Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 oktober 2013
Donderdag 27 juni is tijdens het algemeen overleg over de postmarkt gesproken over
de pakketbezorgers, naar aanleiding van de staking bij PostNL (Kamerstuk 29 502, nr. 112).
Vrijdag 28 juni hebben de zzp’ers die voor PostNL pakketten bezorgen en sinds dinsdag
25 juni het werk hadden neergelegd, een akkoord bereikt met PostNL. Het is goed dat
de partijen er onderling uitgekomen zijn. De bespreking in uw Kamer ging naast de
staking ook over de positie van de pakketbezorger in het algemeen, met name het mogelijke
bestaan van schijnzelfstandigheid en ongunstige contractvoorwaarden. Zoals toegezegd,
informeer ik, mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Staatssecretaris
van Financiën, uw Kamer over het toezicht van de Belastingdienst, de Inspectie SZW
en de Autoriteit Consument en Markt (ACM).
Deze organisaties zijn op de hoogte van de situatie in de pakketdienstensector en
alert op de ontwikkelingen daarin.
Sinds 17 september 2012 is de Belastingdienst intensiever gaan samenwerken met de
andere organisaties ter bestrijding van schijnconstructies, hetgeen moet helpen bij
het eerder signaleren en aanpakken van misstanden. Ook is het voornemen het Belastingdiensttoezicht
meer te focussen op grotere concentraties VAR-WUO-opdrachtnemers bij een opdrachtgever.
Bij de invoering per 01-01-2015 van de VAR-webmodule krijgt de opdrachtgever bovendien
weer medeverantwoordelijkheid voor de arbeidsrelatie.
De Inspectie SZW voert controles op arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden uit
bij bedrijven op basis van risicoanalyses. Concrete klachten over arbeidsomstandigheden
en arbeidsvoorwaarden kunnen gemeld worden bij de Inspectie SZW. Bij brief van 5 februari
20131 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid uw Kamer toegezegd dat in
2013 een verkenning wordt uitgevoerd naar de mogelijke problemen rond arbeidsomstandigheden
bij de koeriersdiensten. Deze verkenning wordt momenteel voorbereid door de Inspectie
SZW en zal nog dit najaar worden uitgevoerd. Daarnaast zijn dit jaar inspecties uitgevoerd
bij bedrijven die (ook) koeriersdiensten uitvoeren in de transportsector en logistieke
sector.
De ACM houdt toezicht op de mededinging in de pakketdienstensector. Indien in de relatie
tussen opdrachtgever en opdrachtnemer misbruik wordt gemaakt van een economische machtspositie,
kan de ACM handhavend optreden. Een onderneming heeft een economische machtspositie,
als deze in staat is om eenzijdig de concurrentie op de markt te verhinderen of zelfs
uit te schakelen. Klachten van marktpartijen kunnen voor de ACM aanleiding zijn om
een markt aan een onderzoek te onderwerpen. De ACM heeft aangegeven dat op het gebied
van pakketdiensten geen klachten zijn binnengekomen. Verschillen in onderhandelingsmacht
tussen leveranciers en afnemers, of opdrachtgevers en opdrachtnemers kunnen worden
betrokken bij een mogelijk onderzoek, maar zijn op zich niet voldoende om het bestaan
van een economische machtspositie aan te nemen. Middelgrote en kleine bedrijven (MKB)
kunnen gebruik maken van de bagatelvrijstelling voor het kartelverbod bijvoorbeeld
om mogelijke inkoopmacht beter te weerstaan. Bedrijven mogen kartelafspraken maken
als ze samen niet meer dan 10% marktaandeel hebben en de kartelafspraak de handel
tussen lidstaten van de Europese Unie niet op merkbare wijze ongunstig kan beïnvloeden.
Tot slot wil ik benadrukken dat het bestrijden van schijnconstructies de aandacht
heeft van het kabinet. De minister van SZW heeft uw Kamer bij brief van 11 april 2013
geïnformeerd over het actieplan «bestrijden van schijnconstructies» (Kamerstuk 17 050, nr. 428). In het actieplan wordt beschreven op welke punten het kabinet de kaders voor het
toezicht wil verbeteren en aanscherpen om schijnconstructies, waaronder schijnzelfstandigheid,
tegen te gaan. Een verbetering van de handhaving was al in gang gezet en wordt nu
verder in de praktijk gebracht. Daarnaast wordt er onderzocht of een aanscherping
van het wettelijk kader kan bijdragen aan het terugdringen van schijnzelfstandigheid,
waarbij wordt gekeken naar het «grijze gebied» tussen werknemerschap en zelfstandig
ondernemerschap. Daarbij is van belang dat in de wet het rechtsvermoeden van het bestaan
van een arbeidsovereenkomst van bepaalde omvang2 is opgenomen.
Dit wordt echter nauwelijks ingeroepen. Het kabinet wil daarom ook de bekendheid van
dit rechtsvermoeden vergroten en de toegang tot de rechter verbeteren. Voor zover
sprake is van schijnzelfstandigheid bij pakketbezorgers, is het beleid van het kabinet
er op gericht om dit middels de in het actieplan genoemde maatregelen beter te bestrijden.
Over de voortgang van de uitvoering van het actieplan zal uw Kamer – zoals toegezegd
door de minister van SZW tijdens het Algemeen Overleg Arbeidsmigratie op 25 april
jl. (Kamerstuk 29 407, nr. 170) – halfjaarlijks worden geïnformeerd.
De Minister van Economische Zaken,
H.G.J. Kamp