeld
voelt.
-
– Vreemdelingen zijn over het algemeen tevreden met de aandacht die zij van het personeel
krijgen. Zij vinden voorts dat het personeel de veiligheid bevordert en garandeert.
Zoals hierboven aangegeven, heeft deel 2 van het onderzoek betrekking op het verband
tussen de detentiebeleving en de medewerking aan vertrek.
Uit het onderzoek komt naar voren dat de afschrikwekkende werking van detentie beperkt
is. Hiermee worden eerdere resultaten van onderzoek naar deze veronderstelde relatie
bevestigd. Wel is een, zij het geringe, significante samenhang gevonden tussen het
aantal malen dat een ingeslotene in bewaring is gesteld en de terugkeerbereidheid.
Een vreemdeling die voor de eerste keer in bewaring zit, geeft in mindere mate aan
terugkeerbereid te zijn dan een vreemdeling die voor de tweede, derde of vierde keer
vastzit. Vanaf de vijfde keer bewaring neemt de terugkeerbereidheid echter weer wat
af. De vertrekbereidheid neemt voorts toe als de vreemdeling de bedoelde uitkomst
van de bewaring – terugkeer – rechtvaardig vindt. Er is geen samenhang gevonden tussen
de tevredenheid over de detentieomstandigheden en de ontwikkeling van de vertrekbereidheid.
Beleidsreactie
Het WODC heeft een gedegen onderzoek uitgevoerd dat nuttige en interessante informatie
heeft opgeleverd. Uit het onderzoek blijkt dat een activerende bejegeningsstijl door
het personeel een positieve rol speelt bij de detentiebeleving van de vreemdelingen.
Ik zie hierin een bevestiging van de beleidslijn van DJI om in het kader van een de
tenuitvoerlegging van de vreemdelingendetentie te investeren in een positieve bejegening
van de ingeslotenen. Dit beleid zal dan ook worden voortgezet. De uitkomsten van het
onderzoek zullen worden betrokken bij de ontwikkeling van een nieuw wettelijk kader
voor de tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring.
Uit het onderzoek blijkt dat de detentieomstandigheden die vreemdelingen ervaren geen
direct verband houden met hun vertrekbereidheid. Er lijkt wel sprake van een indirect
verband. Zo is geconstateerd dat een persoonsgerichte, activerende bejegening door
het DJI-personeel binnen de gehele vreemdelingenketen kan bijdragen aan de gepercipieerde
rechtvaardigheid van de detentie en daarmee lijkt bij te dragen aan de terugkeerbereidheid
van illegale vreemdelingen.
Het stemt mij tenslotte tevreden dat de vreemdelingen die in verband met dit onderzoek
zijn ondervraagd over hun behandeling in detentie relatief positief zijn.
De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven