36 600 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2025

AB VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 14 juli 2026

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 heeft schriftelijk overleg gevoerd met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de bezuinigingen bij de Open Universiteit. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:

  • • De uitgaande brief van 3 maart 2026.

  • • De antwoordbrief van 8 juli 2026.

De griffier van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, De Graag

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Den Haag, 3 maart 2026

De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hebben met belangstelling kennisgenomen van de brief van 16 december 2025 van uw ambtsvoorganger en de toenmalige Staatssecretaris van OCW over de opvolging van een aantal toezeggingen die zijn gedaan tijdens de behandeling van de Begrotingsstaten OCW 2025 en de eerste suppletoire begroting 2025 op respectievelijk 25 maart 2025 en 14 oktober 2025.2 De leden van de fractie van de BBB hebben naar aanleiding daarvan een aantal vragen en opmerkingen, meer in het bijzonder over de reactie van uw ambtsvoorganger op de «Toezegging Bezuiniging Open Universiteit».3

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van BBB.

De leden van de fractie van de BBB willen u graag enkele vragen voorleggen met betrekking tot de toezegging van uw ambtsvoorganger «dat als blijkt dat de bezuiniging op internationale studenten bij alle hoger onderwijsinstellingen ook gevolgen heeft voor de Open Universiteit, hij zal laten onderzoeken of het nodig is of en zo ja op welke manier de Open Universiteit uitgezonderd moet worden van de bezuinigingsmaatregelen en de Kamer hierover informeren».4

In de eerste plaats informeren de leden van de BBB-fractie hoeveel studenten de Open Universiteit (OU) op dit moment heeft. Kunt u aangeven welk percentage daarvan niet-Nederlands is? Hoe verhoudt zich dat met de gemiddelde percentages buitenlandse studenten aan Nederlandse hogescholen respectievelijk universiteiten? Welke opleidingen aan de OU hebben de hoogste percentages buitenlandse studenten, en hoe hoog zijn die percentages?

Is het zo dat de OU volledig Nederlandstalig onderwijs aanbiedt? Is een korting op de financiering van de OU vanwege het willen reduceren van de internationalisering van het hoger onderwijs dan niet misplaatst en een vorm van onbehoorlijk bestuur, zo vragen de leden van de BBB-fractie. En meer specifiek: welke internationalisering aan de OU zou u willen reduceren?

Kunt u aangeven hoeveel procent van het onderwijs aan de OU online of anderszins op afstand plaatsvindt? Waar en hoeveel precies wordt het aantal buitenlanders dat in Nederland woont minder als het aantal buitenlandse studenten aan de OU wordt gereduceerd? Bent u het met de leden van de BBB-fractie eens dat de woonplaats van studenten van de OU irrelevant is voor de taakstelling internationalisering en het verminderen van het aantal buitenlandse studenten?

Waar wonen de buitenlandse studenten van de OU die hoofdzakelijk op afstand studeren? Welk deel woont in Nederland en welk deel woont daarbuiten? Voor zover ze in Nederland wonen, vragen genoemde leden hoe zij over het land zijn verspreid. Ook vernemen zij graag waar en hoeveel precies het aantal buitenlanders dat in Nederland woont, minder wordt als het aantal buitenlandse studenten aan de OU wordt gereduceerd. Is de afname van het aantal buitenlandse inwoners in de Randstad – waar integratieproblematiek volgens de leden van de BBB het grootst is – niet zo gering dat een bezuiniging op de OU futiel is, terwijl het die organisatie buitengewoon hard treft?

Kunt een inschatting maken welk deel van de buitenlandse studenten aan de OU naast het Nederlandse paspoort ook een buitenlands paspoort heeft? Kunt u ook een inschatting maken welk deel van de buitenlandse studenten aan de OU naar Nederland is gekomen om aan de OU te studeren?

Is het juist dat het ook een doel van de internationaliseringstaakstelling van u als Minister is om de Nederlandse taalvaardigheid van buitenlandse studenten te bevorderen? En is het niet zo dat de OU daar nu niet al een nuttige bijdrage aanlevert gelet op het feit dat ook buitenlandse studenten aan de OU alleen in het Nederlands opleidingen kunnen doen, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Welk deel van de studenten aan de OU doet de opleiding naast hun werk? Ondersteunt u de OU financieel specifiek voor deze studentengroep? Gebeurt dit vanuit het beleidsbudget voor een «Leven Lang Ontwikkelen» (LLO)? Ontvangt de OU hiervoor op dezelfde wijze ondersteuning als andere hoger onderwijsinstellingen? Hoeveel is dat per jaar? Hoeveel procent van de begroting van de OU vormt deze financiële steun? Vindt u het terecht dit percentage voor de OU te verhogen in het licht van het percentage studenten dat de opleiding naast hun werk doet?

Kunt u aangeven op welke wijze is getoetst dat de taakstelling internationalisering die de OU is opgelegd voldoet aan het beginsel van proportionaliteit, en welke minder ingrijpende alternatieven voor de OU zijn onderzocht?

In hoeverre acht u de bezuinigingen als gevolg van de taakstelling internationalisering voor de OU – met een specifieke maatschappelijke en wettelijke opdracht gericht op een LLO – verenigbaar met het overheidsbeleid gericht op het stimuleren van LLO? Kunt u toelichten of hier sprake is van beleidsinconsistentie met mogelijke juridische en economische consequenties?

Welke opties zijn er om de impact van de taakstelling internationalisering voor de OU te verminderen? Wat zijn daarvan volgens u de voor- en nadelen? Welke opties bent u bereid in te zetten om de OU te compenseren voor de bezuiniging, juist vanwege haar bijzondere taak en positie binnen het hoger onderwijs?

Bent u bereid toetsbare criteria vast te leggen waarbij de taakstelling wordt teruggedraaid als negatieve effecten op toegankelijkheid, kwaliteit of continuïteit bij de OU aantoonbaar worden? Zo niet, waarom niet?

Ziet u mogelijkheden de OU juist meer te gaan gebruiken om buitenlandse studenten van buiten Nederland op afstand te laten studeren? Bent u bereid na te denken hoe hiermee juist het aantal in Nederland wonende buitenlandse studenten te reduceren? Bent u bereid hierover afspraken te maken met andere hoger onderwijsinstellingen?

Hoeveel werkgelegenheid biedt de OU in Heerlen en direct omliggende gemeenten? Heeft u overleg gehad met uw ambtgenoten van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsook de gemeente Heerlen, over het belang van de werkgelegenheid die de OU biedt in deze voormalige mijnbouwstreek, waar men nog steeds de sociale en economische gevolgen van de sluiting van de mijnen ondervindt? Als dit niet het geval is, vernemen de leden van de BBB-fractie graag waarom niet. Als dit wel het geval is, vragen zij of u kunt aangeven welke argumenten van deze gesprekspartners zijn opgenomen in uw beleid ten aanzien van (financiële) steun aan de OU.

Uw ambtsvoorganger heeft eerder in de Kamer aangegeven hoger onderwijsinstellingen in grensstreken en kleinere hoger onderwijsinstellingen in de rest van het land in zekere mate te willen ontzien bij het terugbrengen van het aantal internationale studenten.5 Op welke wijze doet u dat bij de OU? Kunt u gedetailleerde berekeningen hiervan met de Kamer delen?

Erkent u dat de OU een bijzondere en unieke positie heeft binnen het hoger onderwijslandschap, en, mede gelet op het voorgaande, redelijkerwijs moet worden ontzien bij bezuinigingen?

Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of u bereid bent de Kamer zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van de financiële veranderingen die de nieuwe regering voor ogen heeft en in hoeverre de bestaande financiële plannen worden aangepast.

De leden van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zien met belangstelling uit naar uw reactie en ontvangen deze graag uiterlijk 31 maart 2026.

Voorzitter van de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Th.W. Rietkerk

BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 8 juli 2026

Hierbij stuur ik u de antwoorden op de vragen van de commissie over de brief van 16 december 20256 inzake de opvolging van een aantal toezeggingen die zijn gedaan tijdens de behandeling van de Begrotingsstaten OCW 2025 en de eerste suppletoire begroting 2025 op respectievelijk 25 maart 2025 en 14 oktober 2025. Meer in het bijzonder betreft het vragen over de reactie van mijn ambtsvoorganger op de toezegging met betrekking tot de bezuiniging op de Open Universiteit.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, R.M. Letschert

Vragen en opmerkingen van de leden van de fractie van BBB.

De leden van de fractie van de BBB hebben enkele vragen voorgelegd met betrekking tot de toezegging van de voormalige Minister «dat als blijkt dat de bezuiniging op internationale studenten bij alle hoger onderwijsinstellingen ook gevolgen heeft voor de Open Universiteit, hij zal laten onderzoeken of het nodig is of en zo ja op welke manier de Open Universiteit uitgezonderd moet worden van de bezuinigingsmaatregelen en de Kamer hierover informeren».7

In de eerste plaats informeren de leden van de BBB-fractie hoeveel studenten de Open Universiteit (OU) op dit moment heeft. Kunt u aangeven welk percentage daarvan niet-Nederlands is? Hoe verhoudt zich dat met de gemiddelde percentages buitenlandse studenten aan Nederlandse hogescholen respectievelijk universiteiten? Welke opleidingen aan de OU hebben de hoogste percentages buitenlandse studenten, en hoe hoog zijn die percentages?

Op 1 oktober 2025 volgden een kleine 15.000 unieke personen één of meerdere modules aan de Open Universiteit. Het ging gemiddeld om iets meer dan 10 ECTS per deelnemer. Ongeveer 10 procent daarvan had niet de Nederlandse nationaliteit. De studentenpopulatie aan hogescholen bestond in collegejaar 2025–2026 voor 8,8 procent uit internationale studenten. Voor universiteiten was 27,4 procent van alle studenten internationaal.

De vraag welke opleidingen de hoogste percentages buitenlandse studenten hebben kan ik niet beantwoorden, omdat studenten niet altijd een volledige opleiding volgen, maar enkel modules. Er zijn geen gegevens over nationaliteit op het niveau van modules.

Is het zo dat de OU volledig Nederlandstalig onderwijs aanbiedt? Is een korting op de financiering van de OU vanwege het willen reduceren van de internationalisering van het hoger onderwijs dan niet misplaatst en een vorm van onbehoorlijk bestuur, zo vragen de leden van de BBB-fractie. En meer specifiek: welke internationalisering aan de OU zou u willen reduceren?

De voertaal op alle opleidingen aan de OU is Nederlands. Wel kan er gebruik gemaakt worden van Engelstalige literatuur en in sommige gevallen kan aanwezigheid van anderstalige (niet-Nederlandstalige) studenten vereisen dat voor groepswerk en tijdens studieactiviteiten in het Engels wordt gesproken en gewerkt.

Zoals voormalig onderwijsminister Bruins in uw Kamer heeft toegelicht, is de bezuiniging op internationale studenten van het vorige kabinet toegepast op het macrobudget van alle hogeronderwijsinstellingen.8 In de bekostigingssystematiek van de WHW is het niet mogelijk om te differentiëren naar de hoeveelheid internationale studenten die een instelling heeft. Het budget wordt verdeeld naar rato van studentenaantallen (waarbij enkel EER-studenten bekostigd worden). In de Kamerbrief van 16 december9 is een aantal redenen gegeven waarom hiervan niet is afgeweken.

Ten opzichte van het vorige kabinet wordt nu niet bezuinigd maar geïnvesteerd, zo is in de beleidsbrief10 aangegeven dat dat het huidige kabinet € 154 miljoen reserveert voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo. Universiteiten en hogescholen krijgen meer mogelijkheden om gericht internationaal toptalent aan te trekken en te behouden voor sectoren waar de maatschappelijke opgaven het meest urgent zijn en waarmee kennis- en innovatieecosystemen in de regio behouden blijven. Daarnaast wil het kabinet grip houden op de komst van internationale studenten in overleg en afstemming met de onderwijssectoren. Ruimte voor meer internationaal talent in specifieke sectoren betekent dat in andere sectoren het aantal anderstalige opleidingsplaatsen moet worden begrensd.

Kunt u aangeven hoeveel procent van het onderwijs aan de OU online of anderszins op afstand plaatsvindt? Waar en hoeveel precies wordt het aantal buitenlanders dat in Nederland woont minder als het aantal buitenlandse studenten aan de OU wordt gereduceerd?

De Rijksoverheid (DUO, CBS) houdt niet bij wie wel of niet online deelneemt aan het onderwijs. Daardoor kunnen deze vragen niet worden beantwoord.

Bent u het met de leden van de BBB-fractie eens dat de woonplaats van studenten van de OU irrelevant is voor de taakstelling internationalisering en het verminderen van het aantal buitenlandse studenten?

Voor de bekostiging van instellingen (en dus ook voor de bezuinigingen op de bekostiging van internationale studenten) is de woonplaats van studenten irrelevant. De taakstelling van het vorige kabinet zag op het macrobudget over alle instellingen. Daarin kan niet worden gedifferentieerd naar instelling of woonplaats van de student.

