Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201119637 nr. 1442

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1442 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2011

Hierbij bied ik u, mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de eindrapportage aan van de Taskforce Thuisgeven1.

Deze door het vorige kabinet ingestelde Taskforce, onder leiding van de heer Nijpels, heeft geadviseerd over de toewijzingsprocedure voor de huisvesting van vergunninghouders. De Taskforce Thuisgeven heeft op 1 juli 2011 zijn werkzaamheden beëindigd. Met mijn brief van 29 april 20112 zond ik u de tussenrapportage van de Taskforce toe.

De Taskforce constateert in zijn eindrapportage dat in het afgelopen jaar een gestage daling van de bezetting van vergunninghouders in de Centrale opvang waarneembaar is. De eerder opgelopen achterstand van gemeenten in de huisvesting van vergunninghouders wordt geleidelijk aan ingelopen. Gemiddeld blijven vergunninghouders daardoor minder lang in de opvang. Er is echter nog een slag te maken voordat de achterstanden definitief zijn weggewerkt en de gemiddelde uitplaatsingstermijn tot het gewenste niveau is teruggedrongen.

De Taskforce adviseerde in zijn tussenrapportage van januari dit jaar een nieuwe, efficiëntere toewijzingsprocedure in te voeren. In zijn eindrapportage handhaaft de Taskforce dit advies: de verantwoordelijkheid voor de matching tussen woonruimte en vergunninghouder wordt direct na vergunningverlening bij de gemeente gelegd in plaats van bij het COA. Dat zou gemeenten eerder in staat stellen om op de komst van de nieuwe inwoner te anticiperen.

Met de voorgestelde werkwijze wordt momenteel in een pilot in drie gebieden ervaring opgedaan: in Friesland, Drenthe en de provincie Utrecht (met uitzondering van de BRU-gemeenten). De pilot loopt tot het einde van dit jaar. Dan zal worden bezien of de voorgestelde werkwijze in de praktijk efficiënter en effectiever is, en zo ja, op welke wijze de door de Taskforce voorgestelde werkwijze landelijk kan worden ingevoerd.

Om de pilot goed te begeleiden en vervolgens te adviseren over wijzigingen in de procedure die de Taskforce heeft voorgesteld is binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een projectgroep opgericht. Deze zal de lopende werkzaamheden van de Taskforce ten aanzien van de gestarte pilot overnemen.

De Taskforce heeft in zijn eindrapport aanbevelingen opgenomen om een zo efficiënt mogelijk proces in te richten en aan te sturen. Waar mogelijk worden deze aanbevelingen overgenomen. Deels zijn ze afhankelijk van het invoeren van de nieuwe, voorgestelde, werkwijze en daarmee afhankelijk gesteld van de uitkomsten van de pilot.

Begin 2012 zal ik u verder informeren over de resultaten van de pilot en over de maatregelen die ik dan zal nemen met betrekking tot de huisvesting van vergunninghouders.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers


X Noot
1

Zie bijlage Eindrapportage Taskforce Thuisgeven, juni 2011. Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

X Noot
2

TK, 20010–2011, 19 637, nr. 1418.