Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201019637 nr. 1334

19 637 Vreemdelingenbeleid

Nr. 1334 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2010

Hierbij zend ik u de rapportage Vreemdelingenketen over de maanden juli tot en met december 2009.1

Alvorens in te gaan op de brief van de Vaste Kamercommissie van Justitie van 6 juli 20092 waarin zij haar wensen kenbaar heeft gemaakt ter verbetering van de rapportage, geef ik hieronder kort enkele van de trends weer die uit de rapportage volgen.

Trends uit de rapportage Vreemdelingenketen juli – december 2009

De cijfers in de rapportage Vreemdelingenketen juli – december 2009 zijn een weerslag van het selectieve migratiebeleid dat het kabinet voert: streng en humaan, en uitnodigend voor migranten die Nederland nodig heeft.

Asiel

Het aantal aanmeldingen om asiel te vragen laat sinds het tweede halfjaar van 2008 een dalende trend zien. In die periode meldden zich 8 050 asielzoekers om een aanvraag in te dienen, in het eerste halfjaar van 2009 waren dat er 7.400 en in de huidige rapportageperiode, het tweede halfjaar van 2009, waren dat er 7 100. Het aantal aanmeldingen is daarmee van het tweede halfjaar van 2008 naar het tweede halfjaar van 2009 met 12% afgenomen.

Het aantal in behandeling genomen asielaanvragen, de asielinstroom, lag in het tweede halfjaar van 2009 met 8.400 aanvragen hoger dan het aantal aanmeldingen om een asielaanvraag in te dienen. Vergeleken met het tweede halfjaar van 2008 is het aantal in behandeling genomen asielaanvragen nagenoeg stabiel gebleven.

Het lagere aantal aanmeldingen voor asiel en een extra inspanning in het tweede halfjaar van 2009 om het aantal asielzoekers dat onderdak verkreeg in de TNV te verminderen, heeft geleid tot een terugloop van de gemiddelde verblijfsduur in de TNV en tot een daling van de bezetting van 51% vergeleken met eind 2008. Op deze manier is een bijdrage geleverd aan snellere duidelijkheid aan de asielzoeker over zijn of haar verblijfsvooruitzichten in Nederland.

Van de EU-lidstaten stond Nederland in de periode januari – september 2009 op de achtste plaats van lidstaten met de hoogste asielinstroom. De instroom in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland was het grootst. In die periode bedroeg de asielinstroom in de EU-lidstaten gezamenlijk ongeveer 190 680. Over 2008 stond Nederland op de zesde plaats van lidstaten met de hoogste asielinstroom.

Vertrek uit Nederland

De inspanningen om vreemdelingen die niet of niet meer rechtmatig in Nederland verblijven te laten terugkeren naar hun land van herkomst of te laten vertrekken naar een ander land waar toegang is gewaarborgd, werpen tevens hun vruchten af. Het totaal aantal vertrek uit Nederland, 10 650 in het tweede halfjaar van 2009, is met 13% gestegen in vergelijking met het aantal van 9 450 vertrekken in het tweede halfjaar van 2008.

Binnen de totale vertrekcijfers stegen de aantoonbare vertrekken zowel in absolute als in relatieve zin. In het tweede halfjaar van 2009 werden 5 550 aantoonbare vertrekken geregistreerd. Dit waren er 1 000 meer dan in het tweede halfjaar van 2008 en vertegenwoordigt een stijging van 22%. Uit de rapportage blijkt tevens dat aantoonbaar vertrek in het tweede halfjaar van 2009 in relatieve zin is gestegen. Van het totale aantal vertrekken werd 52% gevormd door aantoonbare vertrekken. In het tweede halfjaar van 2008 behoorde 48% van het totale aantal vertrekken tot de categorie «Aantoonbaar vertrek».

Daarbinnen laten ook de vertrekcijfers van IOM een toename zien. In het tweede halfjaar van 2009 zijn met behulp van IOM circa 1 300 vreemdelingen uit Nederland vertrokken. In dezelfde periode van 2008 bedroeg dit aantal bijna 950 hetgeen een toename van 38% is.

Reguliere verblijfsaanvragen

Op het reguliere verblijfsterrein heeft, zoals bedoeld, het aantal aanvragen om in Nederland te werken in het tweede halfjaar van 2009 meebewogen met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt.

De aanvragen voor MVV-arbeid en MVV-kennismigrant daalden vergeleken met het tweede halfjaar van 2008 weliswaar met respectievelijk 22% en 36%, maar het aantal aanvragen voor MVV-kennismigrant steeg in het tweede halfjaar van 2009 ondanks de recessie weer licht met 2% vergeleken met het eerste halfjaar van 2009.

Tegelijkertijd moet worden geconstateerd dat verblijfsaanvragen op grond van gezinsmigratie in het tweede halfjaar van 2009 zijn gestegen, met name bij de MVV-aanvragen. Daarbinnen is de grootste stijging, 33%, waar te nemen bij aanvragen voor gezinshereniging. Deze steeg van circa 6 900 in het tweede halfjaar van 2008 naar 9 200 in het tweede halfjaar van 2009. Dit betreft voornamelijk aanvragen van nareizende familieleden en pleegkinderen van vreemdelingen met de Somalische nationaliteit. De stijging is een naijleffect van het categoriaal beschermingsbeleid voor asielzoekers afkomstig uit Somalië. Dat is voor nieuwe aanvragen per 19 mei 2009 afgeschaft.

Wensen van de VKC ter verbetering van de RVK

De huidige rapportage Vreemdelingenketen is opgesteld met inachtneming van de wensen van de Vaste Kamercommissie van Justitie ter verbetering ervan in haar brief d.d. 6 juli 2009. Een deel van deze wensen was al gehonoreerd in de rapportage over de maanden januari tot en met juni 2009. Hieronder wordt een toelichting gegeven op de verwerking van de overige suggesties om de rapportage te verbeteren.

De in de rapportage over het eerste halfjaar van 2009 ingezette verbeterslag is in de huidige rapportage doorgezet. In de vorige editie waren op veel onderdelen al (afgeronde) cijfers toegevoegd, werd op een aantal onderdelen een historisch beeld weergegeven en werd zoveel mogelijk getracht vergelijkingen te maken met dezelfde periode in het voorgaande jaar of met de direct voorafgaande periode. Daarbij is er naar gestreefd om de informatie van verschillende diensten vergelijkbaarder te maken. Bij volgende rapportages zal verder worden gewerkt aan verbetering van eenduidigheid, herkenbaarheid en leesbaarheid.

In de rapportage over het eerste halfjaar van 2009 is geen onderscheid gemaakt tussen gezinshereniging en gezinsvorming, omdat dit niet volledig en betrouwbaar af te leiden is uit de bronsystemen van de IND. In de huidige editie is dit onderscheid gemaakt voor zover dat mogelijk is, met vermelding van het percentage aanvragen waarvoor het niet mogelijk is om de splitsing tussen gezinshereniging en gezinsvorming te maken.

Ten aanzien van de gezinsmigratie van onderdanen van derde landen die beroep doen op het gemeenschapsrecht (om zich te vestigen bij een in Nederland verblijvende EU-burger of bij een Nederlander die in een andere EU-lidstaat heeft verbleven) zijn voor het eerst cijfers opgenomen. De aanleiding werd gevonden in het onderzoek «Gemeenschapsrecht en gezinsmigratie» dat de toenmalige Staatssecretaris van Justitie op 18 december 2009 aan uw Kamer heeft aangeboden. In het vervolg zal dit gebruik van de «Europa-route» standaard worden opgenomen in de rapportage.

Aan het verzoek om, met name bij asielgerelateerde toelating, te rapporteren op «land van herkomst», kan niet worden voldaan. Er wordt namelijk niet geregistreerd op land van herkomst maar op nationaliteit, en wel de nationaliteit die de vreemdeling opgeeft bij aanvang van de procedure. Ingebruikname van het nieuwe registratiesysteem INDIGO bij de IND zal in de toekomst aanleiding zijn voor een andere weergave van de toelatingscijfers.

In deze rapportage is – vooruitlopend op de inwerkingtreding van de verbeterde asielprocedure, thans voorzien op 1 juli 2010 – voor het eerst ook het aantal aanmeldingen voor het indienen van een asielaanvraag opgenomen. Voorheen werd slechts gerapporteerd over het aantal in de AC-procedure geregistreerde asielaanvragen. Het aantal aanmeldingen geeft de daadwerkelijke instroom weer. Het aantal in behandeling genomen asielaanvragen wordt mede bepaald door de IND behandelcapaciteit in de aanmeldcentra. Zowel bij de aanmeldingen om een asielaanvraag in te dienen als bij de asielinstroom in de AC’s is een top-5 van nationaliteiten vermeld inclusief de trend.

Aan het verzoek van de VKC om cijfers over de asielinstroom in Europa te vermelden, werd al eerder voldaan. In de huidige rapportage is de asielinstroom ook gerelateerd aan het aantal inwoners van de lidstaten van de EU.

Het percentage inwilligingen in alle EU-landen alsmede trends zal niet worden opgenomen in de RVK. De reden daarvoor is dat het asielbeleid binnen de EU, en daarmee de inwilligingsgronden, niet is geharmoniseerd. Aan een vergelijking tussen lidstaten kan daarom nog onvoldoende waarde worden gehecht. Daarnaast zijn gegevens van Eurostat, het statistisch bureau van de EU, beschikbaar op internet.

MVV- en VVR-aanvragen zijn in de huidige rapportage gesplitst in clusters van verblijfsdoelen en de trend is weergegeven.

Aan het verzoek om cijfers over vertrek te groeperen in een samenvattend cijfermatig overzicht was al voldaan in de rapportage over het eerste halfjaar van 2009. De onderverdeling in categorieën is verder verduidelijkt.

Het verzoek van de Vaste Commissie voor Justitie het aantal gecontroleerde, illegaal bevonden vreemdelingen waarbij geen IBS-maatregel is opgelegd te rapporteren, kan niet worden gehonoreerd. De politie registreert namelijk niet alle vreemdelingen die tijdens het politiewerk worden aangetroffen en waarvan het vermoeden bestaat dat zij illegaal zijn of die niet ter plekke kunnen aantonen dat zij rechtmatig in Nederland verblijven. Over de wijze waarop het toezicht op vreemdelingen wordt vormgegeven, vindt in 2010 nadere besluitvorming plaats.

Nog bezien wordt of en hoe aan het verzoek om de uitstroom uit vreemdelingenbewaring te specificeren naar het land waarnaar men uitstroomt, voldaan kan worden. Aan het verzoek om de duur van de vreemdelingenbewaring te specificeren, is voldaan. De grond voor inbewaringstelling (artikel 59 Vw of artikel 6 Vw) is in de huidige rapportage ook toegevoegd.

Informatie over de COA-capaciteit (bestelling van opvangcapaciteit) is in de huidige rapportage opgenomen.

Over de gezinssituatie bij asielaanvragen (alleenstaand, gezin zonder (pleeg)kinderen, gezin met één tot twee (pleeg)kinderen, etcetera) kan niet worden gerapporteerd. Asielzoekers leggen verklaringen af over hun gezinssituatie, maar deze gegevens kunnen niet als aantallen uit het registratiesysteem van de IND worden gegenereerd.

Bezien wordt nog op welke wijze kan worden gerapporteerd over het aantal en percentage asielaanvragen zonder overhandiging van identiteitsdocumenten. Daarvoor moet worden nagegaan op welke wijze de verschillende diensten registreren of de vreemdeling documenten overhandigt, of geregistreerd wordt welke documenten de vreemdeling precies overhandigt en of de verschillende wijzen van registratie vergelijkbaar zijn. Daarbij moet ook bedacht worden dat het regelmatig gebeurt dat later in de procedure alsnog documenten worden overhandigd. Bij het aanbieden van de volgende rapportage zal hier nader op worden ingegaan.

Ook de wens het aantal asielaanvragen dat wordt afgewezen op basis van fraude op te nemen, kan niet worden gerealiseerd. Voor het beslissen op een toelatingsaanvraag is de vaststelling van fraude niet zonder meer bepalend. Wanneer de aanvraag wordt afgewezen op andere afwijzingsgronden, is er voor de toelatingsprocedure geen reden meer om onnodig en tijdrovend onderzoek te doen om vast te stellen dat er sprake is van fraude. Ook kan sprake zijn van een combinatie van factoren die in de weg staat aan eenduidige registratie.

Met de wijzigingen in de vorige en de huidige editie van de rapportage Vreemdelingenketen heb ik voor zover dat mogelijk was aan de verzoeken van de Vaste Kamercommissie voor Justitie d.d. 6 juli 2009 voldaan.

De minister van Justitie,

E. M. H. Hirsch Ballin


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

Kenmerk 2009Z12439/2009D35046