Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201019637 nr. 1354

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1354 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 juni 2010

In deze brief informeer ik uw Kamer over het landgebonden asielbeleid ten aanzien van Ivoorkust.

Voor Ivoorkust geldt thans een bijzonder beleid. Voor geheel Ivoorkust geldt een beleid van categoriale bescherming op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw. Dit beleid is ingesteld op 28 november 2005 omdat de situatie in Ivoorkust op dat moment instabiel was en in potentie ontvlambaar. Ook was de UNHCR tegen de gedwongen terugzending van uitgeprocedeerde Ivoriaanse asielzoekers naar Ivoorkust vanwege de slechte veiligheids- en mensenrechtensituatie in heel Ivoorkust.

Op 18 december 2009 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken de toenmalige Staatssecretaris van Justitie geïnformeerd over het beleid van Duitsland, België, het Verenigd Koninkrijk, Zweden en Denemarken ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust. In al deze landen wordt geen speciaal beleid gevoerd ten aanzien van asielzoekers uit Ivoorkust, en wordt op individuele basis beslist op asielverzoeken uit Ivoorkust.

Op 26 januari 2010 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een nieuw ambtsbericht over Ivoorkust uitgebracht. Uit dit ambtsbericht komt het volgende naar voren:

Na de in oktober 2000 gehouden presidentiële verkiezingen, die werden gekenmerkt door chaos en geweld, was in Ivoorkust sprake van ernstige gewelddadigheden tussen rebellen en het regeringsleger. Op 4 maart 2007 is door de strijdende partijen het «Vredesakkoord van Ouagadougou» ondertekend. De belangrijkste afspraken in het vredesakkoord betreffen de algemene identificatie van de bevolking, verkiezingen en ontwapening. De ondertekening van het akkoord, alsmede de benoeming van de leider van de rebellenbewegingen Forces Nouvelles (FN), Guillaume Soro, tot premier, leidde tot vermindering van de politieke spanningen in het land. Uit het ambtsbericht blijkt dat deze verbeteringen in de politieke situatie in de afgelopen jaren stand hebben gehouden en zich verder hebben bestendigd. Het ambtsbericht meldt dat volgens de secretaris-generaal van de VN de politieke activiteiten die in de verslagperiode plaatsvonden in een positieve sfeer zijn verlopen en dat het vredesproces in Ivoorkust door internationale bronnen als onomkeerbaar wordt beschouwd, al zal het waarschijnlijk nog jaren duren voordat de afspraken uit het vredesakkoord volledig geïmplementeerd zullen zijn. Tevens vermeldt het ambtsbericht dat de veiligheidssituatie, met name gedurende de laatste maanden van de verslagperiode, een verbetering heeft laten zien, en dat de mensenrechtensituatie enigszins is verbeterd.

De UNHCR adviseert landen van opvang om asielaanvragen van Ivorianen op hun individuele merites te beoordelen volgens de in het Vluchtelingenverdrag vastgestelde procedures en daarbij aandacht te schenken aan uitsluitingsgronden zoals verwoord in artikel 1F van hetzelfde verdrag. UNHCR vraagt daarbij speciale aandacht voor Ivorianen afkomstig uit specifieke gebieden (met name in het westen) in Ivoorkust.

Gelet op het bovenstaande, acht ik geen grond meer aanwezig om het beleid van categoriale bescherming nog voort te zetten.

De intrekking van het beleid van categoriale bescherming houdt in dat de vergunningen voor bepaalde tijd die op grond van dit beleid zijn verleend zullen worden herbeoordeeld. Asielzoekers uit Ivoorkust die asiel aanvragen in Nederland zullen niet langer op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw een vergunning kunnen krijgen. Vanzelfsprekend zullen asielzoekers die op individuele gronden aannemelijk kunnen maken bescherming nodig te hebben nog steeds in aanmerking komen voor een vergunning.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin