Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2012-201317050 nr. 429

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 429 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2013

Gisteren heeft u mij verzocht u te informeren over de vraag in hoeverre het rapport dat in de media werd genoemd en dat informatie bevatte over toeslagfraude door Bulgaren bij mij en het ministerie bekend was. Graag voldoe ik aan uw verzoek.

Het Regionaal Informatie en Expertise Centrum Rotterdam-Rijnmond (RIEC) is begonnen met een onderzoek, omdat er in Rotterdam sprake was van een aanzienlijke toename van Bulgaren die zich in Rotterdam kwamen vestigen. De aanleiding tot het onderzoek was mensenhandel en overlast.

Toen duidelijk werd dat er mogelijk sprake was van georganiseerde toeslagfraude heeft het RIEC die informatie direct gedeeld met de Belastingdienst. Dit vond plaats begin juni 2012. Belastingdienst/Toeslagen heeft de zaak voorgelegd aan het selectieoverleg met de FIOD. Daarna werd besloten de zaak aan de officier van justitie voor te leggen (tripartiete overleg). Deze heeft vervolgens de FIOD opgedragen ter zake een opsporingsonderzoek te starten, dat zeer recent uitmondde in de arrestatie van twee (hoofd)verdachten.

De Belastingdienst achtte het toen niet noodzakelijk om het departement in te lichten over deze specifieke (straf)zaak. Die betrof in wezen een vorm van identiteitsfraude die al diverse malen eerder was gesignaleerd en aangepakt. De Tweede Kamer is ook over dat fenomeen geïnformeerd.1

Het nieuwe element in deze fraudezaak was het feit dat criminelen nu zelfs op deze schaal inwoners uit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland haalden om de fraude te kunnen plegen. Deze personen «vestigden» zich in Nederland en ontvingen een burgerservicenummer. Vervolgens vroegen ze een DigiD aan en openden zij een bankrekening. Daarna stelden ze – tegen een bepaalde vergoeding – hun identiteitsgegevens en bankpasjes ter beschikking van de bendeleden die op naam van deze Bulgaren frauduleus toeslagen gingen aanvragen en incasseren.

In juli 2012 heeft het RIEC een concept rapportage opgeleverd aan de Stuurgroep RIEC over het onderwerp GBA en fraude. In oktober 2012 heeft genoemde stuurgroep de rapportage vastgesteld en naar het Landelijk Informatie en Expertisecentrum (LIEC) gestuurd met het oog op mogelijk bestuurlijke maatregelen. In het rapport werd gesignaleerd dat een bende, die aanvankelijk actief was op het terrein van mensenhandel, zich was gaan richten op toeslagfraude. De conclusie van het rapport luidde:

«Op basis van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat de laagdrempelige regeling «toeslagaanvraag» fraudegevoelig is, met name omdat de inschrijving in de GBA de basis vormt voor de toeslagen en subsidies. Door de inschrijving wordt een formeel verblijfsadres en een BSN verworven. Hiermee kan een DIGID-code en bankrekening worden verkregen. Vervolgens kan de fraude plaatsvinden door

toeslagaanvragen bij de Belastingdienst».

Het genoemde RIEC-rapport bevatte ook aanbevelingen die erop neerkwamen dat onderzocht zou moeten worden hoe de keten – te beginnen bij de GBA – zou kunnen worden versterkt, zodat dit soort fraudes bemoeilijkt zouden kunnen worden. Het LIEC legde deze zaak op 21 januari jl. voor aan het ministerie van BZK. Daarbij werd geabstraheerd van de concrete fraude, aangezien er sprake was van een strafrechtelijk onderzoek waarover geen mededelingen konden worden gedaan. Het GBA-aspect is voorgelegd aan de leiding van de Belastingdienst. Dat leidde tot bestuurlijk overleg met diverse partijen die betrokken zijn bij de GBA en het ministerie van BZK. Op 14 maart jl. heeft het ministerie van BZK een brief gestuurd aan het LIEC waarin o.a. werd ingegaan op het probleem dat «personen zich onterecht inschrijven in de GBA teneinde recht te maken op toelages en uitkeringen». Over dit punt werd afgesproken «dat gemeenten en Belastingdienst afspraken zullen maken teneinde dit type fraude te voorkomen». Deze afspraken worden nu uitgewerkt.

De fraude die zich aandiende in het RIEC-rapport is direct aangepakt en ook het bijbehorende bestuurlijke probleem van goede afstemming binnen de GBA-keten is adequaat geadresseerd. Toch had ik liever eerder van dit specifieke fenomeen gehoord. Als er lekken in het systeem blijken te zitten waarvoor beleidsmaatregelen nodig zijn neem ik maatregelen. Ik verwijs daarbij o.a. naar de volgende maatregelen die al zijn doorgevoerd en waarover u bent ingelicht.2

  • Aanpakken slechte schatters;

  • Aanscherpen van het handhavingsbeleid, zoals introductie vergrijpboete;

  • Verstevigen van het strafrecht in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir);

  • In rekening brengen van rente bij definitieve toekenning;

Eerder had ik al andere maatregelen genomen, zoals koppeling DigiD en BSN en aanscherping procedure tot wijziging van bankrekeningnummers.

Zoals gezegd wil ik graag op de hoogte worden gebracht van alle nieuwe en bijzondere fenomenen van fraude, zodat ik maatregelen kan nemen en ook de Tweede Kamer kan inlichten. De Belastingdienst zal daarom organisatorische maatregelen treffen die ervoor zorgen dat ik van alle nieuwe en bijzondere fraudefenomenen op de hoogte wordt gebracht. Ik zal u daarover uitgebreider informeren in de inhoudelijk brief die u binnenkort zal bereiken.

De staatssecretaris van Financiën, F.H.H. Weekers


X Noot
1

Zie citaat in mijn brief van 23 september 2011, Kamerstuk 31 066, nr. 113:

«Overigens hebben zich ook gevallen voorgedaan waarin het «slachtoffer» zijn DigiD en overige identiteitsgegevens vrijwillig of tegen betaling ter beschikking stelde van criminelen. Dit is in zekere zin te vergelijken met het afgeven van pinpas met pincode.»

X Noot
2

Brief van 20 augustus 2012, Kamerstuk 31 066, nr. 146