Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2010-201119637 nr. 1438

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1438 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR IMMIGRATIE EN ASIEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 juli 2011

Tijdens het mondeling vragenuur van 28 juni jl. (handelingen II, 2010/11, nr. 98) heb ik u een brief toegezegd over het continueren van de afspraken die zijn gemaakt tussen gemeenten en de IND en DT&V in het kader van het experiment Perspectief. Met deze brief kom ik deze toezegging na.

Bij de start van het experiment Perspectief is met alle betrokkenen, inclusief de gemeenten, afgesproken dat het experiment op 1 april 2011 zou aflopen. Verder zijn ook afspraken gemaakt over een gemaximeerde financiële bijdrage door het Rijk gedurende de looptijd van dit experiment. Op verzoek van de gemeenten heb ik besloten te voorzien in een afbouwfase tot 1 juli 2011. Deze afbouwfase vormt echter geen formele verlenging van het experiment. Zoals ik ook tijdens het vragenuur aan uw Kamer heb gemeld, ben ik niet voornemens het experiment te verlengen of te voorzien in aanvullende financiering van het experiment.

Wel heb ik uw Kamer toegezegd dat de afspraken die tijdens de afbouwfase zijn gemaakt met de IND en de DT&V, zullen worden voortgezet totdat ik op basis van het rapport van het WODC heb besloten of voortzetting van dit experiment zinvol en mogelijk is.

Dit betekent dat de lopende toelatingsaanvragen van voormalige alleenstaande minderjarige vreemdelingen die op verzoek van het steunpunt zijn opgenomen in de afbouwfase, met voorrang worden beoordeeld en afgehandeld door de IND. Voorts betekent dit dat de steunpunten een beroep kunnen doen op de DT&V om het terugkeertraject vorm te geven.

De Vreemdelingenpolitie zal zich hierbij nog steeds terughoudend opstellen ten aanzien van het in vreemdelingenbewaring stellen van voormalige alleenstaande minderjarige vreemdelingen die deelnemen aan het experiment Perspectief.

Ik verwacht dat het rapport van het WODC in de komende weken zal worden afgerond. Daarna zal ik dit rapport en mijn conclusies ten aanzien van het eventueel voortzetten van het Experiment Perspectief, toezenden aan uw Kamer.

De minister voor Immigratie en Asiel,

G. B. M. Leers