19 637
Vreemdelingenbeleid

nr. 1111
MOTIE VAN HET LID DIJSSELBLOEM C.S.

Voorgesteld 12 december 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat onderhandelingen over een pardonregeling in principe in een demissionaire periode het beste kunnen worden gevoerd in het kader van de formatiebesprekingen;

overwegende, dat de regering op verzoek van de Kamer een pas op de plaats heeft gemaakt waar het gaat om de effectuering van de daadwerkelijke uitzetting van vreemdelingen in het project Terugkeer, met uitzondering van diegenen die ongewenst zijn verklaard, waarbij openbare-ordeaspecten spelen of op wie artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is;

verzoekt de regering deze pas op de plaats in het uitzettingenbeleid te verlengen in afwachting van de afronding van de formatiebesprekingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dijsselbloem

De Wit

Pechtold

Azough

Thieme

Huizinga-Heringa

Naar boven