De woonplaats van studenten houdt wel verband met de uitdaging die met internationale studenten wordt geassocieerd. Waar de instroom van internationale studenten in sommige steden zorgt voor grote tekorten op bijvoorbeeld de huizenmarkt, dragen in andere steden internationale studenten bij aan het in stand houden van voorzieningen en is ruimte voor groei.

Waar wonen de buitenlandse studenten van de OU die hoofdzakelijk op afstand studeren? Welk deel woont in Nederland en welk deel woont daarbuiten? Voor zover ze in Nederland wonen, vragen genoemde leden hoe zij over het land zijn verspreid. Ook vernemen zij graag waar en hoeveel precies het aantal buitenlanders dat in Nederland woont, minder wordt als het aantal buitenlandse studenten aan de OU wordt gereduceerd. Is de afname van het aantal buitenlandse inwoners in de Randstad – waar integratieproblematiek volgens de leden van de BBB het grootst is – niet zo gering dat een bezuiniging op de OU futiel is, terwijl het die organisatie buitengewoon hard treft?

De Rijksoverheid (DUO, CBS) houdt niet bij wie wel of niet online deelneemt aan het onderwijs. Daardoor kunnen deze vragen niet worden beantwoord. Daarnaast wordt er binnen de bekostigingssystematiek niet gekeken naar de woonplaats van studenten. De bezuiniging zag op het macrobudget over alle instellingen. Daarin kan niet worden gedifferentieerd naar instelling of woonplaats van de student.

Kunt een inschatting maken welk deel van de buitenlandse studenten aan de OU naast het Nederlandse paspoort ook een buitenlands paspoort heeft? Kunt u ook een inschatting maken welk deel van de buitenlandse studenten aan de OU naar Nederland is gekomen om aan de OU te studeren?

Deze vraag is niet te beantwoorden, omdat de tweede nationaliteit in de Basisregistratie Personen niet altijd wordt geregistreerd en DUO deze informatie dus niet heeft.

Is het juist dat het ook een doel van de internationaliseringstaakstelling van u als Minister is om de Nederlandse taalvaardigheid van buitenlandse studenten te bevorderen? En is het niet zo dat de OU daar nu niet al een nuttige bijdrage aanlevert gelet op het feit dat ook buitenlandse studenten aan de OU alleen in het Nederlands opleidingen kunnen doen, zo vragen de leden van de BBB-fractie.

Het is niet juist dat het bevorderen van de Nederlandse taalvaardigheid van internationale studenten een doel was van de bezuiniging van het vorige kabinet.

Het is wel één van de voorgestelde maatregelen in het wetsvoorstel Wet internationalisering in balans dat momenteel in de Tweede Kamer aanhangig is. De regering juicht de rol die de OU hierin speelt van harte toe.

Welk deel van de studenten aan de OU doet de opleiding naast hun werk? Ondersteunt u de OU financieel specifiek voor deze studentengroep? Gebeurt dit vanuit het beleidsbudget voor een «Leven Lang Ontwikkelen» (LLO)? Ontvangt de OU hiervoor op dezelfde wijze ondersteuning als andere hoger onderwijsinstellingen? Hoeveel is dat per jaar? Hoeveel procent van de begroting van de OU vormt deze financiële steun? Vindt u het terecht dit percentage voor de OU te verhogen in het licht van het percentage studenten dat de opleiding naast hun werk doet?

Het is niet bekend hoeveel van de studenten aan de OU de opleiding volgt naast hun werk. Wel is de vorm waarop het onderwijs wordt georganiseerd, namelijk in los te volgen modules, erg geschikt voor studenten die (ook) werken. De Open Universiteit ontvangt net als andere instellingen bekostiging vanuit het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Open Universiteit ontvangt dit voor het verzorgen van wetenschappelijk onderwijs en hoger beroepsonderwijs, het verrichten van wetenschappelijk onderzoek en onderzoek gericht op de beroepspraktijk, alsmede het leveren van een bijdrage aan de vernieuwing van het hoger onderwijs.

In 2025 heeft de Open Universiteit € 70,5 miljoen aan bekostiging ontvangen. Net als bij andere instellingen is dit bedrag opgebouwd uit een deel dat voorkomt uit variabele financiering, dat mede is gebaseerd op het aantal studenten, specifieke toewijzingen en een zogenaamde vaste voet.11 In 2024 bedroeg de Rijksbijdrage ca. 74% van de totale baten van Open Universiteit. Een vergelijkbaar cijfer is over 2025 nog niet bekend. Het kabinet ziet geen redenen wijzigingen aan te brengen in de bekostigingssystematiek.

Kunt u aangeven op welke wijze is getoetst dat de taakstelling internationalisering die de OU is opgelegd voldoet aan het beginsel van proportionaliteit, en welke minder ingrijpende alternatieven voor de OU zijn onderzocht?

In hoeverre acht u de bezuinigingen als gevolg van de taakstelling internationalisering voor de OU – met een specifieke maatschappelijke en wettelijke opdracht gericht op een LLO – verenigbaar met het overheidsbeleid gericht op het stimuleren van LLO? Kunt u toelichten of hier sprake is van beleidsinconsistentie met mogelijke juridische en economische consequenties?

Zoals voormalig onderwijsminister Bruins in uw Kamer heeft toegelicht, is de bezuiniging die was gekoppeld aan internationale studenten toegepast op het macrobudget van alle hogeronderwijsinstellingen.12 Hierbij is besloten om geen uitzondering te maken voor de OU en de reguliere wettelijke bekostigingssystematiek te volgen. Door deze werkwijze is het financiële effect in relatie tot de Rijksbijdrage voor alle instellingen vergelijkbaar. Het financiële effect in 2026 bedraagt voor de OU circa € 32.000. Dit komt neer op minder dan 0,1% van de Rijksbijdrage.

Net als bij eerdere vragen wil ik u erop wijzen dat ten opzichte van het vorige kabinet nu niet wordt bezuinigd maar geïnvesteerd, in de beleidsbrief is aangegeven dat het huidige kabinet structureel € 154 miljoen reserveert voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo.

Welke opties zijn er om de impact van de taakstelling internationalisering voor de OU te verminderen? Wat zijn daarvan volgens u de voor- en nadelen? Welke opties bent u bereid in te zetten om de OU te compenseren voor de bezuiniging, juist vanwege haar bijzondere taak en positie binnen het hoger onderwijs?

Bent u bereid toetsbare criteria vast te leggen waarbij de taakstelling wordt teruggedraaid als negatieve effecten op toegankelijkheid, kwaliteit of continuïteit bij de OU aantoonbaar worden? Zo niet, waarom niet?

Zoals in antwoorden op eerdere vragen is aangegeven, is de bezuiniging van het vorige kabinet gekoppeld aan internationale studenten toegepast op het macrobudget van alle hogeronderwijsinstellingen en is besloten om hierbij de reguliere bekostigingssystematiek te volgen. In de Kamerbrief van 16 december is een aantal redenen gegeven voor dit besluit. Ten opzichte van het vorige kabinet wordt nu niet bezuinigd maar geïnvesteerd, het huidige kabinet reserveert structureel € 154 miljoen voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo.

Ziet u mogelijkheden de OU juist meer te gaan gebruiken om buitenlandse studenten van buiten Nederland op afstand te laten studeren? Bent u bereid na te denken hoe hiermee juist het aantal in Nederland wonende buitenlandse studenten te reduceren? Bent u bereid hierover afspraken te maken met andere hoger onderwijsinstellingen?

Deze regering wil afspraken maken met onderwijsinstellingen over de komst van internationale studenten, maar ziet vooralsnog geen specifieke rol voor de Open Universiteit op dit vlak.

Hoeveel werkgelegenheid biedt de OU in Heerlen en direct omliggende gemeenten? Heeft u overleg gehad met uw ambtgenoten van Economische Zaken, van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, alsook de gemeente Heerlen, over het belang van de werkgelegenheid die de OU biedt in deze voormalige mijnbouwstreek, waar men nog steeds de sociale en economische gevolgen van de sluiting van de mijnen ondervindt? Als dit niet het geval is, vernemen de leden van de BBB-fractie graag waarom niet. Als dit wel het geval is, vragen zij of u kunt aangeven welke argumenten van deze gesprekspartners zijn opgenomen in uw beleid ten aanzien van (financiële) steun aan de OU.

Er zijn meerdere gesprekken gevoerd met betrekking tot de economische positie van Limburg en de belangrijke rol van onderwijsinstellingen. Gezien de geringe omvang van de resterende taakstelling verwacht ik dat de impact op de werkgelegenheid in deze regio zeer beperkt zal zijn. Dat maakt dat ik op dit moment geen directe aanleiding zie voor een dergelijk gesprek.

Uw ambtsvoorganger heeft eerder in de Kamer aangegeven hoger onderwijsinstellingen in grensstreken en kleinere hoger onderwijsinstellingen in de rest van het land in zekere mate te willen ontzien bij het terugbrengen van het aantal internationale studenten.13 Op welke wijze doet u dat bij de OU? Kunt u gedetailleerde berekeningen hiervan met de Kamer delen?

Sinds de uitspraken van mijn ambtsvoorganger is het beleid ten aanzien van de internationalisering (en bijvoorbeeld de Wet internationalisering in balans) voor de grensstreken en krimpregio’s meermaals gewijzigd. Deze coalitie heeft afgesproken dat het huidige anderstalige onderwijs in stand kan blijven. Dit geeft instellingen, ook in grensstreken en kleine instellingen, mogelijkheden om gericht internationaal toptalent aan te trekken en eigen te behouden.

Erkent u dat de OU een bijzondere en unieke positie heeft binnen het hoger onderwijslandschap, en, mede gelet op het voorgaande, redelijkerwijs moet worden ontzien bij bezuinigingen?

De Open Universiteit heeft ten opzichte van de andere onderwijsinstellingen in het hbo en het wo een bijzondere positie waarbij het ook een specifieke doelgroep bedient. Zoals bij eerdere vragen aangegeven zijn er meerdere redenen om geen uitzondering te maken en bij het verwerken van de bezuiniging van het vorige kabinet op het macrobudget de reguliere bekostigingssystematiek te volgen.

Tot slot vragen de leden van de BBB-fractie of u bereid bent de Kamer zo snel mogelijk op de hoogte te stellen van de financiële veranderingen die de nieuwe regering voor ogen heeft en in hoeverre de bestaande financiële plannen worden aangepast.

Op 24 april 2026 (referentienummer 63375729) heb ik de beleidsbrief14, waarmee de Tweede Kamer is geïnformeerd over de opdrachten uit het coalitieakkoord, met de Eerste Kamer gedeeld. Zoals eerder aangegeven staat hierin dat het huidige kabinet € 154 miljoen reserveert voor hbo- en wo-instellingen in het kader van de talentstrategie en de taakstellende intensivering in het hbo en wo. De Eerste en de Tweede Kamer zullen voorts worden geïnformeerd over de uitwerking van de financiële plannen via de reguliere begrotingscyclus.


X Noot
1

Samenstelling:

Van Apeldoorn (SP), Beukering (Fractie-Beukering), Van Bijsterveld (JA21), Doornhof (CDA), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van Gasteren (Fractie-Van Gasteren), Van der Goot (OPNL), Jaspers (BBB), Karaaslan(D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Van Knapen (BBB), Lagas (BBB), Van Meenen (D66), Musa (VVD), Nicolaï (PvdD), Perin-Gopie (Volt), Ramsodit (GroenLinks-PvdA), Rietkerk (CDA) (voorzitter), Van Rooijen (50PLUS), Roovers (GroenLinks-PvdA), Rosenmöller (GroenLinks-PvdA), Van de Sanden (Fractie-Van de Sanden), Straus (VVD), Talsma (ChristenUnie), Veldhoen (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp

X Noot
2

Kamerstukken I 2025/26 36 600 VIII, Z.

X Noot
3

T04042 – Toezegging Bezuiniging Open Universiteit.

X Noot
4

T04042 – Toezegging Bezuiniging Open Universiteit.

X Noot
5

Kamerstukken I 2024/25, 36 600 VIII, F; Kamerstukken I 2025/26, 31 288, R.

X Noot
6

Kamerstukken I 2025/26 36 600 VIII, Z.

X Noot
7

Kamerstukken I 2025/26 36 600 VIII, Z.

X Noot
8

Handelingen I 2024/2025, nr. 23, item 11, p.1.

X Noot
9

Kamerstukken I 2025/26 36 600 VIII, Z.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/2026 36 800, nr. 148

X Noot
11

De bekostigingssystematiek van de Open Universiteit is in 2018 zoveel mogelijk gelijk getrokken met die van andere universiteiten. Gezien het bijzondere karakter van de Open Universiteit verschilt deze op enkele punten. Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2017-120.pdf

X Noot
12

Handelingen I 2024/2025, nr. 23, item 11, p.1.

X Noot
13

Kamerstukken I 2024/25, 36 600 VIII, F; Kamerstukken I 2025/26, 31 288, R.

X Noot
14

Kamerstukken II 2025/2026 36 800, nr. 148

Naar boven