Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 21280 | ander besluit van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | Staatscourant 2026, 21280 | ander besluit van algemene strekking |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juni 2026, nr. WJZ/64297666, directie Onderwijspersoneel en Primair Onderwijs en directie Wetgeving en Juridische Zaken;
Overwegingen
1. Toepasselijk kader
Artikel 132, vierde lid, en 132a van de Grondwet bepalen dat besluiten van de openbare lichamen die in strijd zijn met het recht of het algemeen belang bij Koninklijk Besluit kunnen worden vernietigd.
Artikel 220, van de Wet openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: WolBES) bepaalt dat een besluit dan wel een niet-schriftelijke beslissing gericht op enig rechtsgevolg van het openbaar lichaam bij Koninklijk Besluit kan worden vernietigd.
Artikel 222, eerste lid, van de WolBES bepaalt voor zover hier van belang dat, indien een besluit dat naar oordeel van de Rijksvertegenwoordiger voor vernietiging in aanmerking komt, de Rijksvertegenwoordiger daarvan binnen twee dagen na bekendmaking van het besluit, of, indien het betreft een besluit van de eilandsraad van algemene strekking binnen twee dagen nadat het ter zijner kennis is gekomen, mededeling aan Onze Minister doet wie het aangaat. Tevens geeft de Rijksvertegenwoordiger hiervan kennis aan het orgaan dat het besluit nam.
Artikel 222, tweede lid, van de WolBES bepaalt dat het besluit niet wordt of niet verder wordt uitgevoerd voordat van Onze Minister wie het aangaat de mededeling is ontvangen dat voor schorsing of vernietiging geen redenen bestaan. Indien het besluit niet binnen vier weken na dagtekening van de mededeling van de Rijksvertegenwoordiger is geschorst of vernietigd, wordt het uitgevoerd.
Afdeling 10.2.2. van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is krachtens artikel 219 van de WolBES van overeenkomstige toepassing op de schorsing en vernietiging van beslissingen van eilandsbesturen. Artikel 10:35 Awb bepaalt dat vernietiging alleen kan geschieden wegens strijd met het recht of het algemeen belang.
Uit artikel 226, eerste lid, van de WolBES volgt dat een voordracht tot vernietiging wordt gedaan door of mede door Onze Minister, thans de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De voordracht wordt daarnaast ondertekend door de Staatssecretaris van Onderwijs Cultuur en Wetenschap. Dat is de bewindspersoon wie het aangaat.
Artikel 227 van de WolBES bepaalt dat het Koninklijk Besluit tot vernietiging in de Staatscourant wordt geplaatst.
Tegen een vernietigingsbesluit staat op grond van artikel 229, eerste lid, van de WolBES beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Artikelen 3.15 en 3.21 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 (WVO 2020)1 bepalen welke mogelijkheden de eilandsraad heeft indien er sprake is van ernstige taakverwaarlozing bij het bestuur van een openbare school.
Voor de uitoefening van de vernietigingsbevoegdheid van de Kroon geldt het Beleidskader schorsing en vernietiging BES2 (hierna: Beleidskader). Uitgangspunt van het Beleidskader is dat ieder besluit dat in strijd met het recht of in strijd met het algemeen belang is genomen, in beginsel kan worden vernietigd. Het kan niet als alternatieve vorm van rechtsbescherming worden gebruikt.
Onder «strijd met het recht» wordt volgens het Beleidskader strijd met de wet verstaan. Bij strijd met de wet moet worden gedacht aan strijd met de Grondwet, strijd met wetten in formele zin en lagere regelgeving, maar ook aan strijd met regels die krachtens de Grondwet een hogere status hebben, zoals eenieder verbindende verdragsbepalingen. Niet elke strijd met het recht geeft aanleiding tot vernietiging. De inbreuk op de eigen verantwoordelijkheid van de openbare lichamen moet proportioneel zijn ten opzichte van het belang dat met vernietiging wordt gediend. Het is een bestuurlijk middel. Van geval tot geval wordt beoordeeld of toepassing van het instrument evenredig is. Vernietiging komt eerder in beeld indien het besluit niet louter de lokale belangen betreft.
De interventieladder schrijft de volgende volgorde voor: (1) signaleren, (2) een eerste beoordeling, (3) informatie opvragen, (4) schorsen, (5) informeren uitkomsten onderzoek en verslag en (6) voordracht vernietiging.
2. Feitelijke gang van zaken
In het kalenderjaar 2024 heeft de gedeputeerde van onderwijs van Sint-Eustatius in gesprekken met het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: het Ministerie van OCW) aangegeven, zich zorgen te maken over de kwaliteit van het onderwijs en het bevoegd gezag (Stichting tot bevordering voortgezet onderwijs op St Eustatius) van de Gwendoline van Puttenschool (hierna: GvP).
Op 19 mei 2025 heeft de eilandsraad van Sint Eustatius (hierna: eilandsraad) unaniem motie nr. 004/2025 (Escalating situation at the Gwendoline van Putten School) aangenomen. De motie verzoekt het bestuurscollege onder meer om uit te zoeken of ooit een eilandsverordening is vastgesteld voor het instellen van een openbare rechtspersoon voor het openbaar onderwijs op Sint Eustatius en – indien dat niet het geval is – om met bekwame spoed zelf een ontwerpverordening op te stellen en aan de eilandsraad voor te leggen, strekkende tot de oprichting van een dergelijke rechtspersoon met een deugdelijk interim bestuur.
In de brief van 2 juni 2025, gericht aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (hierna: Staatssecretaris van OCW), deelt het Bestuurscollege hun zorgen over de GvP en wordt de Staatssecretaris van OCW verzocht om een aanwijzing te geven aan het bevoegd gezag van de GvP vanwege wanbeheer.
De Staatssecretaris van OCW heeft in haar brief van 3 juli 2025, kenmerk 53079451, uitgelegd waarom het niet mogelijk is om per direct in te grijpen vanuit het ministerie in de vorm van een aanwijzing. De Staatssecretaris van OCW roept op om in gesprek te blijven en gezamenlijk ervoor te zorgen dat elke leerling het onderwijs krijgt wat de leerling verdient.
Op 8 juli 2025 vond een gesprek plaats tussen het bestuurscollege en medewerkers van het Ministerie van OCW over de situatie rondom de GvP en de mogelijkheden van ingrijpen door het bestuurscollege bij het bevoegd gezag van de GvP. Het Ministerie van OCW heeft aangegeven dat de mogelijkheden tot ingrijpen door zowel het bestuurscollege als het Ministerie van OCW zeer beperkt zijn. Het bestuurscollege deelt de mening van het Ministerie van OCW niet. Dit tegen de achtergrond dat het bestuurscollege de mening is toegedaan dat de GvP een openbare school is, terwijl het Ministerie van OCW van oordeel is dat deze school een bijzondere school is.
De Staatssecretaris van OCW geeft in haar brief van 10 juli 2025, kenmerk 5382659, aan het bestuurscollege aan dat zij de zorgen begrijpt van het bestuurscollege en dat zij het belang van goed bestuur onderschrijft. Tevens adviseert de Staatssecretaris van OCW: ‘(...) geen juridische stappen te ondernemen om het zittend schoolbestuur uit zijn functie te zetten en de taken over te dragen aan een openbaar orgaan. Onze juridische beoordeling leert dat de Gwendoline van Puttenschool naar onze mening geen openbare school is in de zin van de wet. Dat heeft gevolgen voor de ruimte die u als openbaar lichaam heeft om in te grijpen.’
Tevens roept de Staatssecretaris van OCW op om gezamenlijk te zoeken naar een constructieve weg voorwaarts.
Bij besluit van 10 juli 2025 nummer:08 van de eilandsraad is de Eilandsverordening Openbare Rechtspersoon Openbaar Voortgezet Onderwijs vastgesteld. In de memorie van toelichting van deze eilandsverordening is te lezen dat deze verordening uitvoering geeft aan de motie van 19 mei 2025.
Over voornoemde eilandsverordening is op 14 juli 2025 nogmaals een gesprek geweest tussen het bestuurscollege en medewerkers van het Ministerie van OCW. Uit dit gesprek zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden naar voren gekomen.
In de eilandsraadsvergadering van 21 augustus 2025 heeft de eilandsraad een raadbesluit (IC Decision 011/2025) genomen waarin o.a. is besloten tot het ontslaan van het bestuur (lees: het bevoegd gezag) van de GvP.
De Rijksvertegenwoordiger heeft kennis genomen van het raadbesluit van 21 augustus 2025. Bij brief van 22 augustus 2025 van de Rijksvertegenwoordiger wordt aangegeven dat hij: ‘(...) het vermoeden [heeft] dat dat het door de Eilandsraad genomen besluit in strijd is met de Wet Voortgezet Onderwijs 2020 en daarom mogelijk voor vernietiging in aanmerking komt.’
Met de brief van 22 augustus 2025 heeft de Rijksvertegenwoordiger, in lijn met artikel 222 van de WolBES, het eilandsraadsbesluit van 21 augustus 2025 aan zowel de Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van OCW, als Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris Herstel Groningen, Koninkrijksrelaties en Digitalisering voorgelegd. Eveneens is in lijn met artikel 222, eerste lid, van de WolBES, een afschrift van de brief gestuurd naar de eilandsraad, het bestuurscollege en de gezaghebber van Sint Eustatius.
Het eilandsraadsbesluit van 21 augustus 2025, kan door de brief van de Rijksvertegenwoordiger, op grond van artikel 222, tweede lid, van de WolBES, gedurende vier weken niet worden uitgevoerd, tenzij in deze de Minister van OCW heeft medegedeeld dat voor schorsing of vernietiging geen redenen bestaan.
Het besluit van de eilandsraad van 21 augustus 2025 is ook een besluit in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Wet Administratieve Rechtspraak BES (hierna: WarBES). Tegen een besluit op grond van artikel 3, eerste lid, van de WarBES kan het bevoegd gezag van de GvP als belanghebbende binnen zes weken facultatief bezwaar aantekenen of beroep indienen bij het Gerecht in eerste aanleg.
In artikel 10:38, tweede lid, van de Awb is bepaald dat een besluit waartegen beroep loopt of open staat niet vernietigd kan worden. Een schorsing is wel mogelijk als er nog bezwaar of beroep mogelijk is.
Het bevoegd gezag van de GvP is niet in bezwaar of beroep gegaan tegen het eilandsraadsbesluit.
Bij Koninklijk Besluit (hierna: KB) van 17 september 2025, nr. 2025002072, is het besluit van 21 augustus 2025 voor geruimere tijd, te weten een periode van 8 weken, geschorst.
Het KB van 17 september 2025 is op diezelfde dag bekendgemaakt aan het bestuurscollege. Daarnaast is het KB gepubliceerd in de Staatscourant3 en is het bevoegd gezag van de GvP hierover geïnformeerd.
Op 14 oktober 2025 is door medewerkers van het Ministerie van OCW en het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: Ministerie van BZK) met de eilandsraad op grond van artikel 10:41 Awb een gesprek gehouden. Tijdens dit gesprek kwam naar voren dat er een gedeeld gevoel van urgentie is om de situatie op de school te verbeteren, maar er verschillend wordt gedacht over het feit dat het een bijzondere school betreft. Hierdoor is er een groot verschil van inzicht over de vraag of het besluit van de eilandsraad onrechtmatig is. In dit gesprek heeft de eilandsraad aangegeven van mening te zijn dat er onvoldoende toepassing was gegeven aan het beginsel van hoor en wederhoor.
Bij KB van 10 november 2025, nr. 1765361, is het besluit van 21 augustus 2025 geschorst tot 15 juni 2026.4 Dit is een verlenging van de schorsing van 17 september 2025. Deze tijd werd benut om in voldoende mate hoor en wederhoor toe te passen tijdens het onderzoek of het besluit van 21 augustus voor vernietiging in aanmerking komt.
Op 21 november 2025 hebben medewerkers van het Ministerie van OCW op Sint Eustatius gesproken met de eilandsraad. Tijdens dit gesprek heeft het Ministerie van OCW aangegeven wat de definities zijn van een openbare en bijzondere school en welke bevoegdheden daarbij horen. In dit overleg zijn de bezwaren rondom de aangenomen motie besproken en is aan de eilandsraad gevraagd of de bereidheid aanwezig was om het besluit in te trekken of te heroverwegen. Dit was volgens de eilandsraad niet mogelijk, aangezien de eilandsraad bewijs zou hebben dat aan zou tonen dat het besluit rechtmatig is genomen. Dit bewijs heeft het Ministerie van OCW niet ontvangen.
Op 25 februari 2026 heeft overleg plaatsgevonden tussen medewerkers van het Ministerie van OCW en leden van de eilandsraad. In dit overleg is de situatie van de GvP besproken. Uit dit gesprek volgde dat de eilandsraad, omdat zij bij haar standpunt blijft dat de GvP een openbare school is, bij haar besluit van 21 augustus 2025 blijft.
Op 29 april jl. is aan de eilandsraad aangekondigd dat de Staatssecretaris van OCW voornemens is het eilandsraadsbesluit voor te dragen voor vernietiging. In dezelfde brief als de aankondiging is door het Ministerie van OCW aan de eilandsraad conform artikel 10:41 van de Awb gelegenheid tot overleg geboden. De eilandsraad is, ondanks dat dit meerdere keren is aangeboden en hiertoe flexibiliteit werd geboden, niet ingegaan op de uitnodiging om met medewerkers van het Ministerie van OCW in gesprek te gaan.
3. Overwegingen
Eilandsraadsbesluit
Het besluit van de eilandsraad van 21 augustus 2025 is in strijd met de artikelen 3.15 en 3.21 van de WVO 2020, gelezen in samenhang met artikel 1.2 WVO 2020. Gelet op deze bepalingen beschikt de eilandsraad alleen over de bevoegdheid bij een openbare school in te grijpen in geval van ernstige taakverwaarlozing. De GvP is echter geen openbare school, maar een bijzondere school. Dat maakt dat de door de eilandsraad vastgestelde Eilandsverordening Openbare Rechtspersoon Openbaar Voortgezet Onderwijs niet van toepassing is. Gelet hierop is de eilandsraad dan ook niet bevoegd om in te grijpen bij het bevoegd gezag van de GvP. Vanwege het ontbreken van een bevoegdheid van de eilandsraad is hier sprake van een evidente strijd met het recht die particuliere of lokale belangen overstijgt. Reeds op deze grond komt het eilandsraadsbesluit voor vernietiging in aanmerking vanwege strijd met het recht.
Bijzondere school
Het is niet aan het Ministerie van OCW of de (lokale) overheid om te bepalen of een school een openbare of een bijzondere school is. Dit wordt primair bepaald in de statuten van de rechtspersoon die de school in standhoudt. De GvP wordt in stand gehouden door de Stichting tot bevordering van het Onderwijs op Sint Eustatius (hierna: stichting). De stichting zelf geeft aan dat hier sprake is van een stichting voor bijzonder onderwijs. In de statuten staat: ‘De stichting heeft ten doel, zulks zonder onderscheid van godsdienst het bevorderen van het Onderwijs op Sint Eustatius, zulks overeenkomst en rekening houdende met de wensen der ouders mede op het gebied van het Godsdienstonderwijs en met in achtneming van de daarvoor geldende wettelijke voorschriften’.
Het feit dat hier sprake is van een stichting voor bijzonder onderwijs wordt ondersteund door het volgende:
Op grond van artikel 1, onderdeel a, onder 4 WVO 20205, is het mogelijk dat een stichting een openbare school in standhoudt. In artikel 3.10 WVO 2020 wordt nader geduid hoe de oprichting van een stichting voor openbaar onderwijs tot stand komt. De statuten van een stichting voor openbaar onderwijs moeten in ieder geval de vereisten uit artikel 3.11 WVO 2020 bevatten.
De huidige statuten van de stichting bevatten niet de minimumvereisten uit artikel 3.11 WVO 2020. Uit de statuten blijkt op geen enkele wijze dat de stichting is opgericht door de eilandsraad respectievelijk dat de eilandsraad bij de oprichting het bevoegd gezag van de GvP vormde. Het feit dat één van de oprichters tevens eilandsraadslid was of dat de eilandsraad statutair zeggenschap had maakt niet dat zij daarmee het bevoegd gezag van de GvP was of dat sprake is van een openbare school.
Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat de stichting opgericht is in 1977. In die tijd maakte Sint Eustatius nog onderdeel uit van de Nederlandse Antillen, waarbij de toen geldende wetgeving (landsverordening) van kracht was. De Landsverordening Voortgezet Onderwijs zoals deze gold ten tijde van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen, te weten op 10 oktober 2010, kende niet de mogelijkheid om een openbare school in stand te houden door een stichting.
De Staatssecretaris van OCW heeft al bij brief van 3 juli 2025 erop gewezen dat sprake is van bijzonder onderwijs en dat de ruimte voor het openbaar lichaam om in te grijpen daarmee beperkt is. Er is toen al geadviseerd om geen juridische stappen te ondernemen. Desalniettemin heeft de eilandsraad het nodig geacht om het voorliggende eilandsraadsbesluit te nemen.
Het is onwenselijk dat het eilandsraadsbesluit in stand blijft. Gezien het feit dat de GvP een bijzondere school is, heeft de eilandsraad buiten haar bevoegdheid gehandeld door het bestuur van de GvP te ontslaan. Daarmee heeft de eilandsraad in strijd gehandeld met het legaliteitsbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. Het besluit van de eilandsraad is evident in strijd met het recht.
Het besluit van de eilandsraad van 21 augustus 2025 is een besluit in de zin van artikel 3, eerste lid, van de WarBES. Tegen een besluit op grond van artikel 3, eerste lid, van de WarBES kan het bevoegd gezag van de GvP als belanghebbende binnen zes weken facultatief bezwaar aantekenen of beroep indienen bij het Gerecht in eerste aanleg.
Het bevoegd gezag van de GvP is niet in bezwaar of beroep gegaan tegen het eilandsraadsbesluit. Hoewel zowel de Awb als het Beleidskader uitgaan van de reguliere rechtsbescherming als hoofdregel en vernietiging niet wordt toegepast op besluiten waartegen andere rechtsmiddelen kunnen worden aangewend, is het niet per definitie zo dat vernietiging niet plaatsvindt als van deze bevoegdheid, het aanwenden van reguliere rechtsmiddelen, geen gebruik wordt gemaakt. Er moet sprake zijn van overstijgende, niet-particuliere, overwegingen wil de Kroon in deze gevallen gebruik maken van het vernietigingsrecht. De vernietiging is niet een vorm van rechtsbescherming voor dit specifieke schoolbestuur, maar moet gezien worden als een besluit dat noodzakelijk is om de kaders van het geldende wettelijk kader te bewaken. Ongeacht de beweegreden van het bevoegd gezag van de GvP geen rechtsmiddelen aan te wenden tegen dit besluit, kan volgens de Kroon geen enkel misverstand bestaan over het feit dat het een onbevoegd genomen besluit betreft dat daarom voor vernietiging in aanmerking komt. Vanuit het schoolbestuur is ook geen verzoek aan de Kroon gedaan om over te gaan tot vernietiging. Vanuit de belanghebbenden is de inzet van het instrument vernietiging derhalve al geen alternatieve vorm van rechtsbescherming.
Evenredigheid/proportionaliteit
In dit verband is allereerst van belang dat op grond van artikel 23 Grondwet scholen een grote mate van organisatorische vrijheid toekomt. Die vrijheid kan, gelet op de beperkingssystematiek, enkel bij of krachtens de wet worden beperkt. Bij wet is voorzien in situaties waarbij ingegrepen kan worden in de inrichting van de school. Voor het openbaar onderwijs geldt dat de eilandsraad bevoegd is om bij taakverwaarlozing in te grijpen. Voor het bijzonder onderwijs ontbreekt een bevoegdheid voor de eilandsraad om in te grijpen in het bestuur van de school. Die bevoegdheid is er wel, maar die is opgedragen aan de Minister van OCW, thans uitgeoefend door de Staatssecretaris van OCW. De Staatssecretaris van OCW is bevoegd om bij wanbeheer aanwijzingen te geven. Het genomen besluit van de eilandsraad beperkt zonder grondslag de vrijheid van onderwijs. Aan dit grondrecht, in combinatie met het legaliteitsbeginsel waaruit volgt dat ieder overheidshandelen gebaseerd moet zijn op een kenbare bevoegdheid, moet in dit verband groot gewicht worden toegekend. Er is in de belangenafweging geen ruimte om – zonder grondslag – de vrijheid van onderwijs te doen beperken. Al om deze reden moet het besluit dan ook worden vernietigd.
Daarnaast betreft het feit dat de eilandsraad een besluit heeft genomen waartoe de eilandsraad evident niet bevoegd was een schending van de meest basale kaders van onze democratische rechtsstaat, doordat de eilandsraad zichzelf een bevoegdheid toekent die door de wetgever (expliciet) niet aan de eilandsraad is gegeven. De Kroon acht het uitstralingseffect van een schoolbestuur dat wordt ontslagen zonder dat het eilandsbestuur hiertoe bevoegd was groot. Bovendien moet duidelijk zijn dat een eilandsraad niet bevoegd is zichzelf deze bevoegdheid toe te eigenen, omdat dit in strijd is met artikel 23 Grondwet. Het ongemoeid laten van dit besluit is daarom zeer onwenselijk, omdat hierdoor de schijn kan ontstaan dat het eilandsbestuur niet aan het legaliteitsbeginsel is gehouden. Het is dus geen kwestie van het beslechten van een verschil van inzicht tussen het Rijk en het eilandsbestuur, maar van het bewaken van de rechtsstaat.
Het is van maatschappelijk belang dat er geen onbevoegd genomen besluit in stand blijft of dat onduidelijkheid blijft bestaan over de vraag of dit besluit ten principale juist tot stand is gekomen. De Kroon is van mening dat hier duidelijkheid moet worden verschaft. Indien deze onduidelijkheid over de status van het eilandsraadsbesluit voortduurt, blijft voor alle partijen binnen het onderwijs en partijen waarmee het schoolbestuur zaken doet, onduidelijkheid bestaan over de vraag wie bevoegd is de stichting in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Gelet op het voorgaande is het eilandsraadsbesluit van 21 augustus 2025 strekkende tot het benoemen van bestuursleden van de stichting in strijd met de WVO 2020. Omdat het eilandsraadsbesluit onbevoegd en daarmee in strijd met het recht is genomen, en de eilandsraad heeft laten weten vast te houden aan het eilandsraadsbesluit van 21 augustus 2025 en dat besluit niet uit eigen beweging ongedaan te zullen maken, komt dit besluit voor vernietiging in aanmerking.
Besluit
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
Het eilandsraadsbesluit van Sint Eustatius van 21 augustus 2025, strekkende tot het ontslag van het bestuur van de Gwendoline van Puttenschool, het instellen van een interim bestuur, en de opdracht die verstrekt wordt aan het interim bestuur, wegens strijd met het recht te vernietigen.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in de Staatscourant zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 10 juni 2026
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, E. van der Burg
Als u belanghebbende bent, kunt u op grond van artikel 229 van de WolBES, rechtstreeks beroep instellen tegen dit besluit. Stuur een gemotiveerd beroepschrift naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Dit moet u doen binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant.
Uit deze bepaling blijkt onder meer dat de stichting, bedoeld in artikel 3.10 of 3.16, die de school in stand houdt bevoegd gezag kan vormen van een openbare school.
Uit deze bepaling blijkt onder meer dat de stichting, bedoeld in artikel 3.10 of 3.16, die de school in stand houdt bevoegd gezag kan vormen van een openbare school.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-21280.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.