Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201219637 nr. 1502

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1502 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE, INTEGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 maart 2012

Inleiding

Op 8 september 2011 heeft een debat met uw Kamer plaatsgevonden over een wijziging in het opvangbeleid voor uitgenodigde vluchtelingen. Uitgenodigde vluchtelingen worden sinds juli 2011 direct in gemeenten geplaatst en niet langer in de centrale opvang in Amersfoort opgevangen. Dit om een directe start mogelijk te maken met hun integratie en inburgering in de gemeente waar de vluchtelingen komen te wonen. Voor het overige is geen sprake van een wijziging van het beleid inzake uitgenodigde vluchtelingen. Het quotum is vastgesteld op 2000 vluchtelingen voor de periode 2012–2015.

Tijdens het debat is toegezegd uw Kamer tussentijds op de hoogte te stellen van de gang van zaken met betrekking tot de directe plaatsing van uitgenodigde vluchtelingen in gemeenten. Met deze brief wordt deze toezegging gestand gedaan. Overigens wordt in het eerste kwartaal van 2013 het resultaat verwacht van een evaluatie van het nieuwe beleid door het WODC.

Aantallen

De directe plaatsing van uitgenodigde vluchtelingen in gemeenten is gestart in juli 2011. Er zijn 327 uitgenodigde vluchtelingen uit de volgende landen in gemeenten geplaatst: Kenia, Roemenië, Nepal, Libanon.

Van april tot met juni van dit jaar zullen vluchtelingen die werden geselecteerd in Thailand, Malta en India in gemeenten worden geplaatst.

Verder zijn er nog 47 vluchtelingen uit diverse landen op individuele basis aangekomen en in gemeenten gehuisvest. De uitgenodigde vluchtelingen zijn in bijna alle provincies terechtgekomen, waaronder een grote concentratie in Friesland, Limburg en Overijssel. Deze vluchtelingen worden door 56 gemeenten opgevangen.

Gemiddelde wachttijd in het land van opvang

Een van de doelstellingen van het nieuwe beleid was dat plaatsing van een uitgenodigde vluchteling in een gemeente in beginsel plaats vindt binnen zes maanden na acceptatie. Deze termijn is in alle gevallen gehaald.

Voor sommige, urgente gevallen is een snellere plaatsing gewenst. Hiervoor zijn inmiddels met een aantal gemeenten afspraken gemaakt. Het is gelukt om voor urgente gevallen waar dit voor nodig was binnen drie maanden huisvesting te realiseren. Overigens bleek het een uitdaging om bij individuele voordrachten de urgente gevallen voor te bereiden op hun vertrek naar Nederland. Zij krijgen namelijk niet standaard een cultureel oriëntatieprogramma. Hier is per 1 januari van dit jaar verbetering in gekomen doordat de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) in samenwerking met het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) in staat is bij individuele voordrachten, waar mogelijk, een aangepast cultureel oriëntatieprogramma te bieden.

Verlengde culturele oriëntatie en informatieoverdracht

De culturele oriëntatie (CO) bestaat uit een programma van drie keer vier dagen, verspreid over de periode tussen moment van selectie en moment van aankomst in Nederland (6 maanden). Dit programma wordt dus in het land van opvang gegeven. Het programma wordt gevolgd door vluchtelingen van 13 jaar en ouder. Tijdens het programma wordt gemiddeld per dag twee uur Nederlandse taalles gegeven. De vluchtelingen worden ruim geïnformeerd over Nederland. De eerste CO-training gaat in op de Nederlandse samenleving, de tweede training is gericht op informatie over de gemeente waar de vluchteling zich gaat vestigen en de derde training heeft als onderwerp de toekomstige woning van de vluchteling. Met interactieve werkvormen worden vluchtelingen qua houding, verwachtingen en vaardigheden voorbereid op het integreren in de Nederlandse samenleving. Er is nauwelijks sprake van absentie bij de CO-trainingen.

Deelnemende vluchtelingen geven over het algemeen aan de geboden informatie zeer bruikbaar te vinden. Er bestaan bij de vluchtelingen voorafgaand aan de culturele oriëntatie veel zorgen, onzekerheden en vragen over de toekomst. Veel enthousiasme is er op het moment dat in de derde CO-training de deelnemers het adres, een foto en (waar mogelijk) een plattegrond van de woning wordt verstrekt. De gelegenheid om tijdens de training een netwerk op te bouwen met andere vluchtelingen die naar Nederland gaan wordt bijzonder gewaardeerd.

COA-trainers hebben tussen de trainingen door regelmatig contact met de vluchtelingen die aangeven op welke vragen ze tijdens de volgende CO-training graag antwoord krijgen.

Op het gebied van het leren van de Nederlandse taal tijdens de CO-trainingen zijn een aantal nieuwe methoden in gebruik. In Libanon is de vernieuwde zelfstudie voor de Nederlandse taal «Naar Nederland» van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in gebruik genomen. Hiermee konden deelnemers tussen de trainingen door op hun laptop Nederlands studeren.

In Thailand is gebruik gemaakt van MP3-spelers waarop de lesstof uit de CO-trainingen ingesproken is. De effecten van beide nieuwe methoden worden nader bestudeerd.

De overdracht van informatie naar gemeenten verloopt voorspoedig. Van iedere deelnemer wordt de voortgang in de training op het gebied van de Nederlandse taal en zelfredzaamheid geobserveerd en de bevindingen worden door de trainer vastgelegd in een persoonsgebonden voortgangsrapportage. Deze informatie wordt gedeeld met de ontvangende gemeenten en begeleidende organisaties. Daarnaast geven COA-trainers in de gemeenten presentaties over de achtergronden en woonomstandigheden van de groepen.

Met contactpersonen van gemeenten en begeleidende organisaties is zeer regelmatig telefonisch contact over de voorbereiding van de aankomst. Tussen de CO-trainingen ontvangen de gemeenten een voortgangsrapportage met een mondelinge toelichting van de trainers.

Er zijn vanuit gemeenten veel positieve reacties over de geboden informatie over de vluchteling, de omstandigheden waar hij/zij vandaan komt en de begeleiding die COA-medewerkers bieden bij de voorbereidingen van de aankomst. Zo zijn gemeenten vroegtijdig in staat om samen met de begeleidende organisaties voorbereidingen te treffen.

Opvang in de eerste 48 uur

Voor iedere groepsgewijze aankomst van uitgenodigde vluchtelingen op Schiphol wordt een draaiboek opgesteld gericht op de eerste 48 uur na aankomst in Nederland. De opvang en begeleiding op Schiphol verloopt goed en de noodzakelijke administratieve handelingen en de TBC-controle vinden binnen 48 uur plaats. Ook is de Vreemdelingenpolitie op het AC Schiphol tot op heden in staat binnen de termijn de noodzakelijke administratieve handelingen te verrichten voor zowel individuele als groepsaankomsten.

Het COA verzorgt vervolgens het vervoer naar de gemeente waar de uitgenodigde vluchtelingen gaan wonen. Ook dit levert in de praktijk geen problemen op.

Een punt van aandacht was de afgifte van de verblijfsdocumenten. In de aanloopfase liet de afgifte van verblijfspassen soms langer op zich wachten.

Inmiddels krijgen uitgenodigde vluchtelingen direct na aankomst in Nederland hun verblijfsdocument uitgereikt door IND.

Deze verbetering is bereikt omdat de IND recent is gaan werken met speciale scanapparatuur waarmee biometrische gegevens kunnen worden opgeslagen en uitgelezen. Tijdens de hervestigingsmissies kan zo al de juiste informatie worden verzameld met als gevolg dat verblijfspassen direct bij aankomst kunnen worden afgegeven.

Medische zorg en overdracht van medische gegevens

De overdracht van de medische gegevens van Bureau Medische Advisering (BMA) van de IND verkregen tijdens de selectiemissie naar de huisartsen in gemeenten is nog een punt van aandacht. In de praktijk blijkt het soms lastig om ruim van tevoren de juiste gegevens aan de desbetreffende huisartsen beschikbaar te stellen. Tevens is in de praktijk gebleken dat er een ruimere informatiebehoefte bij huisartsen is dan alleen de gegevens die momenteel via BMA worden aangeleverd. Daarom is het COA in overleg getreden met BMA en de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) om de informatiebehoefte verder te inventariseren en te komen tot oplossingen. Naar verwachting zullen de resultaten van deze consultaties dit voorjaar zijn beslag krijgen.

Huisvesting in gemeenten

Het beeld is dat gemeenten goed voorbereid zijn op de komst van uitgenodigde vluchtelingen. De woningen zijn in het algemeen op tijd gereed om in te trekken als de vluchtelingen aankomen. Zoals hierboven reeds uiteengezet is hebben gemeenten aangegeven op basis van de informatievoorziening uit de CO-trainingen vroegtijdig in staat te zijn om samen met de begeleidende organisaties de nodige voorbereidingen te treffen.

Voor wat betreft de goede aansluiting op medische zorg wordt – zoals hierboven aangegeven – in samenwerking met de Landelijke Huisartsenvereniging gewerkt aan een uitgebreidere informatievoorziening die voorziet in de behoeften van huisartsen.

Inzet middelen voor de begeleiding van uitgenodigde vluchtelingen

Voor de begeleiding van uitgenodigde vluchtelingen in gemeenten is 1000 euro extra beschikbaar per uitgenodigde vluchteling.1

Dit geld is ingezet voor extra begeleiding van de vluchtelingen, tolkenkosten, betaling van basisinrichting, kosten woonklaar maken woning, aanschaf boodschappenpakket, bemiddeling en coaching van de vluchteling en huurderving.

Daarnaast is een toezegging gedaan om eenmalig 2 miljoen euro extra ter beschikking te stellen voor de begeleiding van uitgenodigde vluchtelingen in de opstartfase van het nieuwe model. De verdeelsleutel daarbij is 2000 euro per volwassen uitgenodigde vluchteling en 1000 euro per minderjarige vluchteling.

Alle gemeenten die vanaf 1 juli 2011 hervestigers hebben gehuisvest zijn in januari en februari 2012 aangeschreven om een aanvraag in te dienen voor de uitkering van deze tijdelijke regeling.

De minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, G. B. M. Leers


X Noot
1

De volgende gemeenten hebben gebruik gemaakt van deze middelen. Simpelveld, Tytsjerksteradiel (voor alle 14 Friese gemeenten), Sittard-Geleen, Zaanstad, Venray, Raalte, Reimerswaal, Wijchen, Borsele, Horst aan de Maas, Hoorn, Boekel, Beesel, Zwolle, Ommen, Haarlem, Staphorst, Losser, Purmerend, Zoetermeer, Oldenzaal, Harderwijk, Weert, Nieuwegein, Brielle, Ede, Wychen, Meijel, Reuver, De Bilt, Goes, Hellevoetssluis, Nieuwkoop, Rheden, Amersfoort en Boekel.