Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201017050 nr. 399

17 050 Misbruik en oneigenlijk gebruik op het gebied van belastingen, sociale zekerheid en subsidies

Nr. 399 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 april 2010

Tijdens het Algemeen Overleg over arbeidsmarktmobiliteit en sociale zekerheid van 11 november 2009 (kamerstuk 32 149, nr. 2) heeft voormalig Staatssecretaris van SZW mevrouw Klijnsma u toegezegd dat u met het jaarverslag 2009 geïnformeerd zou worden over de resultaten van het SVB-onderzoek naar de rechtmatigheid van dubbele kinderbijslag in Egypte, dat de SVB november 2009 heeft uitgevoerd. Ik heb het jaarverslag van de SVB inmiddels ontvangen en zal u dat zoals te doen gebruikelijk half mei met mijn reactie aanbieden.

Het jaarverslag 2009 van de SVB bevat de resultaten van het onderzoek zoals die op 31 december 2009 bekend waren. Op dat moment diende een deel van de signalen nog nader beoordeeld te worden. Dit is de gebruikelijke gang van zaken, handhaving is immers een doorlopend en integraal onderdeel van de uitvoering. In het afgelopen jaar heeft uw Kamer ruim aandacht besteed aan de rechtmatigheidsproblemen met dubbele kinderbijslag in het buitenland. Ik vind het daarom belangrijk om u, mede gezien de aard van de tussentijdse resultaten in het jaarverslag, zo volledig mogelijk te informeren. Daartoe heb ik de SVB verzocht om in afwijking van de reguliere rapportagecyclus mij afzonderlijk van de actuele stand van zaken op de hoogte te stellen. Mede namens de Minister voor Jeugd en Gezin bied ik u de resultaten die ik van de SVB ontvangen heb bijgaand te uwer informatie aan.1

De resultaten van het onderzoek naar dubbele kinderbijslag laten een verontrustend en onacceptabel beeld zien. Bij bijna driekwart van de onderzochte AKW-gerechtigden (78 van de 108 kinderen) is er sprake van onrechtmatigheid van de door betrokkenen aangevraagde en ontvangen dubbele kinderbijslag. De onrechtmatigheid is voornamelijk gelegen in het feit dat op het woonadres van het kind in Egypte één van de ouders blijkt te wonen, waar de voorwaarde voor dubbele kinderbijslag is dat het kind uitwonend is. Dit heeft geleid tot € 88 761,48 aan ingestelde terugvorderingen en boetes.

Een dergelijke fraude met sociale zekerheid, ook in gevallen als deze waar het gaat om lage absolute aantallen, tast de solidariteit aan die de grondslag is van ons systeem en dient krachtig bestreden te worden. In dit verband is het verheugend te constateren dat de SVB op basis van de ervaringen die vorig jaar in Turkije en Marokko zijn opgedaan nu het initiatief heeft genomen tot het onderhavige onderzoek in Egypte. Hierbij mag de bereidwillige en coöperatieve houding van de Egyptische autoriteiten waarmee dit onderzoek mogelijk is geworden niet onvermeld blijven.

Naar aanleiding van het onderzoek in Turkije en Marokko zijn per 1 juli 2009 al maatregelen genomen die voor alle aanvragen voor dubbele kinderbijslag in het buitenland gelden. U bent hierover uitgebreid geïnformeerd bij brief van 24 april 2009 (Kamerstukken II, 2008/09, 17 050, nr. 380). Het betreft hier maatregelen genomen in het kader van de omkering van de bewijslast, zoals een schriftelijke verklaring van de ouders dat zij niet bij het kind wonen. Hierbij geldt een grens dat ouders jaarlijks maximaal 45 dagen bij het kind mogen verblijven. Verder zijn bij de gevalsbehandeling de interne procedures met betrekking tot fraudealertheid bij de SVB aangescherpt. Daarnaast heeft de SVB per 1 januari 2010 ook voor Egypte de presentatieplicht ingevoerd. Dit houdt in dat beide ouders zich ieder kwartaal met beide paspoorten ten kantore van de SVB dienen te melden.

Overigens is een positief effect van de bovengenoemde maatregelen nog niet zichtbaar in het onderzoek zoals dat in Egypte is uitgevoerd, gelet op de datum van invoering en het tijdstip van het onderzoek.

Met de genomen maatregelen en de naleving daarvan is de fraudegevoeligheid van het uitkeren van dubbele kinderbijslag in het buitenland zoveel als mogelijk binnen de huidige regelgeving beperkt. De SVB heeft in overweging gegeven de verstrekking van dubbele kinderbijslag in het buitenland beleidsmatig te bezien. Dit impliceert dat een mogelijke herziening ook voor Nederland zou gelden. Ter illustratie: 90% van de dubbele kinderbijslag wordt uitbetaald in Nederland. Gezien de demissionaire status van het kabinet ben ik met de Minister voor Jeugd en Gezin van mening dat het aan het volgende kabinet is om af te wegen of er aanleiding is voor een dergelijke beleidsmatige herziening.

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J. P. H. Donner


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.