Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201019637 nr. 1357

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1357 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 juli 2010

In mijn brief van 7 juni jongstleden, kenmerk 5653247/10, over de rapportage Vreemdelingenketen heb ik bericht dat in de periode maart 2007 tot en met april 2010 aan circa 550 vreemdelingen op grond van schrijnende omstandigheden een vergunning op grond van de discretionaire bevoegdheid is verleend.

Eerder, tijdens de behandeling van de Justitiebegroting 2010, heb ik bericht dat in deze kabinetsperiode tot 1 september 2009 in totaal aan ongeveer 450 personen in verband met schrijnende omstandigheden een verblijfsvergunning is verleend met gebruikmaking van de discretionaire bevoegdheid.

Hieruit zou de conclusie kunnen worden getrokken dat in de periode 1 september 2009 tot en met april 2010 ten aanzien van 100 personen gebruik is gemaakt van de discretionaire bevoegdheid. Dit is echter niet het geval, omdat tot dit honderdtal 78 zaken behoren die ten onrechte nog niet bleken te zijn meegenomen in de registratie. In januari 2010 heeft een administratieve correctie plaatsgevonden in het registratiesysteem dat het aantal verleende vergunningen op basis van de discretionaire bevoegdheid bijhoudt. Door het niet afvinken van een onderdeel van het systeem bleven deze zaken openstaan, terwijl afdoening al had plaatsgevonden. De betreffende vergunningen zijn verleend in de periode maart 2007 tot januari 2010 en zijn verdisconteerd in mijn brief van 7 juni jongstleden.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin