Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 2 juli 2026
De eilandsraad van Sint Eustatius heeft op 21 augustus 2025 een besluit genomen tot
het ontslag van het bestuur van de Gwendoline van Puttenschool, het instellen van
een interim bestuur, en de opdracht die verstrekt wordt aan het interim bestuur.1 Dit is de enige vo-school op Sint Eustatius.
Wij hebben besloten om dit besluit van de eilandsraad voor te dragen voor vernietiging
wegens strijd met het recht. Door middel van deze brief wordt uw Kamer hierover geïnformeerd.
Hierbij zenden wij u het Koninklijk besluit ter zake, dat inmiddels ook in de Staatscourant
is gepubliceerd (Stcrt. 2026, nr. 21280).2 De achtergrond van ons besluit wordt hieronder voor u uiteengezet.
Het openbaar lichaam Sint Eustatius maakt zich zorgen over de Gwendoline van Puttenschool.
De school heeft een aantal herstelopdrachten gekregen van de Inspectie van het Onderwijs.
Deze zien op bestuurskracht en kwaliteit van het onderwijs. Het Ministerie van OCW
en de inspectie ondersteunen de school bij deze herstelopdrachten. In het najaar van
2026 zal de inspectie een voortgangsbezoek afleggen bij de school.
Het besluit tot vernietiging ziet uitsluitend op de vraag of de eilandsraad bevoegd
was om in te grijpen in het bestuur van de school. Ons besluit staat daarmee los van
de inzet om de situatie voor leerlingen en personeel te verbeteren. Beide trajecten
lopen naast elkaar. Met het besluit tot vernietiging is de bevoegdheidsvraag geadresseerd.
Daarmee is ook juridische en maatschappelijke duidelijkheid gegeven over wie het bevoegd
gezag is van de Gwendoline van Puttenschool, namelijk de Stichting tot bevordering
voortgezet onderwijs op St Eustatius. De zorgen worden vanzelfsprekend nog steeds
serieus genomen.
Het openbaar lichaam heeft een beperkte taak ten aanzien van het onderwijs en is daarbij
niet bevoegd om de schoolbestuurders te ontslaan. Nadat de eilandsraad het besluit
had genomen, heeft de Rijksvertegenwoordiger aangegeven het vermoeden te hebben dat
het genomen besluit in strijd is met de Wet voortgezet onderwijs 2020 en daarmee mogelijk
voor vernietiging in aanmerking komt. De Rijksvertegenwoordiger heeft dit standpunt
aan onze ministeries kenbaar gemaakt. Hierop is bij Koninklijk besluit het besluit
van de eilandsraad tot twee keer toe geschorst. Deze tijd werd benut om in voldoende
mate hoor en wederhoor toe te passen tijdens het onderzoek of het besluit voor vernietiging
in aanmerking komt. In de periode voor en na schorsing is meermaals in gesprek met
de eilandsraad aangegeven wat de bezwaren zijn rondom het genomen besluit en gevraagd
of de bereidheid aanwezig was om het besluit in te trekken of te heroverwegen. Dit
bleek volgens de eilandsraad niet mogelijk.
De gezaghebber van Sint Eustatius is op 10 juni geïnformeerd over het genomen besluit.
De eilandsraad en het bestuurscollege van Sint Eustatius zijn op 12 juni geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
J.Z.C.M. Tielen
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg