Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2014-201518106 nr. 228

18 106 Voortgang rivierdijkversterkingen

Nr. 228 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 12 november 2014

De vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu heeft een aantal vragen voorgelegd aan de Minister van Infrastructuur en Milieu over de brief van 7 oktober 2014 inzake de 26e Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas (Kamerstuk 18 106, nr. 227).

De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 11 november 2014. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Van Dekken

De griffier van de commissie, Sneep

Vraag 1

Kunt u inzicht geven in de financiële gevolgen van de stagnerende afzet van zand en grind sinds het uitbreken van de crisis op de bouwmarkt? Wanneer zal bij gelijkblijvende economische omstandigheden het punt worden bereikt dat een beroep gedaan moet worden op de leenfaciliteit? Kan de Kamer worden geïnformeerd over de klaarliggende scenario's?

Antwoord 1

Ik kan u geen inzicht geven in de financiële gevolgen van de verminderde afzet van zand en grind van het Consortium Grensmaas. Dit zijn vertrouwelijke bedrijfsgegevens. Het is aan het Consortium Grensmaas om, in het geval zij menen een beroep op de leenfaciliteit te moeten doen, zich tot mij te wenden. De laatste monitoringsrapportage van de leenovereenkomst geeft overigens aan dat op dit moment geen beroep op de leenfaciliteit wordt voorzien maar dat – wanneer de afzetvolumes langdurig achterblijven bij de verwachtingen van de business case – een beroep op de leenfaciliteit op termijn niet uit te sluiten is. Mogelijke scenario’s zijn mij niet bekend. Het Rijk en de Provincie zijn wel in overleg met het Consortium Grensmaas over de tegenvallende afzet.

Vraag 2

Wanneer wordt afronding verwacht van de gesprekken tussen het Ministerie van Economische Zaken en Rijkswaterstaat over de verworven gronden en ruilgronden, als gevolg van het stopzetten van de aankoop van gronden voor nevengeulen?

Antwoord 2

Zoals ik in mijn brief bij de 25ste Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas heb gemeld zijn de gesprekken tussen de beide departementen op 11 februari 2014 afgerond.

Vraag 3

Wanneer wordt de nieuwe peilopzet Stuwpand Sambeek uitgevoerd? Wat zijn de planningstechnische en financiële consequenties van de vertraging die is opgetreden door het aantreffen van «niet gesprongen explosieven»?

Antwoord 3

De eerste fase van de peilopzet (10 cm) in het stuwpand Sambeek heeft afgelopen zomer plaatsgevonden. In het voorjaar van 2015 volgt de tweede stap (15 cm). Door de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven is aanvullend onderzoek uitgevoerd waarna verdachte objecten door duikers zijn verwijderd. Daardoor wordt de zomerbedverdieping naar verwachting in juni 2015 afgerond. Dat is circa 1,5 jaar later dan voorzien. De totale extra kosten als gevolg van de aanwezigheid van de niet gesprongen explosieven bedragen circa € 7 miljoen (ca € 3 mln. bij stuwpand Sambeek en circa € 4 mln. bij stuwpand Grave).

Vraag 4

Deelt u de conclusie van de Auditdienst Rijk (ADR) dat er sprake is van verminderde informatiewaarde van de voortgangsrapportage doordat vertragingen in het bereiken van de hoogwaterdoelstelling niet meer worden gemeld? Zo ja, gaat u deze vertragingen weer apart vermelden in komende voortgangsrapportages? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 4

De bevinding van de Auditdienst Rijk bij de 25ste voortgangsrapportage heeft geen betrekking op vertragingen die invloed hebben op het bereiken van de hoogwaterdoelstelling, maar op de mutaties in de projectplanning die geen invloed hebben op het tijdig bereiken van de hoogwaterdoelstelling. Deze vertragingen zijn in de integrale planning verwerkt. Omdat de Auditdienst Rijk meerwaarde ziet in het ook apart vermelden van vertragingen bij de maatregelen heb ik dat in deze 26ste Voortgangsrapportage Zandmaas en Grensmaas onder tabel 2 (pagina 16) weer zichtbaar gemaakt.

Vraag 5

Dringt u er bij de waterschappen op aan dat de nodige audits worden uitgevoerd, zoals aanbevolen door de ADR? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 5

Bij de waterschappen worden, conform de aanbevelingen van de ADR bij de 25ste voortgangsrapportage, door de projectorganisatie Maaswerken periodiek risico gestuurde audits op de uitvoering van de contractuele afspraken uitgevoerd.

Vraag 6

Op welke gronden zijn de zestien schadeclaims van bewoners in het Grensmaasproject afgewezen?

Antwoord 6

De zestien schadeclaims zijn afgewezen omdat de geclaimde schades niet werden veroorzaakt door het Grensmaasproject.

