17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

25 883 Arbeidsomstandigheden

Nr. 441 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 14 oktober 2013

Donderdag 27 juni is tijdens het algemeen overleg over de postmarkt gesproken over de pakketbezorgers, naar aanleiding van de staking bij PostNL (Kamerstuk 29 502, nr. 112).

Vrijdag 28 juni hebben de zzp’ers die voor PostNL pakketten bezorgen en sinds dinsdag 25 juni het werk hadden neergelegd, een akkoord bereikt met PostNL. Het is goed dat de partijen er onderling uitgekomen zijn. De bespreking in uw Kamer ging naast de staking ook over de positie van de pakketbezorger in het algemeen, met name het mogelijke bestaan van schijnzelfstandigheid en ongunstige contractvoorwaarden. Zoals toegezegd, informeer ik, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris van Financiën, uw Kamer over het toezicht van de Belastingdienst, de Inspectie SZW en de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Deze organisaties zijn op de hoogte van de situatie in de pakketdienstensector en alert op de ontwikkelingen daarin.

Sinds 17 september 2012 is de Belastingdienst intensiever gaan samenwerken met de andere organisaties ter bestrijding van schijnconstructies, hetgeen moet helpen bij het eerder signaleren en aanpakken van misstanden. Ook is het voornemen het Belastingdiensttoezicht meer te focussen op grotere concentraties VAR-WUO-opdrachtnemers bij een opdrachtgever. Bij de invoering per 01-01-2015 van de VAR-webmodule krijgt de opdrachtgever bovendien weer medeverantwoordelijkheid voor de arbeidsrelatie.

De Inspectie SZW voert controles op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden uit bij bedrijven op basis van risicoanalyses. Concrete klachten over arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden kunnen gemeld worden bij de Inspectie SZW. Bij brief van 5 februari 20131 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uw Kamer toegezegd dat in 2013 een verkenning wordt uitgevoerd naar de mogelijke problemen rond arbeidsomstandigheden bij de koeriersdiensten. Deze verkenning wordt momenteel voorbereid door de Inspectie SZW en zal nog dit najaar worden uitgevoerd. Daarnaast zijn dit jaar inspecties uitgevoerd bij bedrijven die (ook) koeriersdiensten uitvoeren in de transportsector en logistieke sector.

De ACM houdt toezicht op de mededinging in de pakketdienstensector. Indien in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie, kan de ACM handhavend optreden. Een onderneming heeft een economische machtspositie, als deze in staat is om eenzijdig de concurrentie op de markt te verhinderen of zelfs uit te schakelen. Klachten van marktpartijen kunnen voor de ACM aanleiding zijn om een markt aan een onderzoek te onderwerpen. De ACM heeft aangegeven dat op het gebied van pakketdiensten geen klachten zijn binnengekomen. Verschillen in onderhandelingsmacht tussen leveranciers en afnemers, of opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden betrokken bij een mogelijk onderzoek, maar zijn op zich niet voldoende om het bestaan van een economische machtspositie aan te nemen. Middelgrote en kleine bedrijven (MKB) kunnen gebruik maken van de bagatelvrijstelling voor het kartelverbod bijvoorbeeld om mogelijke inkoopmacht beter te weerstaan. Bedrijven mogen kartelafspraken maken als ze samen niet meer dan 10% marktaandeel hebben en de kartelafspraak de handel tussen lidstaten van de Europese Unie niet op merkbare wijze ongunstig kan beïnvloeden.

Tot slot wil ik benadrukken dat het bestrijden van schijnconstructies de aandacht heeft van het kabinet. De minister van SZW heeft uw Kamer bij brief van 11 april 2013 geïnformeerd over het actieplan «bestrijden van schijnconstructies» (Kamerstuk 17 050, nr. 428). In het actieplan wordt beschreven op welke punten het kabinet de kaders voor het toezicht wil verbeteren en aanscherpen om schijnconstructies, waaronder schijnzelfstandigheid, tegen te gaan. Een verbetering van de handhaving was al in gang gezet en wordt nu verder in de praktijk gebracht. Daarnaast wordt er onderzocht of een aanscherping van het wettelijk kader kan bijdragen aan het terugdringen van schijnzelfstandigheid, waarbij wordt gekeken naar het «grijze gebied» tussen werknemerschap en zelfstandig ondernemerschap. Daarbij is van belang dat in de wet het rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst van bepaalde omvang2 is opgenomen.

Dit wordt echter nauwelijks ingeroepen. Het kabinet wil daarom ook de bekendheid van dit rechtsvermoeden vergroten en de toegang tot de rechter verbeteren. Voor zover sprake is van schijnzelfstandigheid bij pakketbezorgers, is het beleid van het kabinet er op gericht om dit middels de in het actieplan genoemde maatregelen beter te bestrijden. Over de voortgang van de uitvoering van het actieplan zal uw Kamer – zoals toegezegd door de minister van SZW tijdens het Algemeen Overleg Arbeidsmigratie op 25 april jl. (Kamerstuk 29 407, nr. 170) – halfjaarlijks worden geïnformeerd.

De Minister van Economische Zaken, H.G.J. Kamp


X Noot
1

Kamerstuk 25 883 nr. 217

X Noot
2

Een persoon die voor een ander tegen beloning gedurende drie maanden, wekelijks danwel gedurende tenminste twintig uren per maand arbeid verricht, wordt vermoed de arbeid te verrichten krachtens arbeidsovereenkomst. Het is vervolgens aan de werk/opdrachtgever om dit vermoeden te weerleggen.

Naar boven