19 637
Vreemdelingenbeleid

nr. 1106
MOTIE VAN HET LID BOS C.S.

Voorgesteld 30 november 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat er nog altijd veel asielzoekers in ons land wonen die al onder de oude Vreemdelingenwet een eerste aanvraag indienden;

overwegende, dat velen van hen in ons land zijn ingeburgerd en een gezin hebben met kinderen die hier zijn geboren en opgegroeid;

van mening, dat aan de slepende onzekerheid voor deze groep en de schrijnende omstandigheden waarin zij verkeren een einde moet komen;

spreekt als haar mening uit, dat er op zo kort mogelijke termijn een pardonregeling moet komen voor alle asielzoekers, behoudens oorlogsmisdadigers en veroordeelden wegens ernstige delicten, die hun eerste aanvraag voor 1 april 2001 indienden en Nederland niet hebben verlaten;

verzoekt de regering in afwachting van de definitieve behandeling van deze pardonregeling door de nieuwe Tweede Kamer, ten aanzien van deze groep geen onomkeerbare beslissingen en stappen te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Bos

De Wit

Halsema

Rouvoet

Pechtold

Thieme

Naar boven