19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1459 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 oktober 2011

Aanleiding

Naar aanleiding van de RTL Nieuws uitzending van 1 oktober 2011 over criminele vreemdelingen die worden vrijgelaten omdat uitzetting niet mogelijk is, heeft uw Kamer verzocht om een reactie op dat bericht. In deze brief treft u mijn reactie aan.

Cijfers omtrent uitzettingen

RTL heeft via een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur onder meer gevraagd om cijfers van het aantal uitgezette criminele vreemdelingen en het aantal criminele vreemdelingen van wie de vreemdelingenbewaring was opgeheven gedurende een bepaalde periode.

Om deze zogenoemde criminele vreemdelingen in beeld te brengen zijn de aantallen verstrekt van Vreemdelingen in de Strafrechtketen (VRIS) en daarnaast van ongewenst verklaarde vreemdelingen (OVR). Het nieuws item liet echter een beperkt beeld zien. Zo is naast het aantal opheffingen van de vreemdelingenbewaring geen aandacht besteed aan het aantal daadwerkelijke uitzettingen van criminele vreemdelingen.

Uitzettingen van criminele vreemdelingen

In 2009 zijn er door toedoen van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) in de categorieën VRIS en OVR circa 640 vreemdelingen uitgezet. In 2010 betrof dit circa 770 vreemdelingen. En in 2011 bedroeg dit aantal tot 1 juli circa 400 vreemdelingen.

Zoals uit de Rapportages Vreemdelingenketen van de afgelopen jaren blijkt, is sinds 2009 circa 70% van de vreemdelingen in de strafrechtketen, van wie het vertrek werd behandeld door de DT&V, aantoonbaar uit Nederland vertrokken (dit betreft uitzettingen en aantoonbaar zelfstandig vertrek).

Uitzetting niet-criminele vreemdelingen

De eerste helft van 2011 laat een lichte daling zien van het aantal uitzettingen uit Nederland van illegale (niet-criminele) vreemdelingen. Voor deze lichte daling is een aantal verklaringen. Een van de verklaringen is dat ten gevolge van jurisprudentie het tijdelijk zeer beperkt mogelijk was om het Mobiel Toezicht Veiligheid uit te voeren. Hierdoor was het niet mogelijk om aangetroffen illegale vreemdelingen in vreemdelingenbewaring te stellen ter fine van uitzetting. Inmiddels heeft aanpassing van de wet- en regelgeving plaatsgevonden waardoor het uitvoeren van het Mobiel Toezicht Veiligheid onder een aantal aangescherpte voorwaarden mogelijk is. Daarnaast is de Europese Terugkeerrichtlijn nog niet volledig geïmplementeerd in de Nederlandse Vreemdelingenwet. Het wetsvoorstel ligt ter behandeling in uw Kamer. In een aantal gevallen heeft een uitspraak van de rechter geleid tot opheffingen van de bewaring omdat de Terugkeerrichtlijn nog niet geïmplementeerd is. Na uitspraken van de Raad van State is een aantal elementen hersteld, maar de opheffingen komen wel terug in de cijfers.

Beleid ten aanzien van criminele vreemdelingen

Illegalen zijn niet rechtmatig in Nederland en behoren Nederland te verlaten. Illegalen die strafbare feiten plegen maken de samenleving onveilig. De aanpak van deze groep heeft dan ook de hoogste prioriteit van dit kabinet. Doel is de uitzetting van deze vreemdelingen uit Nederland en daarmee de bescherming van de Nederlandse samenleving.

Er wordt gestreefd naar uitzetting van een criminele illegaal aansluitend aan de afloop van de strafrechtelijke detentie. Maar als dit niet mogelijk is gebleken kan, na het uitzitten van de straf, een criminele vreemdeling in vreemdelingenbewaring worden gesteld met het oog op het realiseren van het vertrek. In de Europese Terugkeerrichtlijn, waar Nederland aan is gebonden, is opgenomen dat vreemdelingenbewaring, zolang er zicht is op uitzetting, mag voortduren tot een termijn van maximaal 18 maanden.

Belangrijk hierbij is het VRIS-(Vreemdelingen in de Strafrechtketen)-protocol dat onder meer tot doel heeft om in alle gevallen waarin een vreemdeling onherroepelijk is veroordeeld tot een gevangenisstraf, taakstraf of maatregel voor een misdrijf, te toetsen aan het openbare-ordebeleid zodat kan worden beoordeeld of het verblijf kan worden beëindigd, zoveel mogelijk gevolgd door een ongewenstverklaring en uitzetting.

In 2010 is de Task Force VRIS van start gegaan onder leiding van het Openbaar Ministerie, met als doel het optimaliseren van de aanpak van criminele vreemdelingen en illegalen door een optimale verbinding tussen strafrechtketen en vreemdelingenketen te waarborgen. Het bestaan van de Task Force VRIS is verlengd tot eind 2012.

Voorts is een wetsvoorstel in voorbereiding om illegaal verblijf strafbaar te stellen. Handhaving richt zich met name op criminele en overlastgevende illegalen. Deze maatregel zal een afschrikkende en daarmee preventieve werking hebben. Aan strafrechtelijk veroordeelde vreemdelingen zonder verblijfsstatus zal in de toekomst geen voorwaardelijke invrijheidsstelling meer worden verleend.

Criminele vreemdelingen zullen daarbij vaker hun verblijfsvergunning kwijtraken doordat de glijdende schaal verder wordt aangescherpt.

Randvoorwaarden voor uitzetting

Indien een vreemdeling bereid is om terug te keren, is het over het algemeen geen probleem voor hem om het vertrek te realiseren. Is een vreemdeling echter niet bereid om terug te keren, dan is het aan de overheid om vertrek af te dwingen, waarbij medewerking van het land van herkomst onontbeerlijk is. Het realiseren van het gedwongen vertrek van vreemdelingen is een gecompliceerd proces. In de meeste gevallen zijn er geen reis- of identiteitsdocumenten van betrokkenen beschikbaar. Er moet dan een vervangend reisdocument bij de vertegenwoordiging van het land van herkomst worden aangevraagd. Veel vertegenwoordigingen van landen van herkomst geven een dergelijk document pas af als de identiteit en de nationaliteit van de betrokken vreemdeling vast staan. Voor de vaststelling van de identiteit en nationaliteit van een vreemdeling is het in de meeste gevallen noodzakelijk dat de vreemdeling hieraan meewerkt. De vreemdeling zal immers met documenten of andere verifieerbare informatie zijn nationaliteit en identiteit moeten kunnen aantonen.

Voor sommige ambassades geldt dat zij slechts vervangende reisdocumenten afgeven indien de vreemdeling verklaart bereid te zijn om terug te keren. In dergelijke gevallen is het dus zelfs onmogelijk om gedwongen vertrek te realiseren.

Om deze problematiek het hoofd te bieden wordt op verschillende niveaus met herkomstlanden gesproken over verbetering van de medewerking aan terugkeer.

Voor een aantal terugkeerlanden geldt dat medewerking aan terugkeer niet gerealiseerd en bestendigd zal kunnen worden zonder de terugkeerproblematiek als integraal onderdeel van het buitenlands beleid te benaderen. Het kabinet hanteert, onder leiding van de ministeries van Buitenlandse Zaken en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, daartoe een strategische landenbenadering, waarbij terugkeer gekoppeld wordt aan andere aspecten van de bilaterale relaties met Nederland, waaronder de ontwikkelingsrelatie en economische samenwerking.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers

Naar boven