Vraag 7

Is er kans op een toename van scheuren of andere vormen van schade die – volgens bewoners – door het Zandmaasproject of het Grensmaasproject zijn veroorzaakt?

Antwoord 7

Ik heb geen reden aan te nemen dat er kans is op een toename van scheuren of andere vormen van schade die -volgens bewoners- door het Zandmaasproject of het Grensmaasproject worden veroorzaakt.

Vraag 8

Is er in de begroting rekening gehouden met schadeclaims van bewoners?

Antwoord 8

Ja, in de begroting is rekening gehouden met het risico van schadeclaims van bewoners.

Vraag 9

Welke stappen zullen er ondernomen worden om te zorgen dat de natuurdoelstelling bij de Zandmaas, ondanks het feit dat het moeilijk is om alle gronden te kopen, toch gehaald wordt en een aaneengesloten natuurcorridor gerealiseerd wordt?

Antwoord 9

Er worden aanvullende beheersmaatregelen genomen om de natuurdoelstelling zoveel mogelijk te realiseren. Deze beheersmaatregelen betreffen het vestigen van onteigeningstitels door middel van bestemmingsplanwijzigingen, het verwerven van alternatieve gronden en het doorgaan met de minnelijke werving. Als gevolg van de scopewijziging van maart 2013 wordt geen aaneengesloten natuurcorridor gerealiseerd.

Vraag 10

Zijn de projectbudgetten van Zandmaas en Grensmaas in deze verslagperiode louter gestegen als gevolg van prijsindexatie en desaldering van ontvangsten?

Antwoord 10

Ja, er hebben naast prijsindexatie en desaldering geen ophogingen van de projectbudgetten plaatsgevonden.

Vraag 11

Wanneer wordt de brief van het Consortium Grensmaas verwacht met de door het Consortium ervaren problematiek op de zand- en grindmarkt?

Antwoord 11

De brief van het Consortium Grensmaas met de door het Consortium ervaren problematiek op de zand- en grindmarkt wordt in het laatste kwartaal van 2014 verwacht. Het is overigens aan het Consortium Grensmaas of en wanneer het de brief verstuurt.

Vraag 12

Wat wordt bedoeld met «mogelijke financiële en planningsproblemen van grondlevering van Maaswerken aan de hoogwatergeul Lomm en de tijdige realisatie van de aanleg van de hoogwatergeulen Lomm en Well Aijen»?

Antwoord 12

Voor Lomm is er een beperkt uitvoeringsrisico ten aanzien van de grondlevering vanuit diverse locaties, als ook ten aanzien van het bergen van verdachte grond met niet gesprongen explosieven.

Voor Well-Aijen is er een beperkt uitvoeringsrisico ten aanzien van aanvullende werkzaamheden vanwege het nog niet definitief zijn van enkele vergunningen.

Vraag 13

Wat zijn precies de posities van Rijkswaterstaat en de waterschappen in de discussie over de toepassing van het ontwerpkader in de praktijk in relatie tot de discussies over de veiligheidsnormering die gevoerd worden in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma en het Deltaprogramma?

Antwoord 13

Rijkswaterstaat en de waterschappen hebben inmiddels eenzelfde positie over de toepassing van het ontwerpkader; deze wordt onverkort toegepast voor de Maaswerken. Dit betekent dat de kades overstroombaar worden uitgevoerd. Rijkswaterstaat en het waterschap Peel en Maasvallei verschillen wel van inzicht hoe bij toepassing van het ontwerpkader om te gaan met het begrip robuustheid. Dit betreft de wijze waarop in het ontwerp rekening wordt gehouden met mogelijk toekomstige dijkverhogingen.

Vraag 14

Aan welk juridisch instrumentarium is er behoefte om natuurgronden zo veel mogelijk minnelijk te kunnen verwerven?

Antwoord 14

Er is geen juridisch instrumentarium beschikbaar voor het minnelijk werven van gronden. Natuurgronden kunnen worden onteigend als een planologische inpassing (door middel van bijvoorbeeld een Bestemmingsplan of Provinciaal Inpassingsplan) dat mogelijk maakt.

Vraag 15

Wat zijn de mogelijke gevolgen wanneer de rechter bezwaarmakers bij het overnemen van gronden in het gelijk zou stellen?

Antwoord 15

Indien de rechter bezwaarmakers bij het onteigenen van gronden in het gelijk zou stellen is het mogelijke gevolg dat gronden niet in eigendom kunnen worden overgenomen. De natuurdoelstelling wordt op die plek dan niet volledig gerealiseerd. In dat geval kan worden gekeken of de natuurdoelstelling elders binnen het plan gerealiseerd kan worden.