Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201119637 nr. 1441

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1441 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juli 2011

In deze brief informeer ik u over het door de minister-president in het verantwoordingsdebat op 19 mei jl. aangekondigde wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen (Handelingen II, 2010/11, item 9, blz. 71). Voorts wil ik u nader informeren over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 380/2008 van de Raad van de Europese Unie van 18 april 2008 (Pb EU L 115).

In het verantwoordingsdebat is aangekondigd dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen vóór de zomer bij uw Kamer zou worden ingediend. Aangezien dit wetsvoorstel ziet op wettelijke maatregelen gericht op de invoering en rechtvaardiging van grootschalige verwerkingen van persoonsgegevens zoals bedoeld in de brief van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 29 april jl. (Kamerstukken II 2010/11, 32 761, nr. 1), zal ik op dit voorstel een privacyimpactassessment toepassen. Met de ontwikkeling en de toepassing van het instrument van privacyimpactassessment is enige tijd gemoeid waardoor de indiening van het wetsvoorstel wordt opgehouden. Ik verwacht het wetsvoorstel ultimo dit jaar bij uw Kamer in te kunnen dienen.

De Verordening (EG) nr. 380/2008 van de Raad van de Europese Unie van 18 april 2008, die geen implementatie in de Nederlandse wetgeving behoeft, legt rechtstreeks de verplichting op aan de lidstaten om het verblijfsdocument voor onderdanen van derde landen te voorzien van een gezichtsopname en van twee vingerafdrukken van de houder van het document. De Verordening verplicht de lidstaten om het verblijfsdocument voor onderdanen van derde landen uiterlijk met ingang van 20 mei 2012 te voorzien van twee vingerafdrukken van de houder van het document. De verplichting om het document te voorzien van een gezichtsopname geldt vanaf 20 mei jl. Deze verplichting wordt uitgevoerd door middel van plaatsing van de gezichtsopname op een chip die op het document is aangebracht. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) is belast met de uitvoering hiervan.

Het is niet uitgesloten dat in de eerste periode de door de vreemdeling aangeleverde foto’s niet altijd voldoen aan de kwaliteitseisen die de Verordening stelt. Dit zal met name gelden voor aanvragen die vóór 20 mei zijn ingediend. De IND heeft maatregelen getroffen om te waarborgen dat de kwaliteit van de gezichtsopnames zal gaan voldoen aan de eisen die daaraan worden gesteld in voornoemde verordening.

Voor de uitvoering van de Verordening is onder verantwoordelijkheid van de toenmalige minister van Justitie bij uw Kamer een voorstel van wet ingediend tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het bieden van een rechtsgrondslag voor de afname van de gezichtsopname en twee vingerafdrukken met het oog op de uitvoering van Verordening (EG) nr. 380/2008 (wetsvoorstel 32 455). Door uw Kamer is hierover een verslag uitgebracht. De vragen van uw Kamer hadden onder meer betrekking op de waarborgen rondom opslag van de vingerafdrukken, verstrekkingen aan derden en bewaartermijn. Deze materie wordt echter niet zozeer geregeld in wetsvoorstel 32 455 maar in het aangekondigde wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische kenmerken in de vreemdelingenketen. Ten behoeve van een overzichtelijke en zorgvuldige behandeling van onderhavige complexe materie acht ik het van belang dat in één wetsvoorstel duidelijkheid wordt gegeven over de verwerking van de vingerafdrukken. Voorts is bij nadere bestudering van wetsvoorstel 32 455 gebleken dat de bevoegdheid van de lidstaten om een gezichtsopname en twee vingerafdrukken van onderdanen van derde landen af te nemen voor opname op het verblijfsdocument, rechtstreeks voortvloeit uit artikel 4, tweede alinea, en artikel 4ter van de Verordening. In de Verordening is niet expliciet bepaald welke nationale autoriteit met de uitvoering van de Verordening is belast. Er kan echter geen misverstand over bestaan dat de minister voor Immigratie en Asiel op grond van artikel 9 van de Vreemdelingenwet 2000 de enige bevoegde autoriteit is voor de afgifte van verblijfsdocumenten aan onderdanen van derde landen, waarmee het een gegeven is dat de minister voor Immigratie en Asiel de enige bevoegde autoriteit in Nederland is voor het afnemen van de biometrische gegevens en de opslag van deze gegevens op het verblijfsdocument. Het voorgestelde artikel 106a, tweede lid, is derhalve onjuist geformuleerd. Voor zover de afname van de biometrische kenmerken door personen werkzaam bij de buitenlandse posten zal plaatsvinden, vindt dit onder verantwoordelijkheid van de minister voor Immigratie en Asiel plaats. Om voornoemde redenen ben ik tot de overtuiging gekomen dat de behandeling van wetsvoorstel 32 455 niet moet worden voortgezet.

In het aangekondigde wetsvoorstel tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de uitbreiding van het gebruik van biometrische gegevens in de vreemdelingenketen zal tevens worden ingegaan op de vragen die door uw Kamer zijn gesteld in het verslag op wetsvoorstel 32 455.

Ik zal de Koningin verzoeken mij te machtigen het voorstel van wet tot wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met het bieden van een rechtsgrondslag voor de afname van de gezichtsopname en twee vingerafdrukken met het oog op de uitvoering van Verordening (EG) nr. 380/2008 (32 455) in te trekken. Over de intrekking zal ik u te zijner tijd berichten. Ik verzoek u met het oog daarop de behandeling van dit wetsvoorstel aan te houden.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers