Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 31 mei 2011
Tijdens het algemeen overleg vreemdelingenbewaring van woensdag 26 januari jl. (kamerstuk 19 637, nr. 1396) heb ik toegezegd uw Kamer te informeren over de voortgang bij de uitvoering van de aanbevelingen in het ISt-rapport «De
tenuitvoerlegging van vreemdelingenbewaring». Bij deze doe ik deze toezegging gestand.
In haar Inspectiebericht van september 2010 geeft de Inspectie voor de sanctietoepassing (ISt) aan dat de omstandigheden in
de vreemdelingenbewaring in verschillende opzichten verbeterd zijn. De ISt constateert met name op de volgende gebieden verbeteringen:
-
• tijdelijke capaciteit is afgestoten;
-
• het regime voor de ingesloten vreemdelingen is verruimd;
-
• de medische zorg is verbeterd;
-
• de veiligheid krijgt inmiddels de aandacht die zij verdient;
-
• de samenwerking met de Dienst Terugkeer en Vertrek en de Internationale Organisatie voor Migratie in Nederland is goed.
Op een aantal punten zijn volgens de ISt verdere verbeteringen noodzakelijk en doet zij een aantal aanbevelingen. In mijn
reactie van 27 oktober 20101 op het Inspectiebericht heb ik aangegeven op welke wijze ik uitvoering zou geven aan deze aanbevelingen. In aanvulling op
deze brief kan ik u het volgende over de voortgang melden.
Conform de aanbeveling van de ISt worden mannen en vrouwen die gedetineerd zijn op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet inmiddels
in gescheiden afdelingen ondergebracht in het uitzetcentrum Schiphol. Wanneer het echter gezinnen of echtparen betreft, kan
volgens de ISt het gezamenlijk onderbrengen helpen gezins- en partnerrelaties in stand te houden.
Om aan deze aanbeveling invulling te geven is inmiddels in het Detentiecentrum Rotterdam een relatieafdeling geopend waarin
partners gehuisvest worden.
Verder wordt, zoals door de ISt aanbevolen, bezien op welke uniforme wijze relevante informatie beschikbaar kan worden gesteld
aan externe bezoekers. In 2011 zal dit gestalte krijgen. Een belangrijke stap is met de inrichting van de zogeheten Servicebalie
overigens al gezet. De Servicebalie vormt een direct aanspreekpunt voor advocaten en relaties van de ingesloten vreemdeling.
Alle inrichtingen beschikken over een Servicebalie.
Ten aanzien van de aanbeveling van de ISt dat alle detentiecentra een visie dienen te ontwikkelen op bejegening, kan ik het
volgende melden. De bejegening van vreemdelingen in de detentie- en uitzetcentra is gestoeld op de missie en visie van de
sector vreemdelingenbewaring van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI). De inzet is dat ingeslotenen hun bejegening als
respectvol, duidelijk en consequent ervaren. Met het oog hierop wordt het executieve personeel geschoold in interculturele
communicatie, de-escalerend optreden en psychopathologie.
De DJI-visie op bejegening is opgenomen in handelingsrichtlijnen. Een voorbeeld hiervan is de handelingsrichtlijn voor het
omgaan met straffen en maatregelen, waaronder het plaatsen in afzondering. Ik onderschrijf de aanbeveling van de ISt om te
sturen op een reductie van het aantal plaatsingen in afzondering. Een correcte bejegening en het in gesprek blijven met de
ingesloten vreemdelingen zijn de sleutelwoorden bij het zoveel mogelijk voorkomen van het opleggen van disciplinaire straffen
en ordemaatregelen.
Mede naar aanleiding van de desbetreffende aanbeveling van de ISt, is voorts een eenduidige en uniforme inkomstenprocedure
ontwikkeld die in de tweede helft van dit jaar zal worden ingevoerd. Het doel van deze inkomstenprocedure is de ingesloten
vreemdeling op een respectvolle, duidelijke en efficiënte wijze in te checken in de inrichting en hem te informeren over zijn
rechten. Een eenduidige registratie moet ertoe leiden dat voorkomen wordt dat meerdere functionarissen telkens dezelfde vragen
stellen.
In het verlengde van de nieuwe inkomstenprocedure wordt het opzetten van een multidisciplinair beraad in alle inrichtingen
voor vreemdelingenbewaring overwogen. Aan een dergelijk beraad nemen vertegenwoordigers deel van alle disciplines: medewerkers
van de inkomstenafdeling, de bevolkingsadministratie, Vreemdelingenzaken, de Medische Dienst en het afdelingshoofd, de psycholoog,
de activiteitenbegeleider, de sportinstructeur, de geestelijk verzorger en de detentietoezichthouder.
Conform de aanbeveling van de ISt zal nog voor het zomerreces met de Raad voor de Rechtsbijstand en het Juridisch Loket de
positionering van het Loket in de detentiecentra worden bezien.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven