Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2011-201219637 nr. 1501

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1501 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 5 maart 2012

Met referte aan uw brief van 22 december 2011 inzake het spreekuur van het Juridisch Loket (hierna: het JL) in vreemdelingenbewaring bericht ik u, mede namens de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, als volgt.

Met belangstelling heb ik kennisgenomen van het artikel «Matige rechtsbijstand vreemdeling» in de Volkskrant van 24 november 2011. In dit artikel wordt aangegeven dat onderzoek heeft aangetoond dat het spreekuur van het JL nog onvoldoende bekendheid geniet. Ik acht een kwalitatief goede rechtsbijstand aan vreemdelingen van groot belang. Het evaluatierapport waarnaar in het genoemde artikel wordt verwezen is een goede stap om zaken die niet naar wens verlopen, op te lossen. Onderstaand zal ik hierop nader ingaan.

De invulling van het spreekuur heeft een voorgeschiedenis. In 2006 is onderzoek gedaan door IVA Beleidsonderzoek en Advies Tilburg naar de kwaliteit van de gesubsidieerde rechtsbijstand voor vreemdelingen in vreemdelingenbewaring in Nederland. Uit dit rapport bleek dat de kwaliteit van de rechtsbijstand in een aantal gevallen te wensen overliet. Teneinde de kwaliteit van de rechtsbijstandverlening te verbeteren is in 2007 een aantal maatregelen genomen, geïnitieerd door de raad voor rechtsbijstand (hierna: de raad). In de eerste plaats zijn de inschrijvingsvoorwaarden en deskundigheidsvereisten voor de advocatuur aangescherpt. Zo dient een advocaat die bewaringszaken behandelt, over kennis te beschikken op het vlak van onder meer het asielrecht, migratierecht en bestuursrecht. Daarnaast is de Leidraad Vreemdelingenbewaring (Best Practice Guide Vreemdelingenbewaring) opgesteld, waarin minimumnormen voor de rechtspraktijk zijn vastgesteld. Ten derde heeft de raad het Juridisch Loket verzocht in de detentiecentra een spreekuurvoorziening in vreemdelingenbewaring in te richten, waar vreemdelingen terecht kunnen met juridische vragen. De raad heeft het voornemen de deelnamevoorwaarden voor advocaten in vreemdelingenbewaring verder aan te scherpen.

De spreekuurvoorziening is opgezet als een additionele voorziening die gericht is op de verbetering van de kwaliteit van de rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen in bewaring. Het centrale doel van een spreekuurvoorziening is te borgen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand aan vreemdelingen in bewaring verbetert met behulp van de volgende functionaliteiten:

contactrol/spreekbuisvoorziening tussen cliënt en advocaat ten aanzien van de zaak;

  • informatieverstrekking en vraagverheldering in de procedure ten behoeve van de cliënt;

  • informatie aan de advocaat (en medewerkers van het opvolgende spreekuur) betreffende overplaatsing van de cliënt;

  • eerste opvang voor juridische vragen van algemene aard.

Voorafgaand en tijdens de inbewaringstelling heeft de vreemdeling recht op gesubsidieerde rechtsbijstand. De vreemdeling wordt tijdens de bewaring in beginsel door dezelfde advocaat bijgestaan. Medewerkers van het JL houden op vooraf bekende vaste tijdstippen spreekuur. De spreekuurvoorziening wordt door middel van informatiefolders en posters bekend gemaakt; de vreemdeling kan zich vervolgens door middel van een aanmeldingsbriefje aanmelden voor het spreekuur.

Naar aanleiding van berichten van de zijde van Amnesty International en de Inspectie voor de Sanctietoepassing over kwalitatief onvoldoende rechtsbijstand aan ingesloten vreemdelingen, heeft de raad de effectiviteit van het spreekuur in de detentiecentra geëvalueerd. Uit het evaluatieonderzoek blijkt dat de functie waarbij het JL als spreekbuis/verlengde arm moet optreden voor de vreemdeling (communicatie tussen vreemdeling en zijn advocaat), onvoldoende uit de verf komt, het spreekuur onvoldoende bekend blijkt bij de ingesloten vreemdelingen en bij advocaten en het spreekuur daardoor onvoldoende toegankelijk is voor gedetineerde vreemdelingen. Het onderzoek bevestigt voorts dat een groep advocaten na het eerste beroep tegen de vreemdelingenbewaring de vreemdeling niet frequent contacteert. Een verklaring hiervoor is niet eenduidig te bepalen. De behoefte aan ondersteuning van de zijde van de vreemdeling kan groter zijn dan de advocaat daadwerkelijk kan bieden. Een afweging zou voorts moeten zijn dat frequentere bezoeken van de advocaat aan het huis van bewaring voor de advocaat een aanzienlijke tijdsbelasting met zich brengt, alsmede een stijging van de rechtsbijstandkosten voor de overheid, zonder dat daar een duidelijk aanwijsbaar rechtsbelang van de vreemdeling tegenover staat. Tegelijk moet wel kunnen worden vastgesteld dat de rechtsbijstandverlening niet kwalitatief onvoldoende is.

In het rapport wordt een aantal aanbevelingen gedaan. De raad is momenteel met de Nederlandse Orde van Advocaten, de Dienst Justitiële Inrichtingen en het JL in gesprek om aan de hand van de aanbevelingen uit het rapport de uitvoeringspraktijk ten aanzien van het spreekuur in vreemdelingenbewaring te verbeteren. Daarbij merk ik op dat vanuit de advocatuur het signaal is gekomen dat in een aantal gevallen advocaten op de piketlijst voor vreemdelingenbewaring staan die te weinig feeling met of kennis van de materie hebben. Met het oog hierop intensiveert de raad de opleidingseisen, alsmede de kennis ten aanzien van voortzetting van de deelname aan het piket.

Bovenstaande maatregelen zullen door mij worden gevolgd.

De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, F. Teeven